zaterdag 16 februari 2019

Views & Reviews Everyone a Photographer Rijksmuseum Amsterdam Mattie Boom Photography


Everyone a Photographer
February 15 2019 to June 10 2019
The Rijksmuseum’s photography curator Mattie Boom has for the last few years been studying hundreds of photographs for her doctoral research on the rise of amateur photography in the Netherlands. The results of her work will be on display in the Rijksmuseum from 15 February 2019 in Everyone a Photographer, an exhibition of more than 130 photographs, photograph albums and cameras that will take us back in time to the end of the 19th century.


foto
On Board, Warnemünde, from the album Scraps, Willem Frederik Piek, c. 1892 - c. 1893

The invention of cameras that were small and easy to operate meant that, for the first time, amateurs could capture important moments in their own lives. In Everyone a Photographer Boom shows that the effect of amateur photography on visual culture was profound, and that early amateur photography is the missing link in the history of photography.

Everyone a Photographer will run from 15 February to 10 June 2019 in the Rijksmuseum.

Everyone a photographer
‘Everyone a photographer’ (Iedereen fotografeert) was the slogan that Amsterdam photographic dealer Joan Guy de Coral used in 1900 to coax his customers to buy a hand-held camera and start taking photographs. The main group sparking interest in photography in the Netherlands at the end of the 19th century were well-to-do young urbanites with an interest in new gadgets. Drawn together by shared interests in activities such as cycling, they formed clubs and associations, held soirées and went out on excursions.


Queen Wilhelmina, a talented photographer
Noordzee
Wilhelmina, Queen of the Netherlands (1880–1962), North Sea, c. 1907. Royal Collections, The Netherlands.

The first part of the exhibition Everyone a Photographer includes fascinating photographs and albums by these very first amateur photographers. The images taken by the pioneers share striking similarities with those found on our modern smartphones, capturing personal moments in our travels or everyday lives. Queen Wilhelmina of the Netherlands was one of those pioneering photographers, and a talented one at that. This exhibition includes one of her albums containing many landscapes and seascapes, annotated with personal captions. The camera also became part of everyday life for artists such as G.H. Breitner, Willem Witsen and Theo van Doesburg, and this exhibition draws us into the worlds they inhabited, revealing the sources of their inspiration.

Technical innovations
The second part of the exhibition sheds light on the technical innovations taking place at the time. The invention of the Kodak camera and the reflex camera (the forerunner of the SLR) gave huge impetus to the development of photography. The first reflex camera in the Netherlands, a prototype of Bram Loman, will be on show for the first time ever in Everybody a Photographer. The introduction of this type of hand-held camera helped spark the explosive growth in the number of amateur photographers – in 1890 there were 1,000; by 1900 there were 15,000. These inventions and their experimental use by the pioneers fed developments in amateur photography: the photographers grew along with the technological innovations and the quality of the photographs improved.


Foto’s van Wilhelmina, en andere amateurs
Fotografie Dankzij de komst van de kleine camera kon eind 19de eeuw iedereen zelf fotograferen. De opmaat naar de moderne fotografie is nu te zien in het Rijksmuseum.

Rianne van Dijck
14 februari 2019

Noordzee, circa 1907.
Foto Koningin Wilhelmina

Een maand. Zo lang moest je eind negentiende eeuw wachten voordat je de foto’s kon zien die je had gemaakt van je zoon, je huis, de tuin van je grachtenpand, het San Marcoplein in Venetië. De Kodak-camera waarmee toen duizenden mensen gingen fotograferen moest in z’n geheel terug naar de winkel. Daar werd in de donkere kamer de film van honderd opnamen uit de hardkartonnen box gehaald en ontwikkeld, er werden afdrukjes gemaakt en er werd alvast een nieuwe filmrol in het apparaat gedraaid. ‘You press the button, we do the rest’, beloofde Kodak – en voor het publiek was dat een ware bevrijding, ook al duurde het vier weken voordat de envelop met foto’s kon worden opgehaald.

„In deze tijd waarin we continu foto’s maken, ze onmiddellijk kunnen zien en delen, is het niet meer voor te stellen, maar het was echt een revolutie, die eerste kleine en handzame camera’s. Ze zorgden voor vrijheid en mobiliteit, snelheid en dynamiek”, zegt Mattie Boom, conservator fotografie van het Rijksmuseum in Amsterdam. „Tot die tijd was het een kleine verhuizing om fotoapparatuur ter plekke te krijgen en werkten alleen de professionals ermee. Nu kon je zo’n camera gewoon om je nek hangen en overal mee naartoe nemen en werd het mogelijk om zelf bijzondere momenten vast te leggen.”

Verderop in dit stuk: vijf foto’s uit de tentoonstelling Iedereen fotografeert in het Rijksmuseum met toelichting van conservator Mattie Boom.

De ontwikkeling leidde tot een heel nieuwe groep fotografen: de amateurs. De huis-tuin-en-keukenfotografen die zonder artistieke aspiraties – „Wat niet wil zeggen dat ze geen talent hadden”, benadrukt Boom – maar vol enthousiasme hun omgeving, hun familie, hun reizen gingen vastleggen.

