maandag 22 mei 2017

Every Photo by Stanley Greene was a Statement Photojournalism Photography


STANLEY GREENE
The death of a poet

BY OLIVIER LAURENT
Stanley Greene wasn’t just a war photographer—a label he both embraced and despised. He was also a poet who always searched for dignity, justice and larger truths in every one of his photographs. A passionate lover of life, he defied death across the years, whether on the front lines or at home. But, after a long fight with cancer, one of America’s greatest photographers died Friday morning surrounded by his closest friends and colleagues. He was 68.


Elke foto van Stanley Greene was een statement
Necrologie
De vrijdag overleden fotograaf Stanley Greene (1949-2017) wilde verschrikkingen laten zien zonder zijn gevoel voor poëzie te verliezen.
Rosan Hollak
19 mei 2017

Op deze foto uit 2010 staat Stanley Greene nadat hij een lezing heeft gegeven op het St Restitut, France.
Foto Jerome Delay/AFP

„Fotografie is niet een intentie, het is een vraag. A click, a tic, a crack in time. En het beeld geeft soms het antwoord.” Zo verwoordde de Amerikaanse fotograaf Stanley Greene, die vrijdag in Parijs op 68-jarige leeftijd overleed aan kanker, vorige maand nog zijn visie op de fotografie. Beeld was voor hem, als bevlogen fotograaf die de afgelopen vijfentwintig jaar werkzaam was in conflictgebieden, belangrijk. Maar ook de invloeden van poëzie, literatuur, schilderkunst en theater speelden een grote rol in zijn leven.

Tijdens de Sem Presser-lezing, afgelopen april in het Compagnietheater in Amsterdam, vertelde Greene, in de vorm van een lang gedicht, zijn levensverhaal terwijl zijn fotografische werk op de achtergrond werd geprojecteerd. Beginnend met de portretten van zijn ouders en eindigend met zwart-wit beelden uit Rusland en een portret van zijn laatste liefde, wist Greene op een ontroerende manier zijn publiek mee te voeren naar de belangrijke plekken uit zijn leven.

Dat leven begon in 1949 in Brooklyn in New York waar Greene werd geboren in een acteursgezin. Aanvankelijk begon hij zijn carrière als schilder maar begin jaren 70 stapte hij, op aanraden van de legendarische fotograaf W. Eugene Smith bij wie hij assisteerde, over op de fotografie. Greene, in die tijd lid van de Black Panther-beweging en als activist actief tegen de oorlog in Vietnam, begon te fotograferen in de modescène in New York. Zijn besluit om fotojournalist te worden kwam pas met de val van de Muur in Berlijn, waar hij in 1989 getuige van was. Vanaf dat moment begon hij reportages te maken in het voormalige Oostblok.


Zijn doorbraak kwam in 1991, toen hij de staatsgreep in Moskou fotografeerde. Vanaf 1994 tot 2003 maakte hij meer reportages in en rond Rusland: indringende beelden over de ondergang van het communisme en de ellende tijdens het conflict in Tsjetsjenië. De foto’s, waaronder het huiveringwekkende beeld van de contouren van een lijk in de sneeuw bij Grozny, werden in 2004 gebundeld in het fotoboek Open Wound. Rond die tijd was Greene, inmiddels wonend in Parijs en werkzaam bij fotoagentschap VU voor bladen als The New York Times Magazine, Newsweek en Paris Match, al een gevestigd fotograaf en ging hij op pad naar conflictgebieden waaronder Rwanda, Afghanistan, Irak, Darfur en Syrië.



Daar maakte hij veel confronterende, deels ook poëtische, beelden van de ellende die de burgerbevolking treft. Beelden waarmee hij ook diverse keren werd bekroond bij onder meer World Press Photo. „Een foto van Stanley Greene is een statement”, zegt zijn vriend en collega Kadir van Lohuizen. Volgens Van Lohuizen, samen met Greene medeoprichter van fotoagentschap NOOR, weigerde Greene ‘objectief’ te zijn. „Hij had een mening over een conflict, dat zag je terug in zijn fotografie.” Wat dat betreft was Greene een politiek fotograaf met een eigen signatuur, aldus Van Lohuizen. „Hij was niet uit op sensatie, eerder een echte doorbijter die zich volledig in een kwestie verdiepte. Hij fotografeerde vaak op een indirecte manier: je ziet de ellende, maar het is tegelijkertijd respectvol en humaan.”

