dinsdag 1 september 2015

Tomado: wie glimlacht niet die zichzelf beziet? An Icon of Dutch Industrial Photography Books Jan Versnel Photography


Tomado: wie glimlacht niet die zichzelf beziet?
Publisher: Tomado-huis, Dordrecht; Commissaris of the Queen, province Zuid-Holland
Year of publication: 1962
Binding: spiral
Size: 210 x 160 mm
Number of pages: 20
Number of illustrations: 10 black & white photographs
Type of illustrations: interior; urban landscapes; in- and exterior
Printer: Vlasveld & Co, Rotterdam
Type of reproduction: letter press printing
Photography: Jan Versnel
Design: C.L.W. Wirtz; B. van den Born (illustrations)
Text: A. Buffinga, T. Schaap
Type: promotional book (putting into service)
Collection: Jan Wingender, Leusden/the Netherlands Fotomuseum, Rotterdam

The Icons of Dutch industrial photography books 1945 1965


The heyday of Dutch industrial photography books, 1945 - 1965

Photographer Paul Huf Paul Huff: Highlights (English and Dutch Edition) once commented succinctly on his work as follows: 'They get what they ask for, but I deliver damn good work' - the very thing that makes industrial photography books so attractive. The books show work from a period during which photographers could not make a living as artists/photographers and depended on such prestigious commissions. With this highly professional approach, photographers like Violette Cornelius Violette Cornelius and Ata Kando: Hungarian Refugees 1956, Cas Oorthuys 75 Jaar Bouwen, Van ambacht tot industrie 1889-1964, Ed van der Elsken , Ad Windig Het water - Schoonheid van ons land and Paul Huf established their reputations and influenced our present-day impression of workers and entrepreneurs in the postwar Netherlands. Experimental poets and well-known writers also contributed to these books, fifty of which are on show. 'Het bedrijfsfotoboek 1945-1965. Professionalisering van fotografen in het moderne Nederland' Het Bedrijfsfotoboek 1945-1965 . 


‘Van der Togt’s Massa-artikelen Dordrecht’, dat is een bedrijfsnaam die misschien niet bij iedereen bekend is, maar ToMaDo - de afkorting ervan - vast wel. Tomado van de boeken- en afdruiprekjes. Op een kleine zolderkamer in Dordrecht is het in 1923 allemaal begonnen.
Omdat het ondernemersbloed bij de broers Jan en Willem van der Togt door de aderen stroomt, besluiten ze samen een onderneming op te richten: Van der Togt’s Massa-artikelen Dordrecht. Met de fabriek op een zolderkamertje in de De La Reystraat in Dordrecht wekken de broers toch iets te grote verwachtingen; een familielid raad ze aan om de naam af te korten, ToMaDo, ofwel Tomado.
Tomado gaat officieel van start op 1 mei 1923. Het eerste jaar maken ze een winst van 843,63 gulden winst met de verkoop van schilderijhaakjes. Begin 1924 gaan de zaken zo goed dat ze hun eerste personeelslid aannemen en verhuizen naar een andere locatie. Ze vertrekken van de zolderkamer naar een werkplaats van 100m2 aan de Cornelis de Witstraat. Weer een jaar later huren ze een gedeelte van de voormalige Lips fabriek in Dordrecht. Nu staan er al tien man op de loonlijst. In 1926 komt de eerste doorbraak met een onderzetter van gevlochten metaal. De pas opgerichte HEMA plaatst een grote order, waardoor de productie flink wordt uitgebreid.
Tijdens de crisis in Nederland die begon in 1929 blijkt de kracht van het bedrijf. Iedereen heeft op een gegeven moment wel een zeef of stamper nodig. Een deel van het succes is te danken aan het gebruik van ijzerdraad. In een catalogus uit de jaren ’30 komen is van alles te zien: een strijkboutonderzetter, conservenbliksleutel en een rekje voor reageerbuisjes.
De broers bouwen hun eigen fabriek aan de Rotterdamseweg in Zwijndrecht. De fabriek wordt geopend in 1934, Wim van der Togt is inmiddels technisch directeur en Jan van der Togt algemeen directeur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog blijft de fabriek draaiende maar vanaf 1942 hebben fabrikanten een vergunning nodig van het Rijksbureau voor IJzer en Staal, allerlei producten gaan ‘op de bon’. Begin 1943 moet Tomado volledig voor de bezetter gaan produceren, onder het toezicht van een Duitse waarnemer. In 1945 wordt het complex vrijgegeven.
1957 is het jaar van de nieuwe uitvinding: de elektrische koffiemolen. Moulinex heeft het ontwikkeld en Tomado legt contact met het bedrijf. Tomado brengt de molen als eerste op de markt onder de naam Moulinex-Tomado. Het Moulinex assortiment blijft jarenlang een belangrijke pijler onder de verkoop van Tomado. In 1969 verbreekt Moulinex de samenwerking met Tomado
Het nieuwe hoofdkantoor ‘het Tomadohuis’ in Dordrecht wordt op 13 april 1962 geopend. Het kantoor is z'n tijd ver vooruit. Het trekt veel aandacht vanuit het binnenland zowel als het buitenland.
Dan komt het grote nieuws, Tomado wordt overgenomen door het Belgische Beckaert. Begin 1971 neemt Beckaert alle aandelen van Jan en Willem van der Togt over. In 1974 wordt het Tomadohuis in Dordrecht verkocht en de fabriek in Zwijndrecht gaat in 1980 dicht.
Tomado wordt op 29 januari 1982 failliet verklaard.
Oprichter Wim van der Togt heeft eigenlijk al in 1960 - bij het neerleggen van zijn directeursfunctie - afscheid genomen van Tomado. Hij overlijdt in 1980.
Zijn broer Jan van der Togt is als Tomado 1982 failliet gaat, al tien jaar bij het bedrijf weg. Hij reist veel en verzamelt kunst. In Amstelveen laat hij een museum bouwen voor zijn kunstcollectie. Museum Van der Togt wordt in 1992 geopend. Jan van der Togt is in 1995 overleden.
Over de geschiedenis van Van der Togts Massa-artikelen Dordrecht is in 2013 een boek verschenen.

