Mattie Boom onderzocht de afgelopen jaren honderden foto’s voor haar promotieonderzoek naar de opkomst van amateurfotografie in Nederland. Wat haar vooral opviel was hoezeer deze de opmaat bleek naar de moderne, hedendaagse fotografie. „De statische visuele cultuur werd dynamisch. De stad, de straat, de alledaagse werkelijkheid werden gefotografeerd in een rauwe, realistische stijl. Anders dan voorheen, toen je je portret kon laten maken door een professionele fotograaf of bij hem afbeeldingen kon kopen van een fraai landschapje of de Eiffeltoren, was je nu je eigen regisseur. Je kon zelf bepalen hoe je je leven in beeld wilde brengen.

Dat lijkt heel erg op hoe wij dat nu doen op Instagram en Facebook. Ze schetsten altijd een rooskleurig beeld, iedereen lacht

Mattie Boom, conservator fotografie Rijksmuseum

Wat opvalt is dat mensen ook toen vooral de hoogtepunten lieten zien; de feestjes, de uitstapjes. Boom: „Dat lijkt heel erg op hoe wij dat nu doen op Instagram en Facebook. Ze schetsten altijd een rooskleurig beeld, iedereen lacht. Ziekte en ellende zie je weinig op de foto’s van toen, net zoals dat nu buiten de sociale media wordt gehouden.”

Een andere parallel die Boom signaleert is dat het grote aantal amateurs toen, met hun niet aflatende beeldproductie, net als nu een bedreiging vormen voor andere fotografen: „Aan het eind van de negentiende eeuw was er een groep die fotografie wilden verheffen tot kunst – de Picturalisten, die vonden dat hun artistieke foto’s zich konden meten met de schilderkunst. Komen daar ineens al die amateurs met hun gebrekkige techniek en hun achteloze snapshots om de hoek kijken. Nu zie je dat de amateurs het vak van de fotojournalist bedreigen. Elk nieuwsmedium plaatst wel eens foto’s van een amateur, het gaat om enorme aantallen beelden die online worden gedeeld en het is vaak gratis. Dat de fotojournalisten laatst zijn gaan staken is heel begrijpelijk, met die lage tarieven die er voor hun werk worden betaald. Maar ik vrees dat die ontwikkeling niet meer te stuiten is.”

Vijf foto’s, met toelichting van conservator Mattie Boom


Noordzee, circa 1907.
Foto Koningin Wilhelmina

„Wilhemina was een fervent amateurfotograaf”, zegt conservator Mattie Boom. „Mieke Jansen van de Koninlijke Verzamelingen in Den Haag, waar deze foto vandaan komt, schreef erover dat ze haar eerste camera, een Kodak-box, kreeg tijdens Kerst op Paleis Het Loo in december 1888, ze was toen acht. Aan haar Engelse gouvernante schrijft Wilhelmina daarover: „Ik kreeg een apparaat om foto’s te maken, nu kan ik mijn kinderen fotograferen.” Haar kinderen, dat waren haar poppen. Een aantal van haar foto’s werd in 1908 in een eigen zaaltje op de bovenverdieping van het Stedelijk Museum tentoongesteld, in een van de eerste fototentoonstellingen in Nederland. Koninklijke Verzamelingen, Den Haag


Aan boord, Warnemünde, circa 1892.
Foto Willem Frederik Piek jr

De foto is afkomstig uit het album Scraps, het enige bewaard gebleven Nederlandse Kodak-album, dat een verzamelaar in 1973 vond op het Amsterdamse Waterlooplein en later door het Rijksmuseum werd aangekocht. Mattie Boom kwam erachter dat het eigendom was geweest van de familie van Willem Frederik Piek senior, een Amsterdamse bankier en effectenhandelaar. Zoon Willem Frederik junior maakte deze foto van een groep vrienden tijdens een uitstapje naar de Oostzee. Boom: „Hij heeft deze jongens vast gevraagd om te springen. In de handboeken voor amateurs stond dit soort trucjes. Ineens is er zo’n snelle film, zo’n handige camera, de jonge Willem zal daar vast mee geëxperimenteerd hebben.” Rijksmuseum, Amsterdam


Groepsportret met zelfontspanner, 18 september 1887.
Foto J.J.M. Guy de Coral

„Een brede middenklasse kan het zich eind negentiende eeuw ineens veroorloven te reizen in eigen land. Jonge mannen met interesse in nieuwe technologie en de nieuwste gadgets worden lid van de net opgerichte fietsersbond ANWB en wat blijkt: veel van hen zijn ook lid van fotografieverenigingen”, vertelt conservator Mattie Boom. „Tja, je bent gek op de nieuwste snufjes of niet. Door het hele land had de ANWB donkere kamers ingericht voor deze fietsende fotografen, zodat ze onderweg hun foto’s konden afdrukken en hun rolletjes konden wisselen.” ANWB Historisch Archief, Den Haag


