donderdag 19 september 2019

Views & Reviews Brassaï Determined the Image of Paris with his Photos Retrospective Photography


Brassaï (1899- 1984) created countless iconic images of 1930s Parisian life. He was famous for capturing the grittier aspects of the city, but also documented high society, including the ballet, opera, and intellectuals - among them his friends and contemporaries like Pablo Picasso, Salvador Dalí and Henri Matisse. The exhibition at Foam traces his career with over 170 vintage prints, plus a selection of drawings, a sculpture and documentary material.

Brassaï gathers many of the artistic facets of the photographer, from photos to drawings of female nudes. It is organized in twelve thematic sections: Paris by Day, and by Night, Minotaure, Graffiti, Society, Places and Things, Personages, Sleep, Pleasures, Body of a Woman, Portraits – Artists, Writers, Friends and The Street. Each is very different from the next – reflecting the diversity of Brassaï’s photographic work.

See also

 



Met zijn foto’s bepaalde Brassaï het beeld van Parijs
Fotografie Brassaï werd beroemd als fotograaf, maar had ook talent voor schilderen, beeldhouwen en schrijven. „Je wordt voortdurend verscheurd door je gaven.”

Brassaï: Gezicht op de Pont Royal richting Pont Solferino, (1933).
Foto Estate Brassai Succession Paris 

Tentoonstelling
Brassaï. T/m 4/12, Foam, A’dam. Inl: foam.org

●●●●●
Rianne van Dijck
18 september 2019 om 17:41

Op een nacht in 1933 kocht Brassaï de conciërge van de Notre-Dame om. Hij wilde na sluitingstijd naar boven, de toren van die magistrale kathedraal op om van grote hoogte foto’s te maken van nachtelijk Parijs. De conciërge, een voluptueuze dame met hartproblemen, zei dat hij dan maar alleen de tweehonderd treden moest beklimmen. Haar enige voorwaarde: zorg dat er geen enkel licht te zien is als je daarboven staat – dan zouden de gendarmes hem kunnen ontdekken en dat zou haar haar baan kunnen kosten. Dat was geen probleem voor Brassaï die zich had bekwaamd in het fotograferen in de duisternis.

De anekdote over de Frans-Hongaarse fotograaf Brassaï (uit Brasov, een stadje in Transsylvanië, echte naam: Gyula Halász, 1899-1984) is te lezen in Bystander, een vuistdikke bijbel over straatfotografie. Brassaï was behalve een uitzonderlijk fotograaf, én een begaafd schilder, beeldhouwer en filmmaker, ook een begenadigd schrijver die zijn ervaringen, werkwijze, gedachtes en gevoelens op papier zette en zo zijn foto’s voorzag van een uitgebreide context aan verhalen.

In Le Paris secret des années 30 (1976) vertelt hij bijvoorbeeld levendig over het obscure Parijse nachtleven uit de jaren 30; over de prostituees, de pooiers, de criminelen en de hoerenlopers die de bars en bordelen in Montmartre bevolken. Beroemd is ook Brassaïs Conversations avec Picasso uit 1964, over zijn jarenlange vriendschap met ’s werelds beroemdste schilder die hij met regelmaat bezocht in diens atelier in rue La Boétie. „Als je me echt wilt leren kennen, lees dan dit boek”, zei Picasso bij de verschijning van Conversations. „Helaas is zelfs een lang leven kort en moet men kiezen”, zei Brassaï in 1980.

Brassaï: Street-walker near Place d’Italie (1932).
Foto Estate Brassai Succession Paris

In de grote overzichtsexpositie, nu in Foam Amsterdam, zijn naast een beeldhouwwerkje en een paar tekeningen 170 van zijn vintage-prints te zien; afdrukken die hij destijds zelf maakte. De straatfoto’s van Parijs-bij-dag hangen er, en de portretten van beroemde kunstenaars als Picasso, Matisse, Giacometti en een piepjonge Dalí. En natuurlijk de prachtige foto’s waar Brassaï het beroemdst mee werd: de indrukwekkende nachtelijke beelden van beregende kasseien, spookachtige stadsgezichten, enge doorkijkjes onder de Seine-bruggen, meestal genomen in een mistige nacht waardoor de harde, elektrische verlichting zachter en diffuser werd – film noir avant la lettre.