vrijdag 28 augustus 2015

Views & Reviews The Years Shall Run Like Rabbits HELLEN VAN MEENE Photography

HELLEN VAN MEENE

For the last 20 years, Hellen van Meene (b. 1972) has ranked among the world’s top photographers. Her highly distinctive style and timeless, intimate images of young girls on the brink of adulthood have attracted international acclaim. Solo shows and group exhibitions have won her admirers in places as far away as Japan, Korea and the US. The Hague Museum of Photography now presents the first ever major retrospective of her entire oeuvre.

Hellen van Meene career took off in a big way immediately after her graduation from the Rietveld Academie (Amsterdam) in 1996. Following various group exhibitions and a solo show at the Paul Andriesse gallery in Amsterdam, her international breakthrough came with a solo exhibition at the Photographers’ Gallery in London. Since then, her work has been acquired by major museums in the Netherlands and around the world. Collections in which it can now be found include those of the Gemeentemuseum Den Haag, Victoria & Albert Museum (London) and MoMA (New York).

Although Van Meene has continued to develop and her choice of subject has widened over the past twenty years, her work has always displayed the same consistent and distinctive personal style. Whatever the nature of her photographs - whether autonomous art works, images commissioned by the New York Times or Tank Magazine, portraits of young girls in Tokyo or Los Angeles, or portraits of dogs – each of them is always and unmistakeably ‘a Hellen van Meene’.

Van Meene’s unique style is characterized by the timeless and mysterious atmosphere in her images and by her consistent use of natural light. Due to the crucial importance of lighting in her photographs, but also because of the particular way she stages her pictures of adolescent girls, her work is sometimes compared with that of major painters of the past, from Botticelli and Velázquez through to the Pre-Raphaelites of the nineteenth century.

Van Meene draws her models – often young girls – from her immediate social circle or spots them in the street. She doesn’t care who the girl is or where she comes from. For that reason, she deliberately refrains from titling her photographs; the identity of the subject is irrelevant. The photographic image represents a mere moment in time, carefully staged by the photographer; the subject may look quite different the next day – especially if she is a girl in an ‘in-between phase’, hovering on the brink of adulthood. Time flies by: The Years Shall Run Like Rabbits. What remains is a timeless image that frequently offers no clue as to whether it was produced at the start of Van Meene’s career or just this year.

To underline the intimacy of her photographs, Van Meene presents them in the form of small-format prints, forcing the viewer to come close to see them. The retrospective at the Hague Museum of Photography, consisting of over ninety photographs, is accommodated in six vivid, enclosed spaces. It extends from Van Meene’s earliest photographic works, produced in 1994, right through to her most recent images, never previously seen in the Netherlands.