Dubbelzelfportret, 1921.
Foto Theo en Nelly van Doesburg

Mattie Boom: „Lange tijd heeft men gedacht dat dit portret van het kunstenaarsechtpaar Van Doesburg was gemaakt door Bauhaus-fotograaf Lucia Moholy. Niet zo gek, het is echt de stijl waarmee zij bekend werd. Ik heb research gedaan naar het beeld en ontdekt dat Theo van Doesburg deze foto zelf moet hebben gemaakt. ‘Een snapshot in de zon’, noemt hij het. Ik denk dat Lucia Moholy dit beeld bij hen heeft gezien en zo haar ‘eigen’ stijl heeft ontwikkeld.” Rijksmuseum, Amsterdam. Aankoop uit het Paul Huf Fonds/Rijksmuseum Fonds

Familie Enthoven op Normandisch strand, 1900.
Fotograaf anoniem

Conservator Mattie Boom vond dit album op een rommelmarkt in Rome en deed voor haar promotie onderzoek naar de herkomst. „Het bleek van de welgestelde Nederlandse familie Enthoven. Fotografie was een hobby voor rijke jongelui – al die rolletjes, platen, kartons, nieuwe camera’s, dat was natuurlijk hartstikke duur. Dat we hier de dochter van de familie met een camera in haar hand zien is best bijzonder. Van de 1.082 namen die ik nu heb vastgelegd van mensen die vóór 1900 hebben gefotografeerd, zijn maar 60 vrouw. Al die fotografenverenigingen met hun enthousiasme voor de nieuwste films en camera’s, het was echt een mannenwereld.” Rijksmuseum, Amsterdam

Iedereen fotografeert: t/m 10 juni in het Rijksmuseum, Amsterdam. Bij de tentoonstelling verschijnt het boek Everyone a Photographer, een bewerking van het proefschrift van Mattie Boom. 39,95 euro




maandag 11 februari 2019

Views & Reviews An Unvarnished Look at Los Angeles Rodeo Drive 1984 Anthony Hernandez Photography


Anthony Hernandez : Rodeo Drive 1984
by Hernandez, Anthony; Ralph Rugoff; Et Al
Rodeo Drive, 1984 is a series of 41 images of shoppers on Beverly Hills' infamous shopping highway. The subjects appear caught unaware, glancing up as they walk, or daydreaming as they wait to be served in its commercial landscape of shops and restaurants. Anthony Hernandez poses as a dispassionate observer, recording the big hair, wide shoulders and cinched waists of the 1980's in sunlit photographs. Hernandez does not simply document the urban experience, but reveals in his images the complexity of social spaces, implying economic disparity and racial divide. Layers of socio-economic tension are exposed on a street in an overt symbol of civic success; as Lewis Baltz observes, "these are the victors...enjoying the spoils of their victory on Rodeo Drive". Working in the 1970s, Hernandez and his contemporaries, who included Lewis Baltz and Terry Wild, were interested in photographing the social landscape of Los Angeles. Hernandez work was included in a landmark exhibition, The Crowded Vacancy, at the Pasadena Art Museum, LA (now the Norton Simon Museum) in 1971, which introduced to the public a new type of American landscape photography – four years prior to New Topographics; both exhibitions inspired an aesthetic movement that continues to resonate today.


An Unvarnished Look at Los Angeles
By Jonathan Blaustein Aug. 23, 2016 Aug. 23, 2016
Twenty-first century culture, with its social media mores, trains artists to seek out “likes” and “favorites.” Acclaim becomes the immediate goal, rather than a byproduct of good work, honed over years of dedication to craft.

Anthony Hernandez, a 69-year-old photographer from Los Angeles, is a model of the old-school approach. He is little known outside pockets of the art world, yet he has been grinding away for nearly 50 years. Fortunately, his efforts will receive wider recognition this fall, as the San Francisco Museum of Modern Art is presenting a massive retrospective of his work, which opens Sept. 24, and publishing a monograph to accompany the show.

Both projects were the brainchild of Erin O’Toole, a curator with the museum and a fellow Angeleno, who became smitten with Mr. Hernandez’s photographs while conducting research in 2010.

Rodeo Drive #7.Credit Anthony Hernandez

“The more I dug, the more he seemed really interesting to me,” she said. “At one point, I mentioned to my then-boss Sandy [Sandra Phillips] that I was interested in his work. Had he ever had a big show? She had been supporting him for a long time. She bought work over the years and really loved it. She was really excited that I was interested, and encouraged me to propose a retrospective.”

Ms. O’Toole was drawn to the stark, bleak depictions of her home city, which were so different from the glamorized visions presented in art and popular culture.

“The first time I saw those pictures, they bowled me over,” she said. “They were the only ones I’ve ever seen that captured that sense of Los Angeles, to me. The unidealized Los Angeles. The real L.A. that I knew. That incredible quality of light. And this wide-openness of the long boulevards. The combination of physical beauty and the sort of ruin that you see in L.A.”

Mr. Hernandez, who now splits his time between Los Angeles and Idaho, has been photographing those streets since he was a youth, having picked up photography after a high school friend randomly gave him a camera manual. He says his approach is simply an extension of a lifetime as an observer, beginning on the streets of Boyle Heights, the neighborhood in which he grew up near downtown.