De foto’s werden gepubliceerd in zijn nu iconische boek Paris de nuit in 1933, dat Brassaï in één klap een bekend kunstenaar maakte in een tijd dat fotografie nog maar nauwelijks werd gezien als een serieuze kunstvorm.

Brassaï koos voor de fotografie, maar heeft daar soms twijfels over gehad. „Als iemand een talent voor schilderen of beeldhouwen heeft, is de weg gemarkeerd, zonder aarzeling. Maar als je meerdere talenten hebt, dan is dat bijna een ramp. Je wordt voortdurend verscheurd door je gaven, vol spijt van wat je had kunnen doen maar niet deed.”


Brassaï: ‘Ik was bekend met het obscure leven, kende alle prostituees, de pooiers, de criminelen’
Brassaï (1899 – 1984), de Franse fotograaf van Hongaarse komaf, maakte talloze iconische beelden van het Parijse leven in de jaren 30. Hij stond bekend om zijn sfeervolle nachtelijke beelden van de stad, met haar prostituees, travestieten, pooiers en criminelen, maar fotografeerde ook de high society, het ballet, de opera en de intellectuelen – waaronder zijn vrienden en tijdgenoten als Pablo Picasso, Salvador Dalí en Henri Matisse. Henry Miller, met wie hij ook goed bevriend was, noemde hem 'Het oog van Parijs'. Foam Fotografie Amsterdam toont tot en met 12 december een groot retrospectief van zijn werk.
Rianne van Dijck
13 september 2019


Zonder titel, Parijs, 1937. Deze foto van een billboard met het gezicht van Marlene Dietrich verscheen in het fotoboek Camera in Paris, dat in 1949 in Londen uitkwam. In het bijschrift staat: ‘Iets om naar te kijken’– het is niet duidelijk of dit door een redacteur of door Brassaï zelf werd geschreven. Van Brassaï is bekend dat hij zijn foto’s vaak ensceneerde. Of deze fietskoerier zich daadwerkelijk aan de Duitse filmster stond te vergapen, of dat Brassaï hem hiernaartoe heeft geloodst, is onbekend.
Foto Estate Brassaï Succession


Op de Boulevard Saint-Jacques, 1930-1932. Brassaï, met zijn voorliefde voor het nachtleven van Parijs, was een van de eerste fotografen die zich waagde aan fotografie in het donker. Met zijn Voigtländer Bergheil-camera en 24 glasplaten trok hij er ’s nachts op uit, om in de ochtend zijn foto’s te ontwikkelen in zijn appartement. Hij werd een aantal keren gearresteerd door de politie, die hem ervan verdacht zich in het donker bezig te houden met criminele activiteiten.
Foto Estate Brassaï Succession


Prostituee, bij de Place d’Italie, 1932. ,,Dankzij mijn eindeloze nachtelijke wandelingen kon ik mijn gang gaan en de mensen bestuderen die de nacht bevolkten. Ik was bekend met het obscure leven, en zelfs met de criminelen uit die tijd. Ik kende alle prostituees, de pooiers, de bordelen…”, schreef Brassaï in het fotoboek Le Paris sécret des années 30, dat hij publiceerde in 1976.
Foto Estate Brassaï Succession


Fat Claude en haar vriendin in Le Monocle, c. 1932. Brassaï fotogafeerde’s nachts in bars en clubs, onder andere in Le Monocle, een bar voor homo’s en lesbiennes in rue Edgar-Quinet. Zelf schreef hij bij deze foto: ‘Lesbisch stel in Le Monocle, Parijs’. Fat Claude heette in het echt Violette Morris. Ze was een beroemd Frans atlete en een van de eerste transgenders – ze liet haar borsten verwijderen. Later zou ze zich aansluiten bij de nazi’s, in 1944 werd ze door het Franse verzet geliquideerd.
Foto Estate Brassaï Succession