The exhibition is accompanied by a book of the same name, containing an essay by Martin Barnes, Senior Curator of Photographs at the Victoria and Albert Museum, London. The publication is available in Dutch (Ludion, ISBN 978-94-9181-932-2), English (Aperture, ISBN 978-1-59711-317-5) and German (Schirmer/Mosel, ISBN 978-3-8296-0717-9).


hellen van meene has photographed awkward adolescents for 20 years And somehow makes them look timelessly elegant.
PHOTOGRAPHY Rory Satran 21 July, 2015

"Rabbits can make babies so fast that we can't even count," muses Dutch photographer Hellen Van Meene. That speed is the essence of the title of her new collection of photographs, The Years Shall Run Like Rabbits. Taken from 1994-2015, the vast majority of the images are square portraits of young women. By turns awkward, gorgeous, opaque, and inviting, the photos are beautifully composed in a way that is often compared to Dutch master paintings. But Van Meene sees them as more ephemeral, "It's about the speed of life. Also, when you are not so happy with a photograph taken, don't worry, the next day it's different."
Hellen is based in the north of Holland, but she finds her unlikely Lolitas all over the world, often by just walking around city centers and shopping malls. How does she know when an adolescent will be right for one of her delicately composed pieces? "It has nothing to do with being beautiful or not; it's more about chemistry," she says. "And this can be based on the mood they have, or the hair, or the skin, or if they are fat, brown, freckled. It's just there is something inside them that I feel. It's more like I am looking with my belly rather than my eyes."
It's with her belly that she has found subjects like the tentative redhead in her orthodontic headgear, the wanton Korean girl blowing a pink bubble, and the identical twins - loads of identical twins. The common thread, for the most part, is their youth and their in-betweenness. As Hellen says, "The faces are so open and you can have different interpretations. I prefer younger faces because it's like an open book."
Once she's done the casting, it's time to create the precise mise-en-scene. Because Hellen likes her images to have a timeless quality, she shoots them at abandoned, unrenovated Granny houses in the countryside and often styles them herself using thrift shop nighties and dresses. "In my work I like it that you don't have a clue when it's been taken. Is it this year? Or is it 20 years ago? or 40 years ago?" she says.
The forgotten homes she likes to shoot in are a dying breed. She speaks of them with a hint of nostalgia: "Those houses are getting very rare in the Netherlands. Everyone, even the grandmothers, are getting very hip now. I almost feel responsible to document these kinds of houses. Sometimes things go quicker than I wish they would." The image on the cover of the book features the pea green geometric wallpaper of a house that Hellen had cycled by for years before finally getting access to. It's a little slice of Dutch design memory.
But for all her careful planning, Hellen is still ruled by her intuition. And after twenty years of making pictures, she's confident in her approach. "I'm not a researcher," she says. "It's not like, 'Did someone already did this or that?' I don't care. It's my invention. Children have been done, dogs, houses, you name it, it's been done. Everything has been done. But, not by me."
With their perfect square shape, you would think that her photographs would find a welcome home on Instagram. But while there's definitely a healthy #hellenvanmeene hashtag, you won't find the photographer on the platform any time soon; she's quite anti. "I don't like to share photographs with the rest of the world in that way," says Hellen. "When I take a new photograph, I will never share it with anyone [right away]. I keep it with myself as if it is a new baby that's been born. I don't want to share it with the rest of the world unless I know that it has been settled and grown up."
The 183 photos in Hellen's new book are all grown up works, and together they tell a compelling and open-ended story.
Hellen Van Meene's work will be on view at the Foto Museum in the Hague from August 29-November 29, 2015.
The Years Shall Run Like Rabbits is now available from Aperture

The Years Shall Run Like Rabbits

Photographs by Hellen van Meene

Introduction by Martin Barnes Text by Joost Zwagerman

"The 183 photos in Hellen's new book are all grown up works, and together they tell a compelling and open-ended story." —i-D, July 21, 2015

Over the last twenty years, Hellen van Meene has produced a complex body of work, offering a contemporary take on photographic portraiture. Characterized by her exquisite use of light, formal elegance, and palpable psychological tension, her depictions of girls and boys on the cusp of adulthood demonstrate a clear aesthetic lineage to seventeenth-century Dutch painting. Van Meene captures the intimacy in the photographer/subject relationship, bringing out a sense of honesty and vulnerability from within her models and highlighting the beauty of imperfection. She carefully poses her subjects in their environments to emphasize their fragility, adding a palpable tension to the photographs. At the same time, she captures them at deeper, more introspective moments—masterfully moving between the staged nature of the portraits and the real experiences of her subjects. The combination of van Meene’s instinctive understanding of the universality of adolescent experience and the highly intimate collaboration between photographer and model makes for powerful portraits that resonate long after viewing. This book brings together more than 250 images, for the most comprehensive presentation of the artist’s work to date.