“I loved to walk, versus taking the streetcar or bus home,” he said. “That walking was always taking different routes home. Exploring the alleys. Just looking, you might say. In that sense, that started when I was a lot younger, before I got that book.”

During a trip he took to New York in 1970, his black-and-white street photographs drew him into the orbit of some of the most famous American photographers, as John Szarkowski, the famed curator at the Museum of Modern Art, introduced him to Diane Arbus and Garry Winogrand. They encouraged him to continue with his work, as he had no real formal training. And back then, unlike today, there were no hordes of photographers on every corner, snapping shutters or pushing icons on cellphones.

“The only photographer that I always used to run into when I was starting off in the ’70s and early ’80s was Garry Winogrand, who I knew in New York,” Mr. Hernandez said. “I’d bump into him whether it was in Venice, or downtown L.A. Beverly Hills. And we’d always get together after for coffee.”

Though Winogrand frequented those locales, Mr. Hernandez was more wide-ranging, walking through places like South Central, Compton and Watts. His style continued to evolve, as he changed cameras and formats over time. Through it all, however, working-class Los Angeles has remained his muse, partly, he said, because he has always made it a point to leave the city. (He even did a stint as a medic during the Vietnam War.)

Rome 17.Credit Anthony Hernandez

Ms. O’Toole says this willingness to take risks, and to constantly push himself, distinguishes Mr. Hernandez from many of his contemporaries.

“He would also leave formats or subjects behind that were successful,” she said. “That’s very brave as an artist to do that.”

The show arrives as San Francisco is undergoing a homelessness crisis, so it seems a perfect time to display photographs that take such an empathetic, original view of what life is like on the streets. Mr. Hernandez first explored the issue in the late ’80s, with “Landscapes for the Homeless,” a series that features the tragic, unwelcoming spaces that homeless people inhabit.

He returned to the subject in his recent project “Forever,” which he named in honor of a friend, the photographer Lewis Baltz, who died in 2014. In these images, Mr. Hernandez finds and locates places where homeless people sleep, lies down in their stead and makes photographs of the views from the makeshift beds.

Ms. O’Toole, while admitting she had not planned to create dialogue around homelessness back in 2010, is nevertheless glad the exhibition will inject the issue into public discourse.

“It’s devastating. I think about it every day,” she said. “I think about how can we, in one of most expensive cities in the world, be O.K. with the fact there are all these people falling through cracks and having to live on the streets. It’s completely inexcusable. That’s my personal feeling.”

Other series also tackle economic and social inequality, dating to 1970, when Mr. Hernandez offered a sardonic take on Edward Weston’s classic photo of his wife, Charis Wilson, nude in the sand. (He photographed street people on the beach instead.) More recently, his project “Discarded” illuminated the devastation wrought by the housing crisis and Great Recession on less-enticing, inland parts of California.

Through it all, Mr. Hernandez has continued to work. While he contends that having influential friends and supporters is crucial to every artist’s success, he was clear that his goals have always been to grow, and make the best pictures he can. While he’s certainly excited to be celebrated with a big exhibition in a white-hot city, that’s not what has motivated him all these years.

“I’d say something has to drive you,” he concluded. “Whatever that is, you’re going to have to, no matter what, just keep doing it. Because if you stop, then it’s all over. You just have to keep going. That worked for me.”

Jonathan Blaustein is an artist and writer based in New Mexico. He contributes regularly to the blog A Photo Editor.



Each week, the Guardian Weekend magazine's editorial team choose a picture, or set of pictures, that particularly tickle their fancy. This week, their choice is Rodeo Drive by Anthony Hernandez
Hannah Booth

Fri 30 Nov 2012 16.30 GMT


When photographer Anthony Hernandez decided to shoot in colour for the first time, he headed to the one place that summed up the bright, sunlit optimism and heady consumption of 1980s California: Rodeo Drive in Beverly Hills. →
Photograph: Anthony Hernandez


With its well-coiffed pedestrians, glass store fronts and air of luxury, the street made a sharp contrast to the gritty corners and desolate bus stops of working-class east Los Angeles that Hernandez had shot in black and white. →
Photograph: Anthony Hernandez


Yet for all its air of exclusivity, there are few vulgar displays of wealth – rather, a quieter sense of privilege mixed with a whiff of trying a bit too hard. →
Photograph: Anthony Hernandez


This restraint is reflected in the muted colour palette: Hernandez deliberately overexposed the film to lend the images a faded, sun-bleached patina – as opposed to pop, saturated colour – which today ages the photographs almost as much as the gravity-defying perms, shoulder pads and outsize glasses. →
Photograph: Anthony Hernandez


Hernandez shot fast while walking, barely stopping for more than a few seconds at a time. 'I was trying to be invisible,' he says. 'I didn’t want the confrontations that come with taking more considered photographs.' →
Photograph: Anthony Hernandez


The result is a set of unguarded, natural portraits of people who often weren’t even aware they were being photographed. →
Photograph: Anthony Hernandez


Expressions are vacant, bored and quizzical, and heads are turned away from the camera. →
Photograph: Anthony Hernandez


The pre-digital age meant Hernandez never knew if his shots would even be in focus, let alone how they might turn out. →
Photograph: Anthony Hernandez


He has shot in colour countless times since, but this was the last time he ever photographed people. He denies it – 'I just discovered landscapes, that’s all' – but perhaps his brief brush with the upscale residents of Beverly Hills left a nasty taste. Courtesy Mack
Photograph: Anthony Hernandez


zondag 10 februari 2019

Views & Reviews New York in Photobooks from William Klein through to Bruce Golden Horacio Fernández Photography


New York in Photobooks.
Edited by Horacio Fernández. Text by Jeffrey Ladd, et al.
RM, Mexico City, Mexico, 2017. 240 pp., 350 color illustrations, 6½x9½".