Van Lohuizen werkte met Greene in Libanon en vanaf 2005 aan een project over de gevolgen van orkaan Katrina in New Orleans. „Daar kwamen we op het idee om een eigen fotoagentschap op te zetten. Internationale media begonnen in die tijd steeds minder te betalen voor fotografie. Wij wilden een groep onafhankelijke fotografen bij elkaar brengen die, niet meer in opdracht werkten, maar hun eigen verhalen gingen brengen, digitaal en niet meer voor de papieren krant.”

Het plan slaagde. In 2007 werd NOOR in Amsterdam opgericht. Aan dit agentschap bleef Greene tot zijn dood verbonden. Hij vond bij dit bonte gezelschap fotografen en medewerkers niet alleen inspirerende medestanders maar ook de familie die hij in zijn dagelijks leven ontbeerde. Een gemis dat hij in 2009 tot uitdrukking bracht in het fotoboek Black Passport, een egodocument waarin hij zijn fotoseries afwisselde met persoonlijke portretten van vrouwen en vriendinnen. Ongegeneerd beschrijft Greene zijn verslaving aan gevaar, waardoor hij telkens weer besluit te vertrekken naar conflictgebieden, en de pijn en verwarring die deze levensstijl met zich meebrengt. Want uiteindelijk moest de liefde het steeds ontgelden.

Greene, die in 2008 bekend maakte dat hij besmet was met het Hepatitis C-virus, worstelde de laatste jaren met zijn gezondheid. Ook al was hij recent, met behulp van nieuwe medicijnen, genezen verklaard, toch had het virus zijn lever zodanig aangetast dat hij niet meer kon herstellen. Sinds anderhalf jaar had hij leverkanker. Desondanks reisde hij in februari dit jaar nog naar Noord-Rusland voor een nieuw project: een roadtrip met als thema ‘100 jaar na de Russische revolutie’. „De eerste foto’s van dit project heeft hij nog kunnen leveren”, zegt Van Lohuizen. Maar een week geleden werd Greene met spoed opgenomen in een ziekenhuis in Parijs. Tegen zijn wil, want na twee dagen gaf hij al te kennen dat hij weer aan de slag wilde. Terug naar Rusland. Het werd hem niet meer gegund. Dat hij ergens moet hebben geweten dat die mogelijkheid er niet meer zou zijn, bleek wel uit de songtekst die hij, tijdens de Sem Presser-lezing, voordroeg. Geëmotioneerd citeerde hij de laatste regels uit het nummer Both Sides, Now (1969) van Joni Mitchell.

I’ve looked at life from both sides now From up and down, and still somehow It’s life’s illusions I recall I really don’t know life at all…


donderdag 18 mei 2017

Rijksmuseum Amsterdam Buys first ever Photo book Photographs of British Algae Anna Atkins


Photographs of British Algae: Cyanotype Impressions

Artist:Anna Atkins (British, 1799–1871)
Date:1843–53
Medium:Cyanotypes
Dimensions:Image: 25.3 x 20 cm (9 15/16 x 7 7/8 in.) each

The first book to be photographically printed and illustrated, Photographs of British Algae was published in fascicles beginning in 1843 and is a landmark in the history of photography. Using specimens she collected herself or received from other amateur scientists, Atkins made the plates by placing wet algae directly on light-sensitized paper and exposing the paper to sunlight. In the 1840s, the study of algae was just beginning to be systematized in Britain, and Atkins based her nomenclature on William Harvey's unillustrated Manual of British Algae (1841), labeling each plate in her own hand.

Although artistic expression was not her primary goal, Atkins was sensitive to the visual appeal of these "flowers of the sea" and arranged her specimens on the page in imaginative and elegant compositions. Uniting rational science with art, Photographs of British Algae is an ambitious and effective book composed entirely of cyanotypes, a process invented in 1842 by Sir John Herschel and long used by architects to duplicate their line drawings as blueprints.

Amsterdam’s Rijksmuseum has bought a copy of what is said to be the oldest book of photography in the world – a study of British algae dating from 1843. The photographs were taken by British female photographer Anna Atkins, a botanist whose husband John was a friend of Sir John Hershel, inventor of the cyanotype photographic process in 1842. A year later Atkins began to use the process to take photograms of seaweed by placing the dried algae directly on the cyanotype paper which was then exposed to light. Atkins published the first edition of Photographs of British Algae: Cyanotype Impressions in October 1843.  At present, about 20 complete or incomplete editions of the book are known to be in existence. Each edition differs in composition and size. The book acquired by the Rijksmuseum is a rare example because of the large number of photographs (307), the excellent condition of the photographs, and the 19th-century binding. The Amsterdam museum bought the book at the beginning of this year from a New York artist named Michele Oka Doner for €450,000, making it the Rijksmuseum’s most expensive photography purchase. The book will take centre stage at an exhibition on 19th century photography which opens on June 17.