Le Môme Bijou, Bar de la Lune, Montmartre, 1932. Over Madame Bijou, een met sieraden behangen 70-jarige prostituee, schreef Brassaï: ‘Achter haar glinsterende ogen, nog steeds verleidelijk, flakkerden de lichten van de Belle Époque. Het was alsof in die ogen de geest van een jong meisje glimlachte, alsof de ouderdom daar geen vat op had gekregen.’ Fun fact: In de film Titanic tekent Leonardo di Caprio’s personage Jack Dawson een oudere vrouw die hij in Parijs zou hebben ontmoet en die elke nacht in een bar zit, wachtend op een verloren liefde. De tekening is gebaseerd op Brassaï’s foto.
Foto Estate Brassaï Succession


Stel in een café, bij de Place d’Italie, 1932. Rond 1930 was de fotografie, vooral in slechte lichtomstandigheden, nog een kwestie van lange sluitertijden, magnesiumflitsen en massieve, houten statieven. Het ligt dus niet voor de hand dat deze beroemde foto van een kussend stel een ‘gestolen moment’ was, waarbij de man en vrouw niet wisten dat ze gefotografeerd werden. Brassaï was daar ook helemaal niet op uit; hij wilde een ,,mise-en-scene creëren om zo een verhaal te vertellen”, zo schreef hij zelf.
Foto Estate Brassaï Succession


A Monastic Brothel, rue Monsieur-le-Prince, c. 1931. Dat Brassaï zelfs ín de Parijse bordelen fotografeerde en prostituees en hun klanten mocht vastleggen, geeft aan hoezeer hij kind aan huis was in het obscure nachtleven. In diverse interviews zegt hij overigens dat hij ook zijn assistent soms liet figureren als ‘klant’ – of dat ook het geval is op deze foto, is onbekend.
Foto Estate Brassaï Succession


Gala-avond bij Maxim’s, mei 1949. Ook na de oorlog, toen Brassaï aan de slag ging voor Harper’s Bazaar, bleef hij het nachtleven van Parijs vastleggen. Maxim’s, in 1893 geopend door de Parijse ober Maxime Gaillard, was een van de meest populaire en trendy restaurants in Parijs, met een even rijke als beroemde clientèle waaronder Marcel Proust, Maria Callas, Aristoteles Onassis en Jean Cocteau.
Foto Estate Brassaï Succession


Henri Matisse met zijn model, 1939. Behalve de danseressen, de prostituees en nachtvlinders, fotografeerde Brassaï ook kunstenaars en schrijvers als Matisse, Bonnard, Giacometti, Sartre en Beauvoir. Met onder andere Picasso en Henry Miller ontwikkelde hij hechte vriendschappen. Op deze foto is Matisse 70, het model is Lydia Delectorskaya, zijn muze, secretaresse, assistent en goede vriendin tot zijn dood in 1954.
Foto Estate Brassaï Succession


Morris Column, avenue de l’Observatoire, 1934. ,,Mijn foto´s werden als ‘surrealistisch’ beschouwd omdat ze een verzonnenen onwerkelijk Parijs onthulden, ondergedompeld in duisternis en mist”, schreef Brassaï over zijn nachtelijke stadsbeelden. Maar, zo legde hij uit: ,,Ik wilde gewoon de realiteit vastleggen – omdat niets surrealistischer is dan dat.”
Foto Estate Brassaï Succession


Passage de Clichy, 1930-1932. In de Passage de Clichy, om de hoek van de Boulevard de Clichy, bevonden zich veel kleine hotels. Het nauwe straatje, om de hoek bij de Moulin Rouge en de rosse buurt van Quartier Pigalle, trok veel prostituees en hun klanten.
Foto Estate Brassaï Succession