New York in Photobooks gathers and studies a selection of images of the capital of the 20th century, one of the most photogenic and most photographed cities in history. Through a wealth of gorgeous reproductions of photobook spreads, the city of skyscrapers is captured from the zenith of its construction in the 1930s to the destruction of the World Trade Center in 2001, alongside the urban life of the New Yorkers themselves, in images that epitomize the very genre of street photography.

Many of these books are the work of European and Japanese photographers, who discovered multiple perspectives—cultural, social, economic—from which to view the city that shaped the 20th century.

Alongside texts by numerous photography scholars, classics of the photobook canon by photographers such as Berenice Abbott, Nobuyoshi Araki, Cecil Beaton, Mario Bucovich, Roy DeCarava, Bruce Davidson, Raymond Depardon, Juan Fresán, Bruce Gilden, György Lörinczy, Lewis Hine, Evelyn Hofer, Karol Kallay, André Kertész, William Klein, Helen Levitt, Danny Lyon, Daido Moriyama, Ugo Mulas, Robert Rauschenberg, Kees Scherer, Aaron Siskind, Weegee, Kojima Yasutaka and Ruiko Yoshida are included.


Selected as one of the Best Books of 2016 by:
Martin Parr

New York in Photobooks
Edited by Horacio Fernández
As the study and celebration of the photobook continues unabated, this last contribution to the genre really does strike a chord. New York is probably the most photographed city in the world and there are countless photobooks that have made the city their central subject. The great thing about this book, is that although we have many familiar names, from William Klein, through to Bruce Golden we also discover many books from foreign photographers, that I certainly had not encountered.

So this is what makes this volume so pleasing as you really get a sense of how international and cosmopolitan this city was, and still is. So many visions of the same city , each making it their own. I saw the show of this project in Granada in Spain, and hope the show can come to the city that it depicts.

9. November 2016 / Thomas Wiegand
New York im Fotobuch
48 Variationen über eine Weltstadt

New York gehört neben Paris, Tokyo und vielleicht Berlin zu den wenigen Städten, der gleich mehrere Fotobücher gewidmet wurden, die zu Inkunabeln des Genres wurden. Es lag auf der Hand, dass man sich mit dieser Auffälligkeit irgendwann näher beschäftigen würde. Das ist jetzt passiert, eine Ausstellung in Granada präsentiert 48 Fotobücher über New York. Dazu ist auch ein schöner Katalog erschienen, der von zwei Aufsätzen von Horacio Fernandez und Jeffrey Ladd eingeleitet wird.


Das Buch fällt zunächst durch den „sprechenden“ Einbandentwurf auf. Die vorgestellten Bücher wurden wie im Regal stehend im einheitlichen Maßstab fotografiert und Rücken an Rücken aufgereiht. Die unterschiedlichen Buchhöhen wirken jetzt wie eine Skyline. Wolkenkratzer bilden die Klammer zur Abgrenzung des Themas: Die Reihe beginnt 1931 mit der Festschrift zur Eröffnung des Empire State Building und endet 2001 mit dem Terroranschlag auf das World Trade Center, über den es einen dicken Band mit Fotos von Augenzeugen gibt. Dazwischen findet man Arbeiten vieler Autoren, die man hier erwarten durfte (Mario von Bucovich, Berenice Abbott, William Klein, Walker Evans, Helen Levitt, Daido Moriyama, Danny Lyon, György Lörinczy, Ken Schles etc.). Es werden aber auch etliche eher unbekannte Werke vorgestellt, zum Beispiel der faszinierende Band Metropolis aus dem Jahre 1934. Bruce Davidsons Bildessay über die 100th Street wird nicht in Form des berühmten Buches präsentiert, sondern in Gestalt des vorausgehenden monothematischen du-Heftes. Überraschenderweise sind gleich zwei Werke aus der DDR mit dabei, und zwar von Karol Kallay (1967) und Arno Fischer (1988), beide erschienen im Verlag Volk und Welt. Keine Überraschung ist, dass das 1966 in Prag bei Mlada Fronta herausgekommene, außergewöhnlich gestaltete New-York-Buch mit Fotos von Eva Fukova, Marie Sechtlova und Milon Novotny Aufnahme gefunden hat. Kaum verständlich ist allerdings, dass der das Bild der Stadt wie kein zweiter prägende Andreas Feininger nicht vertreten ist – zumindest sein erstes Buch über New York aus dem Jahre 1945 wäre für mich ein sicherer Kandidat gewesen. Das gilt auch für den großformatigen New-York-Klassiker von Reinhart Wolf (1980). Wenn man ganz mutig gewesen wäre, hätte auch das New-York-Portrait des wegen seiners entfesselten Einsatzes von Filtern und anderen Gestaltungsextremen auf Amateurfotografen einflussreichen Francisco Hidalgo (1980) eine Chance zur Wiederentdeckung verdient. Aber es ist müßig, Lücken zu suchen – das Buch hätte auch mit 150 aufgenommenen Titeln noch solche gehabt.