Rijksmuseum koopt allereerste fotoboek
Fotografie
Voor 450.000 euro heeft het Rijksmuseum een fotoboek uit 1843 gekocht van Anna Atkins, de eerste vrouwelijke fotografe.
Daan van Lent
18 mei 2017

Afbeeldingen van zeewier in Photographs of British Algae van Anna Atkins.
Beeld Rijksmuseum

Het allereerste fotoboek in de wereld. Vanaf 1843 in tien jaar tijd gemaakt door de eerste vrouwelijke fotograaf. Dat is de nieuwste aanwinst van het Rijksmuseum, dat deze donderdag de aankoop van Photographs of British Algae van Anna Atkins (1799-1871) bekendmaakt.

Atkins was een botanicus die besloot illustraties te maken bij een destijds net verschenen handboek van zeewieren. De auteur daarvan had uit tijdgebrek dat handboek niet geïllustreerd. Atkins besloot de eerste fotografische technieken aan te wenden om dat wel te doen.

Atkins gebruikte nog geen fotocamera, maar maakte zogeheten cynatopieën. Ze legde het gedroogde zeewier op in water ondergedompeld papier en liet het zonlicht er vijf tot vijftien minuten op inwerken. Door gebruik van twee ijzerzouten in het water kreeg het papier een ‘Pruisisch blauwe’ kleur, waarop het wier na het drogen een witte afdruk achterliet. Deze blauwdruktechniek, die later vooral door architecten zou worden gebruikt, was in de tijd van Atkins de enige simpele manier van contactafdrukken maken, uitgevonden door Sir John Herschel. Atkins en haar man waren bevriend met Herschel en met fotografiepionier William Henry Fox Talbot van wie zij technieken leerde.

Atkins liet haar blad voor blad gemaakte afdrukken binden in een oplage van tussen de twintig en dertig boeken en gaf deze cadeau aan andere botanici. Volgens conservator fotografie Hans Rooseboom van het Rijks zijn er nog ongeveer twaalf exemplaren in goede staat bekend, die in bezit zijn van onder meer de British Library en de Royal Society in Londen en het Metropolitan Museum en de New York Public Library.

Elk exemplaar is uniek. Op de helblauwe pagina’s staan 307 afbeeldingen van wieren in allerlei vormen: streepjes, draden, vlekken of wolkachtige vormen. Woensdag toonde het Rijksmuseum het boek aan een groep journalisten. Zonder de labels met Latijnse namen van de wieren, zouden het ook abstracte werken van een hedendaags kunstenaar kunnen zijn. Het werk ligt volgens het Rijksmuseum dan ook op de grens van wetenschap en kunst. „Atkins had een wetenschappelijke benadering, maar inmiddels zien we de fotografische, visuele en estethische kwaliteiten van haar werk. Er zijn verschillende kunstenaars die deze techniek nu gebruiken”, aldus Rooseboom.

Het Rijksmuseum kocht begin dit jaar het boek, waar het jarenlang naar had gezocht, van de New Yorkse kunstenaar Michele Oka Doner. Hoe zij aan het werk is gekomen, weet het Rijks „nog niet”. De aanschaf van Photographs of British Algae kostte 450.000 euro, waarmee het de duurste aankoop op het gebied van fotografie is die het Rijks ooit heeft gedaan. De BankGiro Loterij, de familie Cordia en het Paul Huf Fonds maakten het mogelijk. Op de tentoonstelling New Realities. Fotografie in de 19de eeuw, die op 17 juni wordt geopend, zal het Rijks een hele zaal wijden aan het boek.

Rijksmuseum krijgt fotografie-schenking: 35 zeegezichten
05-05-2017 AGENDA  NIEUWS  Door: Jasper van Bladel

Het Rijksmuseum heeft een genereuze schenking van ruim 35 fotografische zeegezichten ontvangen van een particuliere verzamelaar. Dit genre is voor de omvangrijke fotocollectie van het Rijksmuseum compleet nieuw. De schenking bevat verrassende werken van voornamelijk eigentijdse internationale fotografen als Viviane Sassen, Chip Hooper, Franco Fontana, Jo Ractliffe, Chris Mc Caw en van Simon van Til. Van 17 juni t/m 17 september 2017 is een selectie van dertien werken te zien in de presentatie 'Sea Views' in de Philipsvleugel van het Rijksmuseum.