Doorkijkje door pont Royal naar de pont Solférino, c. 1933. Brassaï fotografeerde graag bij mistig, nat weer, omdat de mist de harde, elektrische verlichting zachter en diffuser maakte. ,,‘s Nachts ontstaat een schemerwereld, een wereld van verschuivende vormen, van valse perspectieven. Er is iets griezeligs, zelfs verontrustends aan”, schreef de Franse schrijver en dichter Paul Morand in zijn voorwoord bij het fotoboek Paris de Nuit (1933).
Foto Estate Brassaï Succession

woensdag 18 september 2019

Views & Reviews How do You Move between Guilt and Involvement in South Africa? A Journey to the Homeland Katharine Cooper Photography


The exhibition ‘A Journey to the Homeland’ by the South African photographer Katharine Cooper (1978, Grahamstown) presents a probing portrait of white Africans. Major political events, such as the collapse of Apartheid in South Africa in 1994 and the expulsion of white farmers from their houses in Zimbabwe in 2000, significantly changed the position of these Africans. Although many of them managed to secure a certain future for themselves after these changes, others were not so lucky. In 2013, Cooper returned for a journey through the countries of her childhood, South Africa and Zimbabwe. In a respectful way, she captured members of the white minority that she used to belong to herself.

For her photo series ‘A Journey to the Homeland’, Katharine Cooper used her Hasselblad camera to photograph the white farmers, with a special focus on their children, who got caught up in political and economic forces beyond their comprehension. More than thirty-five analogue black and white photographs not only show poverty and vulnerability, but also reveal a certain amount of pride and love for the continent where Cooper grew up. Pride and joy are tempered by vulnerability, while a smile accompanied by a riffle hides the uncertainty. The presence of animals in the photographs adds a deeper layer of meaning. A little boy clumsily holding a kitten, and therefore experiencing some kind of love, or a young man assuming the same huddled-up and defenceless position as the bunny in his lap.

Cooper plays with light, geometry, texture and intensity, and excels in the space between the personification of the families and the way in which they are portrayed. The analogue images seems to have been framed in their square formats. These silver gelatine prints give the impression that the photographs were made decades ago, while the black and white also refers to the journalistic character of the subject. Although she consciously decided to focus on one of the many minorities in South Africa – a minority she once belonged to herself –, this should not be perceived as either a victory over or an apology for the colonial past.

KATHARINE COOPER
In 2004, Katharine Cooper graduated from the ‘École Nationale Supérieure de la Photographie’ in Arles, France, after which she worked in the studio of the renowned photographer Lucien Clergue. She developed into a socially committed documentary photographer and now travels all over the world. In 2013, Cooper returned to Africa for a four-month journey through Zimbabwe and South Africa. This journey resulted in the photographic series ‘White Africans: A Journey to the Homeland’ for which Cooper received the 2013 photography award of the Académie des Beaux-arts in Paris. Cooper is also interested in the problems of the Middle East and, since 2015, has made several journeys to war zones in Syria and Iraq. In these places she also photographs families that are struck by fate.

Katharine Cooper, Nina with her children Mayrie and Max and their Oupa Lindsay in the Beadle Street house in Grahamstown, South Africa, 2013, photo ©Katharine Cooper, courtesy of Flatland Gallery

Hoe laveer je tussen schuld en betrokkenheid in Zuid-Afrika?
Fotografie

Katharine Cooper: A Journey to the Homeland. T/m 13 oktober 2019 in de Kunsthal Rotterdam.

●●●●●
Rianne van Dijck
26 juli 2019

Fotografie In haar poëtische portretten richt Katharine Cooper haar lens voornamelijk op Zuid-Afrikaanse witte kinderen – die zich nauwelijks lijken te realiseren welke geschiedenis ze op hun rug meetorsen.

Katharine Cooper, Simoné Vlooh and Oogies the cat, early in the morning at Coronation Park, Krugersdorp, South Africa, 2013. (60 x 60 cm)
Courtesy Flatland Gallery

Ze zijn ontroerend; het portret van een groepje stoere jongemannen dat met een rugbybal midden op straat uitdagend staat te poseren, de foto van de gehandicapte Hunter Koen, die – zo lezen we in het bijschrift – door zijn ouders is verlaten en nu in een sloppenwijk woont. Hun overduidelijke armoede contrasteert met de beelden van de rijke families: de jongens in schoolkostuum met hun kraakheldere bloesjes, het gezin dat met de zwarte dienstmeid poseert voor hun riante huis in Jeffreysbaai. Wat de mensen op deze foto’s met elkaar gemeen hebben, is dat ze allemaal wit zijn in een land met een voornamelijk zwarte bevolking.