Jedes Buch wird in einem jeweils eine Seite langen Text inkl. Bibliographie und mit einer, drei, fünf, oder, für William Kleins Opus magnum, sieben Bildseiten vorgestellt. Bei zwei Büchern wurde, sei es aus inhaltlichen Gründen (weil der Einband interessanter ist als der Umschlag) oder aus Platzmangel, darauf verzichtet, den Schutzumschlag zu zeigen.

Der angenehm handliche, nüchtern gestaltete, zudem preiswerte Katalog bringt im Rahmen von sieben Jahrzehnten Fotobuchgeschichte und der straffen Auswahl von 48 Beispielen nicht nur viele Facetten einer Weltstadt zum Vorschein, sondern zeigt auch, wie groß die Spannbreite der gestalterischen und narrativen Möglichkeiten des „Cities Photobooks“ ist.

Titel: New York in Photobooks
Untertitel:
Bildautor: (diverse)
Textautor: Horacio Fernandez, Jeffrey Ladd und andere
Herausgeber: Horacio Fernandez für das Centro José Guerrero (Granada)
Gestalter: grafica futura
Verlag: RM
Verlagsort: Barcelona/Mexico
Erscheinungsjahr: 2016
Sprache: englisch
Format: 24,0 x 16,5 cm
Seitenzahl: 240
Bindung: Klappenbroschur
ISBN: 978-84-16282-74-6

See also

Dutch Eyes in Fotografia Publica / Photography in Print 1919-1939


an Introduction to the Latin American Photobook Claudia Andujar Photography








Manhattan Magic Mario Bucovich New York in Photobooks Photography







New York Françoise Sagan Photography Werner Bischof Boubat Cartier-Bresson Ernst Hass Auro Roselli











1937, N.P., 64 pages, 225 x 298 x 12


zaterdag 9 februari 2019

Views & Reviews The Impact of Devastating News Shadows ALFREDO JAAR Koen Wessing Photography


SHADOWS | ALFREDO JAAR
At the core of internationally renowned Chilean artist Alfredo Jaar’s installation Shadows is a world-famous photograph by Dutch photographer Koen Wessing. Now in the collection of the Nederlands Fotomuseum, the photograph is a poignant image of two grief-stricken Nicaraguan women who have just learned of their father’s murder. In this recent work, Jaar transforms the visualization of universal emotions like into a work of astonishing dimensionality. Shadows is the second work in an as yet unfinished trilogy dedicated to single iconic photographs. The impressive first part, constructed around a single picture by South African photographer Kevin Carter, was exhibited in the Nederlands Fotomuseum in 2013 under the title The Sound of Silence.

Shadows will be on show at the Nederlands Fotomuseum from 26 January to 13 May 2019.

Trilogy
In The Sound of Silence (2006), Alfredo Jaar uses a photograph to tell the moving story of photojournalist Kevin Carter. That installation was exhibited at the Nederlands Fotomuseum in 2013. Since he produced it, Jaar has been working to complete his trilogy about the power of iconic images.

Now, ten years on, Jaar presents the second installation in the trilogy: Shadows. Once again, an iconic photograph is at the heart of the installation and again the artist invites the public to focus on the power and meaning of a single photographic image. Jaar says, ‘We have become numbed to images and they do not seem to affect us anymore. So here I am trying to focus on a single image and it is an invitation for people to see, to actually see them.’

Shadows is a tribute to the work of photographer Koen Wessing. The installation addresses the events following the murder of a farmer in Esteli, Nicaragua. Wessing was travelling around Nicaragua in 1978, during the last days of the Somoza regime. One day he came across a group of farmers carrying the corpse of a local farmer to a vehicle. The man had been murdered by the National Guard. Wessing decided to follow the group and photographed subsequent events at very close range: the car journey, the arrival at the man’s home, the laying out of the corpse – and the moment when the dead man’s two daughters arrived at the house, convulsed by grief. In the agony of bereavement, they raise their arms to heaven. Wessing has produced an iconic, almost baroque, image of the drama.

Wessing’s work has also provided the inspiration for the structure of Jaar’s installation. In this respect, the inspiration is Wessing’s book Chili, September 1973. The publication offers a purely visual account of that year’s military coup in Chile and the complete absence of accompanying text was a groundbreaking move at the time when it was issued, in 1973. In Shadows, Jaar follows suit by showing images with no text. This is in sharp contrast to his earlier work The Sound of Silence, in which the accompanying text played a crucial role.

In addition to Shadows, Alfredo Jaar has also been invited by the Nederlands Fotomuseum to create an exhibition of Koen Wessing’s work for Chili, September 1973. The book, produced by Wessing himself, bears witness to the violent coup d’état led by general Pinochet and to the death of Chile’s Socialist President, Salvador Allende.