Hellen van Meene (born in Alkmaar, the Netherlands, 1972) studied photography at the Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam. Her work has been exhibited internationally and is in the collections of major museums around the world, including the Guggenheim Museum, New York; Stedelijk Museum, Amsterdam; Victoria and Albert Museum, London; Art Institute of Chicago; Brooklyn Museum; Museum of Contemporary Art, Los Angeles; and San Francisco Museum of Modern Art. This will be her fifth monograph. The others include Hellen van Meene: Portraits (Aperture, 2004); Hellen van Meene: Japan Series; Hellen van Meene: New Work; and Hellen van Meene: Tout va disparaître.

Martin Barnes (introduction) is the senior curator of photographs at the Victoria and Albert Museum, London. In addition to curating numerous touring exhibitions in the UK, his curated exhibitions at the museum include Shadow Catchers: Camera-less Photography (2010). Barnes writes on contemporary photographers for such publications as Aperture and Portfolio, as well as for exhibition catalogues.
Joost Zwagerman (text), Dutch writer, poet, and essayist, was awarded the Gouden Ganzenveer prize in 2008 for his contributions to Dutch literary culture.

Hou op met die foto's van gekwelde meisjes

DOOR JHIM LAMOREE 28 augustus 2015

Een overzichtstentoonstelling in Den Haag van Hellen van Meene, fotografe van Ophelia’s met slecht zittend ondergoed. Helaas, empathie voor de aandoenlijke ongemakkelijkheid van pubers heeft zij niet.

In een groen groen knollenknollenland staat een mollig meisje heel parmant. Ze neemt een uitdagende pose aan langs een sloot op het platteland. Enigszins wijdbeens en met opgetrokken armen achter haar hoofd in een voor haar jonge leeftijd ouwelijke jurk. De uitdrukking op haar gezicht vertelt een ander verhaal dan haar verleidelijke houding. Haar toegeknepen ogen en mond verraden onbegrip. Je ziet haar denken: hoe lang moet ik zo nog blijven staan?

Deze puber is seksueel nog niet ontwaakt. Ze wordt gedwongen haar onschuld op te geven, maar heeft geen idee hoe dat te doen. Kijken we hier naar een artistieke verbeelding of naar een kwelling?

Welkom in de fotografische natte droom van Hellen van Meene (Alkmaar, 1972). Het Fotomuseum Den Haag opent dit culturele seizoen met een retrospectief van haar oeuvre, dat na haar afstuderen aan de Rietveld Academie in 1996 meteen door galeries, fotografische instituten en jury’s van prijzen werd opgepikt. De fotografe wordt op handen gedragen. Eerder dit jaar verscheen een kloek boek met een overzicht van haar oeuvre – kennelijk rolde zo het retrospectief in het Fotomuseum door de deur. Dat overzicht maakt zonneklaar dat van ontwikkeling in haar oeuvre nauwelijks sprake is. Wel zie je heel veel varianten op hetzelfde thema van gekwelde meisjes die nog geen bakvis zijn. Je struikelt over de Ophelia’s met slecht zittend ondergoed.

De puber is niet weg te slaan in de fotografie sinds de jaren negentig. Rineke Dijkstra, Arno Nollen, Lisa Sarfati en vele anderen ontfermden zich over het onderwerp. Net als Hellen van Meene. Met het grote verschil dat Van Meene helemaal niet is geïnteresseerd in de ander, maar louter in zichzelf. Empathie voor de aandoenlijke ongemakkelijkheid van pubers heeft zij niet. Ze kneedt ze als klei tot de herinnering die ze van zichzelf heeft. Ze zijn ledenpoppen voor haar. ‘Ik arrangeer alles tot in het kleinste detail,’ zegt Van Meene zelf.

Als ik naar zulke foto’s kijk voel ik me plaatsvervangend ongemakkelijk. Na een paar gezien te hebben weet ik het ook wel.