De collectie zeegezichten is met veel zorg, aandacht en liefde over een periode van 10 jaar door een particuliere verzamelaar bij elkaar gebracht. Elk werk is een intensieve oefening: een spel met lucht, licht en getij. De foto’s tonen de hand van de fotograaf én de rijkdom van de fotografie. De resultaten zijn totaal verschillend: de zee in het zwart of azuurblauw. Sommige werken zijn monumentaal, andere klein en intiem. In Sea Views zijn dertien foto’s van zeegezichten te zien. In Sea Views wordt een begeleidende film van Jochem van Laarhoven getoond.


Seascape Mar Ligure, Franco Fontana, 2005

Het zeegezicht
Nederland en de zee is een geliefd thema in het Rijksmuseum. In de 17de eeuw tekende Willem van Velde de kust voor Kijkduin en Terheijden in reusachtige en minutieuze pentekeningen. Jan Toorop verloor zich in de late 19de eeuw in de golvende zee voor Katwijk. Door de genereuze schenking zijn nu ook hedendaagse zeegezichten aan de collectie toegevoegd.

New Realities. Fotografie in de 19de eeuw
Gelijktijdig met Sea Views is in de Philipsvleugel een grote overzichtstentoonstelling 19de-eeuwse fotografie te zien. Driehonderd foto’s uit eigen collectie geven een beeld van hoe gevarieerd de fotografie was direct na haar uitvinding in 1839. Topfotografen als William Henry Fox Talbot, George Hendrik Breitner, Willem Witsen en Gustave Le Gray verschijnen zij aan zij met anonieme verrassingen die nog niet eerder zijn getoond.














woensdag 17 mei 2017

Views & Reviews The Swiss Nomad Yallah Sahara Paul Bowles Peter W. Häberlin Photography

Yallah
by Haeberlin, Peter W
Zurich: Manesse, 1956. 1st Edition. 83pp. Quarto with black cloth boards and white lettering to spine. Black endpapers and decorated with B&W photos. Haeberlin's first edition, published before the American English edition in German. A photographic essay about a Northern African tribe, with text by Paul Bowles.

26 OCTOBER 2012 - 10 MARCH 2013, VILLA CIANI - LUGANO

Sahara. Peter W. Häberlin. Photographies 1949-1952
The mysterious life of a great Swiss photographer who died before his time is recounted through his work and travels in the mythical Saharan desert.
100 years after his birth, Switzerland rediscovers Peter W. Häberlin.

The exhibition entitled SAHARA is dedicated to the Swiss photographer WERNER HÄBERLIN (1912 - 1953) and is the seventh project of the “Esovisioni” exhibition cycle. This cycle is a long-term project of the Museo delle Culture in Lugano and has the objective to define a sort of “map” describing how the West has viewed (and judged) the Others. During their research, the museum staff unearthed the traces of Häberlin’s life through the diaries and accounts of his friends, travelling companions and remaining relatives. It was a fascinating and adventurous project which now allows the visitor to discover the work of one of the greatest Swiss photographers of the past century. After two years of intense collaboration with the Swiss Foundation of Photography in Winterthur, the exhibition presents a rich selection of first prints, which were developed from the negatives conserved at the aforementioned Foundation.

HÄBERLIN’S SAHARA
His passion for the African continent might be seen as his own personal reaction to the dramatic war years, and as a yearning for an uncontaminated place which was not yet traumatised by conflict. A continent with the possibility of an ideal society; where man maintains an authentic relationship with nature. His photographs portray the African people in a sort of timeless dimension, and the documentary intention is replaced by observation and contemplation. His ethnographic subjects are projected into a philosophical and symbolic environment, and the photographer’s search for beauty reveals his own inner spiritual quest. Häberlin travelled between 1949 and 1952. These were slow journeys, without any haste. A sort of personal exploration of the world, in which real facts are eclipsed by a poetical disenchantment. His photographs are exposed to such direct light, that the portraits resemble carvings that leave no room for shadows. Some of his photographs were published posthumously in 1956 in the book Yallah, with a foreword by the American author Paul Bowles. One of the most famous American weekly magazines, The New Yorker, reported that it was the work “of one of the great photographers of our times, capable of showing, as only art can, what would otherwise have remained hidden”. The book was completed by Häberlin’s father with the help of Paul Bowles, and Häberlin’s photographs seem to be the photographic evidence of the descriptions in Bowles own masterpiece, The Sheltering Sky, which was made into a film by Bernardo Bertolucci. However, most of Häberlin’s photographs have remained unpublished to this present day, and this explains our desire to rediscover his work a centenary after his birth.