Alfredo Jaar
Alfredo Jaar (b. 1956, Chile) is a visual artist, architect and filmmaker of international renown. He lives and works in New York. For the last thirty years, Jaar’s work has been inspired by human rights violations. Based on photographs, films, installations and text, and responding to news stories around the world, it touches on themes like social and economic inequality, genocide, refugees, border conflicts and the role of photojournalism. Jaar’s work has been shown extensively around the world. He has participated in Biennials such as in Venice (1986, 2007, 2009, 2013), São Paulo (1987, 1989, 2010) as well as at Documenta in Kassel (1987, 2002). Jaar has made over sixty interventions in public spaces and more than fifty monographs have been published about his work. He has been a Guggenheim Fellow since 1985 and a MacArthur Fellow since 2000. In 2018 he received the 11th Hiroshima Art Prize.

Koen Wessing
Dutch photographer Koen Wessing (1942-2011) was a politically engaged and socially concerned photojournalist in the best tradition of Dutch humanist photography. He worked for daily and weekly news media and became famous for his reportages on events like the student riots in Paris in May 1968 and the violent disturbances in Amsterdam’s Nieuwmarkt area in 1975. His work on China and El Salvador also brought him much praise. He was a prominent member of the association of professional Dutch photographers (GKf) and in 1989 received the Capi-Lux Alblas Prize for lifetime achievement.

The complete Koen Wessing archive is in the care of the Nederlands Fotomuseum.

NICARAGUA
KOEN WESSING
At a road junction on the edge of a village, two nuns walk past three patrolling soldiers. The road surface is shattered and the houses show no signs of human habitation. The eyes of nearly all the people appear to be focused on the photographer, making him part of the picture. These gazes and the dynamics of walking lend the image an undeniable tension, an almost theatrical character. These qualities and, above all, the photographer’s visible involvement in the event that he is capturing are typical features of Koen Wessing’s work. This picture is part of Wessing’s 1978 report about the city of Estelí in Nicaragua, which had been bombed by President Somoza’s army in an attempt to put a stop to the Sandinista offensive. Wessing also photographed in other Latin American countries in the 1970s and 80s – Chile, El Salvador – capturing situations in which the abuse of power, repression and the resulting misery played a role. The French semiotician Roland Barthes felt that this photograph contained the essence of the documentary image. However, the context of the photograph and Wessing’s position in the narrative, which he created in order to provide insight into a harsh social reality, are of at least equal importance.


De impact van verwoestend nieuws
Tentoonstelling

De Chileense kunstenaar Alfredo Jaar brengt in het Nederlands Fotomuseum een grootse ode aan het werk van fotojournalist Koen Wessing.

Janneke Wesseling
6 februari 2019

Alfredo Jaar, Shadows, 2013
Foto John Rohrer 

Beeldende kunst
Alfredo Jaar: Shadows.
T/m 5 mei in het Nederlands Fotomuseum, Wilhelminakade 332, Rotterdam.

Inl: nederlandsfotomuseum.nl

●●●●●

Dit kunstwerk doet emotioneel en fysiek pijn. Op een levensgrote digitale projectie van een zwart-witfoto in een verduisterde ruimte heffen twee vrouwen jammerend de armen ten hemel. Het heuvellandschap achter hen wordt steeds donkerder, totdat het verdwenen is. Tegelijkertijd worden de silhouetten van de vrouwen steeds lichter, zo fel dat ze uiteindelijk de blik verblinden. Daarna wordt het scherm zwart. Het beeld van de vrouwen is nu op het netvlies gebrand. Het nabeeld verschijnt rood wanneer je de ogen sluit, of opnieuw levensgroot, als schaduwen, op het zwarte scherm. De ogen zijn in shock terwijl de foto weer verschijnt en de cyclus opnieuw begint.

De foto is genomen door fotojournalist Koen Wessing (1942-2011), in Nicaragua in 1978, toen het regime van Somoza aan het wankelen was gebracht door het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront. In de gebombardeerde stad Estelí stuitte Wessing op een groep mensen die het dode lichaam van een boer naar een pick-uptruck droegen. Wessing volgde de truck en aangekomen bij de boerderij legde hij het moment vast dat de twee dochters van de boer, die aan komen rennen, beseffen wat er is gebeurd. Zonder het verhaal te kennen, zie je de impact van het verwoestende nieuws. Later zei Wessing over de foto dat deze een Grieks drama over verlies en wanhoop laat zien.