 Fotomuseum Den Haag: Hellen van Meene, ‘The Years Shall Run Like Rabbits’. Van 29 augustus tot en met 29 november.











woensdag 26 augustus 2015

Without Photos It has not Happened Data Rush Noorderlicht Photofestival 2015 Photography


23 Aug - 11 Oct 2015 Noorderlicht Photofestival 2015 Data Rush

From 23 August until 11 October, Noorderlicht returns with DATA RUSH to the Old Sugar Factory in Groningen for the 22nd Noorderlicht International Photofestival.

In the main exhibition DATA RUSH, internationally renowned photographers and multimedia artists take stock of the digital era. We surround ourselves with virtual networks, but to what extent do we still have control over our data? DATA RUSH is coupled with two sideline exhibitions and an in-depth programme focusing on the theme of privacy and surveillance.

Curator Wim Melis: “We have opted for a topical and at the same time challenging theme. The data traffic, which affects all aspects of our lives and the entire virtual society, is invisible to the naked eye. How do you photograph something that is barely photographable?”

See for a review : Noorderlicht Photofestival grapples with information overload

Fotomanifestatie
Op Noorderlicht tonen zo’n vijftig kunstenaars het spanningsveld tussen digitale vrijheid en de strijd om data.

Door TRACY METZ 25 AUGUSTUS 2015

Fotograaf Mintio legde het gebrek van de bewegingen van gamende tieners vast. In de drie tot tien minuten van de opnamen bewogen ze nauwelijks. 180 graden gedraaid, door de ogen van de gamer, legde ze vervolgens verschillende lagen van de game vast.

Bij mijn recente verhuizing kwam mijn eerste echt draagbare laptop na jaren weer eens te voorschijn. Wat een sexy ding was dat destijds! Best duur toen, maar klein, licht – naar de maatstaven van toen – en zelfs met een draaibare camera in de deksel. Overal jaloerse blikken. Nu haal ik hem uit de hoes en voel een zekere meewarigheid: oh ja, zo was het toen. Alsof ik naar een oud fotoalbum keek.

Noorderlicht, t/m 11 oktober. Oude Suikerfabriek, Groningen. Meer informatie: noorderlicht.com

Ook kunstenaar Rutger Prins zag zijn oude laptop als de belichaming van een tijdperk in zijn eigen leven. „Die laptop herinnerde me aan de tijd waarin ik op school werd gepest en waarin mijn moeder ziek werd”, zegt hij, „maar ook aan de ontdekking van het internet.” Hij besloot dat tijdperk af te sluiten door de destructie van de laptop te documenteren. Op een grote, superscherpe foto zien we die ontploffen en in talloze stukjes uit elkaar vliegen. De werkelijkheid is anders: Prins haalde hij het apparaat zelf helemaal uit elkaar en hing al die stukjes aan visdraad als een sculptuur, die hij vervolgens in vele lagen fotografeerde en over elkaar heen monteerde.

Hij is een van de ruim veertig kunstenaars die onze verhouding tot het digitale onderzoeken in Data Rush, de indrukwekkende hoofdtentoonstelling van fotofestival Noorderlicht in Groningens voormalige suikerfabriek. Samenstellers Wim Melis en Hester Keijser hebben uit de hele wereld fotografen bij elkaar gebracht die niet alleen de vervlechting laten zien van onszelf met onze data en onze beelden en onze apparaten – maar ook de onderliggende mechanismen van macht, controle, veiligheid en privacy. „Fotografie is de spreekbuis die we gebruiken om onze digitale aanwezigheid kenbaar te maken”, schrijft Keijser in haar inleidende essay, maar fotografen zijn tegelijkertijd de klokkenluiders die ons met de gevolgen daarvan confronteren.

Ontwerpsoftware
De Britse kunstenaar James Bridle gebruikt de software waarmee architecten hun ontwerpen tot leven wekken, om ons door de ruimtes te leiden waar vluchtelingen worden opgevangen, verhoord en bewaard. „De ruimtes die verscholen blijven achter wetgeving en onverschilligheid”, noemt hij ze. Maar stel dat wij als goede burgers willen helpen, bijvoorbeeld bij de grensbewaking, dan kan dat, dankzij diezelfde technologie. Waltraut Tänzler toont het eerste publieke online surveillance-programma, dat de grens tussen Mexico en de VS in de woonkamer laat zien. Je geeft je op als Virtual Texas Deputy, dan kun je meekijken en de autoriteiten mailen als je iets verdachts ziet.