In de Rotterdamse Kunsthal is deze zomer A Journey to the Homeland te zien van Katharine Cooper (Zuid-Afrika, 1978); foto’s die Cooper in 2013 maakte in Zuid-Afrika en Zimbabwe, landen waar ze woonde tot ze als negentienjarige fotografiestudent naar Londen vertrok om zich uiteindelijk te vestigen in het Franse Arles.

Katharine Cooper, Boys with pellet guns on Ledbury Farm, Mazowe, Zimbabwe, 2013. (80 x 80 cm)
Courtesy Flatland Gallery

Als je als witte Zuid-Afrikaan besluit een fotoserie te maken over witte Zuid-Afrikanen, dan kies je voor een beladen onderwerp. Niets is immers neutraal in een verhaal over een land waar de ene bevolkingsgroep lange tijd werd onderdrukt door de andere en waar ook in de 25 jaar na de afschaffing van de apartheid de sporen van die catastrofale geschiedenis nog lang niet zijn uitgewist. Hoe ga je om met die geschiedenis, hoe laveer je tussen begrippen als schuld, verantwoordelijkheid en betrokkenheid?

In de foto’s van Cooper zien we dat sinds 1994 weliswaar een grote groep witte Zuid-Afrikanen de rijkdom van voor de apartheid heeft behouden, maar dat er ook een groep is die de privileges niet heeft behouden en in armoede is vervallen – al is die groep een heel stuk kleiner dan zwarte Afrikanen die in armoede leven.

Katharine Cooper, Naughty Boys: Petrus, Hansie, Raymon and Jason at Coronation Park, Krugersdorp, South Africa, 2013. (60 x 60 cm)
Courtesy Flatland Gallery

Cooper focust in haar werk niet op de politieke of sociaal-economische, noch op de dramatische kant van die leefomstandigheden. In haar poëtische portretten richt ze haar lens voornamelijk op kinderen – die, of ze nu rijk zijn of arm, zich in hun onschuld (wat Cooper benadrukt door ze regelmatig met een dier te fotograferen – een konijn, een kitten, een papegaai) nauwelijks lijken te realiseren welk een geschiedenis ze op hun rug meetorsen. Haar intieme portretten stralen eerder een soort tijdloosheid uit dan dat het harde, registrerende nieuwsfoto’s zijn. Het meisje dat verlegen voor een oude schuurdeur staat met een grote slak in haar handen, doet denken aan de beelden die Dorothea Lange bijna een eeuw geleden maakte van de arme boerenbevolking in het Amerikaanse Zuiden. Het jongetje dat met zijn blote voeten en z’n blonde kop recht de lens inkijkt, roept associaties op met de straatkinderen die Lewis Hine aan het begin van de 20ste eeuw fotografeerde.

Met deze aanpak neutraliseert Cooper de lading die het onderwerp heeft. En laat ze met haar subjectieve documentaire beelden zien dat in een land waar de geschiedenis zo’n stempel heeft gedrukt op de samenleving, er kwetsbaarheid is, en trots, en weet ze dat gevoel op te roepen dat het gaat om mensen die ergens thuis zijn – maar ook weer niet.