Koen Wessing, Estelo, Nicaragua, 1978
Nederlands Fotomuseum

Shadows heet deze filminstallatie van Alfredo Jaar (Chili, 1956). Het is het tweede deel van wat een drieluik moet worden over drie beroemde foto’s uit de geschiedenis van de fotojournalistiek. Het eerste deel, Sound of Silence (2006), was gewijd aan de foto van Kevin Carter van een uitgemergeld en uitgeput kind dat tijdens de hongersnood in Soedan in 1993 kruipend een vluchtelingenkamp probeert te bereiken, terwijl een aasgier op enkele meters afstand rustig afwacht. Ook hier, net als in een aantal andere werken, werkt Jaar met verblindend fel licht. Het licht heeft hier een tweeledige betekenis, als metafoor voor verlichting, in de zin van inzicht en waarheid, en als metafoor voor verlies, het verlies van beelden. Doordat het beeld op een agressieve manier op het netvlies wordt gebrand en de beschouwer het beeld letterlijk niet meer kwijtraakt, wordt de beschouwer in zekere zin getuige van de gebeurtenis: ‘ik zag het, ik was erbij’. Tegelijkertijd trekt Jaar de fotografische representatie in twijfel. Er is een breuk tussen dat wat degenen ondergaan die bij een gebeurtenis aanwezig zijn, en dat wat fotografisch weergegeven kan worden. Volgens Jaar is de waarheid van een tragedie beter te begrijpen via de woorden en emoties van de betrokkenen dan door foto’s.

Des te opmerkelijker is het dat Jaar in het Nederlands Fotomuseum een tentoonstelling maakte zonder tekst. Het is tevens de eerste tentoonstelling die deze internationaal bekende kunstenaar maakte van het werk van iemand anders. Het is een uiterste poging om het publiek te dwingen stil te staan: KIJK HIERNAAR! In onze beeldcultuur gaan alle foto’s en getuigenissen verloren in een oceaan van afbeeldingen, stelt Jaar. Mensen kunnen niet meer geconcentreerd kijken, zelfs in musea wordt gemiddeld niet langer dan 2 tot 3 seconden naar een kunstwerk gekeken. In het Fotomuseum wil Jaar recht doen aan het werk van Wessing, dat hij ziet als een van de laatste hoogtepunten in de fotojournalistiek, door een verhaal vertellen zonder tekst en zo de beelden te laten spreken.

Esthetiek van verzet
Als 17-jarige maakte Jaar in Chili, in 1973, de gewelddadige machtsovername door generaal Pinochet mee. Als filmmaker en beeldend kunstenaar ontwikkelde hij een ‘esthetiek van verzet’. Met tentoonstellingen, films, interventies in de openbare ruimte, debatten en kunsttheoretische teksten vraagt hij aandacht voor schendingen van mensenrechten, genocide en grensconflicten. Hij streeft ernaar om het niet-representeerbare te representeren. Zoals hij bijvoorbeeld deed met een serie werken over de genocide in Rwanda (1994), en over xenofobie in hedendaags Duitsland.


De tentoonstelling Shadows is gewijd aan twee fotoseries van Wessing, over Chili in 1973 en Nicaragua in 1978. Wessing publiceerde het beroemd geworden fotoboek Chili, een boek zonder tekst, kort na zijn terugkeer uit Chili. In een vitrine liggen omgekrulde contactvellen, aan de wanden hangen gedigitaliseerde reproducties van de foto’s, compleet met de nummering van de foto’s op de fotorol. Jaar wil duidelijk maken hoe Wessing te werk ging: toen hij voor tien dagen op reis ging, had hij tien fotorollen van elk 36 opnamen bij zich, 36 foto’s per dag. Daar deed hij het mee. Wessing wachtte het juiste moment af, en knipte. Een beeld ontstaat niet in een seconde, zei Wessing in een interview: ‘Je kunt erop wachten of mensen op een goede manier in het beeld zullen vallen.’ Je ziet het aankomen wanneer een oude man en een spelend kind elkaar gaan passeren op straat.

Universele aanklacht
Jaar is met uiterste precisie te werk gegaan. De foto’s hangen op 26 centimeter afstand van elkaar, zodat je geconcentreerd kan kijken naar elk afzonderlijk beeld. De foto’s ontstijgen aan de specifieke historische gebeurtenissen, ze zijn een universele aanklacht tegen het onrecht dat mensen elkaar aandoen. Een vrouw die een foto van haar vermiste man ophoudt voor de camera: dit gebeurt dagelijks overal ter wereld.

Jaar vraagt aandacht voor de complexiteit van iedere foto, voor zichtlijnen en compositie, hoe een weg loopt naar een schuur en verder naar een klein venster achterin waar zonlicht doorheen valt. In een vitrine aan de kopse wand van de expositieruimte hangt Wessings dummy van Chili, ooit door hem cadeau gedaan aan premier Joop den Uyl, die het object zijn leven lang heeft gekoesterd.

Niettegenstaande zijn pessimisme over de mogelijke zeggingskracht van beelden in onze tijd heeft Jaar een bijzonder indrukwekkende tentoonstelling gemaakt. Hij zegt: „Tegenover het pessimisme van het intellect stelde de filosoof Gramsci het optimisme van de wil. Dit is waar ik mijzelf bevind, al ben ik niet volledig overtuigd.”

Jaar laat zien hoe twijfel en ambivalentie de voorwaarde zijn voor een echt sociaal en politiek engagement. Tegen beter weten in ontwikkelde hij een kunstpraktijk die volkomen, in artistiek en theoretisch opzicht, overtuigt en die ook een groot publiek aan kan spreken. Shadows is een sacrale tentoonstelling die een eerbetoon is van Jaar aan het werk van Wessing. Dat is groots.