THE EXHIBITION
The Museo delle Culture presents 128 photographs that are displayed according to the various characteristics that portray Häberlin’s view of the world. They are displayed for the first time to a general public and were specifically developed for this exhibition from the negatives which are conserved by the Swiss Foundation of Photography in Winterthur. The exhibition is enriched by a selection of exhibits from the Tuareg material culture, on loan from the collections of the Museo nazionale di antropologia ed etnologia dell'Università degli studi di Firenze. The exhibition itself is a “journey within a journey”, following the same steps that Häberlin took over sixty years ago. Each of the exhibition sections - «Il viaggio», «L’assoluto», «Geometrie», «Il villaggio», «Le forme del quotidiano», «La memoria»; «Il mondo interiore» - are introduced by an extract from the letters that Peter W. Häberlin wrote to his wife during his first Saharan journey in 1949.

PETER WERNER HÄBERLIN
Häberlin made his trans-Saharan reportage between 1949 and 1952: a vast series of photographs from four journeys, where he followed the ancient caravan routes from Algiers, crossing the Saharan desert until he reached the North of Cameroon. Shortly after returning from his last trip, Häberlin died in a tragic accident in 1953, in the midst of his preparations for a new voyage to Mexico. Häberlin’s biography still remains a mystery today. Although challenging, it was very exciting to retrace his existential and professional steps in order to outline his travels, acquaintances and worldviews. He was born in 1912 in the rural village of Oberaach in Switzerland (canton of Thurgau) and his wanderlust was undeniable from the very beginning. He seemed to have used photography to accompany his slow travels, always respecting his own time rather than that of our fast-paced world.

Mosque, In Salah, central Algeria. 

The Swiss nomad
An exhibition at Villa Ciani recounts the work of Swiss photographer Peter W. Häberlin, which would never have come to light had it not been for the photographic book Yallah, with texts by Paul Bowles.

Art / Laura Bossi

In 1933, a 21-year-old Swiss man set off from his home in Canton Thurgau to walk to Africa. He passed through mainland Italy, stopping at Capri and Positano, before proceeding on to Palermo, where he embarked on a ship to Tunis. Walking and hitching lifts in lorries, he travelled from Tunisia to Morocco. In Algeria, he saw the desert and stopped at the oasis of Biskra before heading farther south to the city of Touggourt. During this journey — followed by another four between 1949 and 1952 — he created a reportage of outstanding beauty and his pictures are currently on display at Lugano's Villa Ciani.

Peter W. Häberlin (1912-1953) was an unusual man. Family duty initially pushed him into an apprenticeship as a pastry maker but, after doing his military service, he realised that his homeland, Switzerland, was too small for him and photography became his future.

After returning home following his first trip, Häberlin studied sculpture and photography in Hamburg before World War II forced him to move to Zurich and its applied arts school. There, he studied under Hans Finsler, who organised the Zurich school's photography course in 1932 and ran it until 1957.

After leaving the school, Häberlin started contributing to Zurich-based magazine Du, which at the time was publishing photographs by Werner Bischof, René Groebli and Otto Pfenniger. Although marked by prolonged absences, this job is the only one that has left specific traces in his archives — an indication of his restlessness.

Above: In Salah, central Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur 

Only in the travel dimension did Häberlin feel complete and, as Alessia Borellini explains in one of the exhibition's catalogue essays, his nomadic existence has a dual significance: "There is, of course, the physical journey that prompted Häberlin to travel the routes in the Algerian desert at least five times during his lifetime, but there is also his inner journey on which he sometimes followed similar trajectories, sometimes advancing and then going back over experiences, feelings and thoughts — because an inner journey is, by definition, free from constraints of time and space."

As you can imagine, this Swiss photographer had little interest in the systematic pursuit of professional success, at least as it is normally seen by many. Häberlin's work would never have come to light had Yallah not been published in 1956, three years after his premature death at just 41 years of age. This photographic essay of pictures taken on his African travels contained a text by the American writer Paul Bowles, author of The Sheltering Sky . The New Yorker published a review of Yallah in 1957, remarking how these were the images of a Swiss man who had died in 1953 at the age of 41 and who was undoubtedly one of the great photographers of his time.