Waar er op de beelden van Bridle geen mens te zien is, in het werk van de Bangladeshi-Amerikaan Hasan Elahi zijn het er zeker zeventigduizend: allemaal van hemzelf en zijn omgeving. Nadat de FBI hem zes maanden lang ten onrechte als terrorist had onderzocht, besloot Elahi de FBI te ‘helpen’ door zichzelf te volgen. In tien jaar tijd is dat een gigantisch ‘dossier’ geworden, inclusief borden eten, een beeldscherm, een vliegtuig en het toilet. Het resultaat is een groot rechthoekig paneel, ruwweg op kleur gesorteerd, dat laat zien hoe het individu in zijn eigen big data verzuipt. Alles omwille van de veiligheid.

Hallo World!
Voor ons dagelijks leven is internet een sociale ‘plek’ waar beeld steeds belangrijker wordt. Het beeld wordt het doel op zich, merkte Dina Litovsky bij het fotograferen van het uitgaansleven in New York: de foto’s van de feesten zijn belangrijker dan het feesten zelf. Op de foto’s van Catherine Balet is geen gebeurtenis echt gebeurd zonder dat alle aanwezigen er foto’s van maken: een baby, een verjaardag, alles wordt bijgelicht met het blauwe schijnsel van onze schermen. En daar maakt zij weer foto’s van. Het beeld is subject en object tegelijk, ook in de montages van Hannes Hepp, die vervreemdende droomwereld maakt aan de hand van chatrooms waar vrouwen de digitale bezoeker beloven meer te laten zien als ze ‘private time’ kopen.

De overdaad aan beeld en communicatie vliegt je naar de strot als je het werk ziet van de Amerikaan Christopher Baker, een reusachtige wand met wel tweeduizend vierkantjes met video’s van mensen die tegen een webcam of skype praten. ‘Hallo World!’ heet het werk – maar luistert de wereld ook? Andersom is het juist de schraalheid van de communicatie op sociale media die je aangrijpt in het project van Nate Larson en Marni Shindelman. Dankzij de locatiegegevens bij Twitter konden ze de plek fotograferen waar de tweets werden verzonden. Vanaf een leeg vliegveld: ‘Sooo can someone text me to keep me company?’

Te veel, te weinig, te openbaar, te gesloten. Zoals we zonder na te denken de lucht inademen consumeren we gulzig breedband, om ons met de ander te verbinden, maar ook met onszelf. Voor zijn ‘The Quantified Self’ volgde Travis Hodges mensen die alles van hun eigen lichaam vastleggen. Ene Rachel ging haar eigen slaapgedrag volgen en kwam tot de even nuchtere als huiveringwekkende conclusie dat „mijn iPhone mij beter kent dan ikzelf”.

Een versie van dit artikel verscheen op dinsdag 25 augustus 2015 in NRC Handelsblad.
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Media BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.












dinsdag 25 augustus 2015

Views & Reviews Soldier in Hitler's Army 35 Bilder Krieg Lukas Birk Photography


35 Bilder Krieg (35 Pictures War)
Lukas Birk
18 x 23 cm, 76 p,  saddle stitched 
English & German foreword 
ISBN 978-3-9502773-7-1
Edition of 500 

"35 Bilder Krieg is an emotional part of my personal archive with images taken by my grandfather during World War 2 and an introduction reflecting on the odd relation my generation has to this period of time and the involvement of our grandparents in it."


soldier in Hitler's army.
by Miss Rosen Aug 9th, 2015

Lukas Birk found an envelope with the title “35 Bilder Krieg” (literally, “35 Pictures War”) written with a pencil. He recognized the handwriting. It belonged to his paternal grandfather, who had been a Lieutenant in the Austrian military when Nazi Germany annexed the country in 1938, and automatically became a part of Hitler’s army. Birk does not know the role his grandfather played in the war, and he has no one to ask, for anyone who might have spoken of it took his or her secrets to the grave.
Birk collected the photographs together in 35 Bilder Krieg, a self-published book with a special edition of 500 copies, which is now available on his website. Speaking with Crave, Birk reveals, “My grandfather Viktor was Czechoslovakian, born just before World War I and the fall of the Habsburg Empire. Though he came from an aristocratic background, the abolishment of titles and positions left the family without much financial support. Hence Birk is not our ‘real’ family name. He ‘Germanized’ his name either during or before enrolling into the Austrian military academy."