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 13 september 2019

Het thuisland van witte Afrikanen
Fotograaf Katharine Cooper (1978), geboren in Zuid-Afrika, maakte in 2013 een portretserie over de witte bevolking van Zuid-Afrika en Zimbabwe, na de afschaffing van de Apartheid in het eerste land (1994) en de verdrijving van witte boeren in het tweede land (2000). Veel van hen weten na de omwentelingen een zekere toekomst te behouden, anderen hebben minder geluk. Cooper wil geen politiek statement maken over kolonialisme en maakt vooral persoonlijke en kwetsbare portretten van kinderen. Katharine Cooper: A Journey to the Homeland is tot en met 13 oktober te zien in Kunsthal Rotterdam.
Christian Sier
13 augustus 2019


Broers op hun veranda of ‘Stoep’ in Coronation Park, Krugersdorp, Zuid-Afrika 2013
Foto Katharine Cooper/ Flatland Gallery


Ondeugende jongens: Petrus, Hansie, Raymond en Jason in Coronation Park, Krugersdorp, Zuid-Afrika 2013
Foto Katharine Cooper/ Flatland Gallery


Rugbyteam in Coronation Park, Krugersdorp, Zuid-Afrika 2013
Foto Katharine Cooper/ Flatland Gallery


Jongens met luchtbuksen op Ledbury Farm, Mazowe, Zimbabwe 2013
Foto Katharine Cooper/ Flatland Gallery


Werkster met Beth en de buurkinderen op Ledbury Farm, Mazowe, Zimbabwe 2013
Foto Katharine Cooper/ Flatland Gallery


Karin, Johan & André Smit met Maria Lokomo voor hun huis in Jeffreysbaai, Zuid-Afrika 2013
Foto Katharine Cooper/ Flatland Gallery


Nina met haar kinderen Mayrie en Max en hun opa Lindsay in Beadle Street House in Grahamstown, Zuid-Afrika 2013
Foto Katharine Cooper/ Flatland Gallery


Nadine Vorster wacht op de trein op Princess Station, Krugersdorp, Zuid-Afrika 2013
Foto Katharine Cooper/ Flatland Gallery


Zane van Hoff en zijn vriendin Vanessa Grobler in Koffiebaai, Wildkust, Zuid-Afrika 2013
Foto Katharine Cooper/ Flatland Gallery


Simoné Vlooh en kat Oogies, vroeg in de ochtend in Coronation Park in Krugersdorp, Zuid-Afrika 2013
Foto Katharine Cooper/ Flatland Gallery


Hunter Koen (20), verlaten door zijn ouders, nu woonachtig in Coronation Park in Krugersdorp, Zuid-Afrika 2013.
Foto Katharine Cooper/ Flatland Gallery


Corrie Saymaan, parkeerwachter bij Queen’s Mall, Oudtshoorn, Zuid-Afrika 2013
Foto Katharine Cooper/ Flatland Gallery

dinsdag 17 september 2019

Views & Reviews The fascination of Inez & Vinoodh for the Manipulated Body Inez van Lamsweerde Vinoodh Matadin Photography


The Ravestijn Gallery is proud to present ‘I See You in Everything’, the first solo exhibition at the gallery of the artist duo, Inez van Lamsweerde and Vinoodh Matadin, better known by their collaborative name Inez & Vinoodh. Without a singular theme or period, the exhibition will comprise of an array of work selected from a colossal career that sprawls over thirty years.

Their maverick ways of working have facilitated a new perception of fashion photographs in the context of art, seeing their work grace the pages of fashion magazines and the walls of museums in equal measure. Thirty years on, Inez & Vinoodh still taunt the temporality of much modern fashion, trading trends for timeless photographs, some which are re-contextualized decades later, just as this exhibition intends to do.

Inez & Vinoodh have created ad campaigns for an innumerable list of leading brands that include Christian Dior, Yves Saint Laurent, Gucci, Louis Vuitton, and Chanel, and have photographed personalities such as Kate Moss, Lady Gaga, Tom Cruise, Rihanna, Kanye West, and Paul McCartney. Their work has also been exhibited in galleries and museums internationally including the Stedelijk Museum and Van Gogh Museum in Amsterdam, the Hayward Gallery in London, the Deichtorhallen in Hamburg, and the Whitney Museum of Contemporary Art in New York. A retrospective show titled Pretty Much Everything 1985–2010 began it’s international tour at FOAM, Amsterdam in the summer of 2010 and has since travelled to the Pavilion Bienal in Sao Paulo, the Dallas Contemporary in Dallas, and Fotografiska in Stockholm.