This Swiss photographer had little interest in the systematic pursuit of professional success, at least as it is normally seen by many

A marabout’s domed tomb, Timimoun, central Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur 

The Sahara. Peter W. Häberlin. Fotografie 1949-1952 exhibition pays tribute to the concept of the journey and should not to be missed, featuring 128 unique B/W pictures that combine views of the Sahara desert with villages in northern Cameroon and domed tombs in central Algeria. Häberlin's most intense images, however, are the portraits of children and young women. Laura Bossi

Sifting grain, Colomb-Béchar, northern Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur

Through 10 March 2013
Sahara. Peter W. Häberlin. Fotografie 1949-1952
Villa Ciani, Parco Civico
Lugano, Switzerland

Beneath the portico, Colomb-Béchar (now Béchar), northern Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur

Road sign at Colomb-Béchar (now Béchar), northern Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur

Girls at the entrance to an Arab cafe, El Golea (today El Menia), central-northern Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur



Portrait of a young woman. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur


A Tuareg camp near the Hoggar mountains. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur


Village chief, a region of French Sudan (now Mali). Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur


Arab girl in a courtyard , In Salah, central Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur


Arab child, northern Sahara. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur


The marketplace , Ghardaia, northern Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur


A marabout’s domed tomb, Ghardaia cemetery, northern Algeria. Peter W. Häberlin, Fotostiftung Schweiz, Winterthur

Häberlin, Peter Werner
* 25.5.1912, † 9.7.1953

Aufgewachsen in Kreuzlingen und Singen D. Berufslehre als Konditor in Berneck SG 1928-1931. Nach der Rekrutenschule Fussreise von der Schweiz über Italien nach Tunesien und Algerien 1932-1934. In Constantine arbeitete Häberlin in der Pâtisserie Viennoise, um seine Reisekasse zu füllen. Rückkehr über Marokko und Gibraltar. Weitere Reisen in Europa. Studium der Bildhauerei und Fotografie an der Hansischen Hochschule Hamburg 1938/39. Fotoklasse an der Kunstgewerbeschule Zürich 1940-1943. Veröffentlichungen in Atlantis und Du. Heirat mit der amerikanischen Studentin Jolita Coughlin 1948. Vier grosse Nordafrika-Reisen 1949-1952 auf den etablierten Karawanenrouten, zu Fuss, per Fahrrad und als Mitfahrer. Am Vorabend einer Reise nach Mexiko kam Häberlin bei einem Unfall in Zürich ums Leben. Als Fotograf war Häberlin kein Fotojournalist mit einem Auge für die Aktualität, ihn interessierten Menschen und Alltag in den Wüsten und Steppen Nordafrikas. Der Nachlass liegt bei der Fotostiftung Schweiz in Winterthur.

EINZELPUBLIKATIONEN
«Yallah» (Text Paul Bowles), Manesse, Zürich 1956; «Yallah» (Text Paul Bowles), McDowell, Obolensky, New York 1957; «Peter W. Häberlin. Sahara. Fotografie 1949-1952», Giunti, Florenz 2012.

SAMMELPUBLIKATIONEN
«Frauen aus aller Welt», Bertelsmann, Güersloh 1958; François Vergnaud, «Sahara», Editions du Seuil, Paris 1959; «Photographie in der Schweiz von 1840 bis heute», Niggli, Teufen 1974; «Photographie in der Schweiz von 1840 bis heute», Benteli, Bern 1992; «Vergessen & verkannt. Sieben Positionen aus der Sammlung der Fotostiftung Schweiz» (Kat.), Limmat, Zürich 2006; «Hans Finsler und die Schweizer Fotokultur. Werk - Fotoklasse - Moderne Gestaltung 1932-1960» (Kat.), gta Verlag, Zürich 2006.

EINZELAUSSTELLUNGEN
Museo delle Culture, Lugano 2012/13 («Peter W. Häberlin. Sahara. Fotografie 1949-1952», Wanderausstellung).

GRUPPENAUSSTELLUNGEN
Schweizerische Stiftung für die Photographie, Zürich 1974 («Photographie in der Schweiz von 1840 bis heute», Wanderausstellung); Fotostiftung Schweiz, Winterthur 2006 («Vergessen & verkannt. Sieben Positionen aus der Sammlung der Fotostiftung Schweiz»).