“His wife, my grandmother, came from a political family," says Birk. "Her father was governor of one of the provinces as well as Chancellor of Austria between the wars. He shortly held an administrative role in the government after annexation but was also briefly imprisoned by the Nazis. The details and connections are rather hard to grasp now and still in discussion by historians." 
Part of the second-generation born after World War II, Birk was raised in a culture that did not speak of the reality of the war. The past had been muted and subdued. The great truths of the war had been reduced. “All my grandmother constantly repeated was that everybody had it bad, ‘We had enough to eat because we had cows and sheep. The children in the neighborhood would always come to us when they were hungry! But Hitler built all the streets and in the beginning everybody had work. He also introduced child-support. In the countryside we had no idea what he did with the Jews.’"
Says Birk, “Where my grandfather exactly was during the war as soldier I am not sure. I only know he was in Russia where he was captured and held captive for less then a year. When the war ended and Austria became an independent country again he was offered positions at the army again but refused. According to my mother, he never talked about the war and disliked uniforms. What he saw must have deeply marked him. He was the director of an insurance company for most of his civil carrier."


Birk remembers things were, “Hush-hush stories about my maternal grandfather’s long years of imprisonment in Yugoslavia and the apparent near-assassination of my paternal grandfather.” Yet it was this grandfather who kept the envelope titled “35 Bilder Kreig” and passed it along to his son. And now that his son had died, it fell into Birk’s hands.
My grandfather passed in the year I was born so all I know are stories of what a handsome, gentle and patient man he was. He was a collector of things and took pleasure in card games and smoking cigarettes. My father never talked much about his grandfather and as he has passed a few years ago I cannot ask him anymore. Finding these images was a great surprise."
The envelope contained 35 film negatives. Birk, a photographer, enlarged the negatives, discovering they had been made by three different cameras. He recognized his grandfather in a few of the photographs, as well as scenes of Paris, destroyed cities and bridges, a port city and winter landscapes, tank maneuvers, and firefighters at work.
“All his life he was an amateur photographer and developed his own films. He also taught my father photography who then taught me. There are countless photographs of mountaineering trips my grandfather undertook in Austria, Switzerland, and Italy. He and his wife also travelled a lot in Europe and I have much of his documentation from that time. But the images in 35 Bilder Krieg are the only ones I have ever seen from the war.”


Birk further observes, “What baffles me is the disconnection between my generation and the one of our grandparents who lived during these times. Our grandparents didn’t talk about the war. Their children were to afraid to ask them because they felt the pain and trauma they had endured. My mother’s father was in a labor camp in Yugoslavia for six years (four of those years after the war had already ended) building a spa resort on the Croatian coast line. He was malnourished for most of the time and had eating disorders all his life because of that.
“If any of our grandparents would talk about the war, it would be fragmented and unemotional. The time and its memories were suppressed. They wanted to forget. The war was never a subject of discussion on our dinner table yet it was a huge subject in our education. A very one-side education explaining only the terrible things that had happened. An education of guilt and trauma. But my generation has nothing to do with this guilt! We want emotional answers because why should we feel guilt for something we cannot even comprehend. 
“Veterans like my grandparents never had the chance to process. They were not allowed to talk about it in clubs or gatherings. Unlike in the U.S. or other countries where there is a veteran’s organization for soldiers, offering psychological help. No matter if you killed civilians in Germany, Vietnam, Korea, Afghanistan, or Iraq you can sit together with your fellow soldiers and talk about it. You did good, right or wrong, followed orders or committed thoughtless atrocities you can process the past. There was a generation of German and Austrian men who were not allowed to do so because they would be called Nazis.”
A book title by Joseph Kessell came to Birk’s mind: Zeuge in heilloser Zeit, which translates as “Witness in Hopeless Times.” He explains, “Heilos comes from Heil, known in English solely as the Nazi greeting, but in Gernan it means health or salvation. Heilos means without salvation, or beyond healing. Heilos! Maybe all violent times can be described as such.”
Miss Rosen is a New York-based writer, curator, and brand strategist. There is nothing she adores so much as photography and books. A small part of her wishes she had a proper library, like in the game of Clue. Then she could blaze and write soliloquies to her in-and-out-of-print loves.

See also

Memories of my Service in the Army in Kaufbeuren Germany WWII Private Photobook Photography