De fascinatie van Inez & Vinoodh voor het gemanipuleerde lichaam
Fotografie De grens tussen modefotografie en kunst is verdampt in het werk van Inez & Vinoodh. Op een compacte expositie bij The Ravestijn Gallery ligt de nadruk op het meest recente werk.

Inez & Vinoodh, Lady Gaga, Leonor, 2015
Foto Courtesy The Ravestijn Gallery 

Fotografie

Inez & Vinoodh: I See You in Everything. T/m 19/10, The Ravestijn Gallery, Amsterdam.

Inl: theravestijngallery.com

●●●●●
Tracy Metz
11 september 2019

De mislukte fotoshoot in Groningen in 1991 is inmiddels onderdeel van de legendevorming rond het beroemde Nederlandse fotografenduo Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin. Het regende en ze waren na afloop niet tevreden met hun beelden. Dus gingen ze iets nieuws proberen: op de computer nieuwe foto’s van de modellen over eerder gemaakte zonnige stadsbeelden heen monteren. Een werkwijze was geboren, Inez & Vinoodh zijn die tot de dag van vandaag blijven doorontwikkelen; ze hebben er een genre op zich van gemaakt.

Dat is goed te zien op de tentoonstelling I See You in Everything, hun eerste solotentoonstelling in de Amsterdamse The Ravestijn Gallery. De grens tussen modefotografie en kunst is verdampt; wat blijft is de fascinatie voor het gemanipuleerde lichaam. Hun werk beweegt zich moeiteloos tussen tijdschrift, museum – en galerie. Zoals Van Lamsweerde een paar jaar geleden in een interview zei: „Ik maak niet meer wat de tijdschriften willen; ze willen nu wat ik maak.”


Inez & Vinoodh, Cindy Sherman, The Gentlewoman, 2019 en Inez & Vinoodh, LucyFer, 2011.
Foto Courtesy The Ravestijn Gallery

In 2010 hadden Inez & Vinoodh een overweldigende overzichtstentoonstelling in Foam met ruim 300 werken, die terecht de titel Pretty Much Everything kreeg. Deze presentatie bevat daarentegen slechts zestien beelden. Die wordt aangekondigd als een selectie uit hun oeuvre van de afgelopen dertig jaar, maar bij die selectie is de keuze wel gevallen op recent werk: het oudste is van 2005 en de meeste van veel korter geleden. Het werk boeit als altijd, maar deze expositie blijft daardoor beperkt tot een verkoopkanaal zonder verhaallijn, met prijzen tussen de 25.000 en 55.000 euro.

Inez & Vinoodh, Dutch Tulip, 2019
Foto Courtesy The Ravestijn Gallery

Een enkele keer is het juist het gebrek aan manipulatie dat verrast. Op de cover van het tijdschrift The Gentlewoman staat een totaal naturel foto van kunstenaar Cindy Sherman, die we anders alleen van haar talrijke verkleedpartijen kennen. Ah, ziet ze er zo uit! Maar aan de wand hangt een grote afdruk van diezelfde Cindy Sherman gekleed in kimono met een woest opgemaakt gezicht en één hand diep in een grote zak chips gestoken. Ook verrassend van directheid zijn de grote afdrukken van bloemen tegen een spierwitte egale achtergrond. Alsof de kunstenaars even afstand nemen en vormen en kleuren vieren, waar ze niets aan veranderd hebben.

maandag 16 september 2019

Andy Warhol Photobooth Pictures BookMarket Utrecht september 15 2019 Photography

'
Andy Warhol Photobooth Pictures
Miller, Robert
Published by Robert Miller Gallery (1989)

See also




Focus Media Groep


Chambre Close
Rheims, Bettina; Serge Bramley

Published by Gina Kehayoff, Munich (1992)

ISBN 10: 3929078031 ISBN 13: 9783929078039
Gina Kehayoff, Munich, 1992. Hardcover. First edition, first printing. Fine in a Fine dust jacket, now protected by a mylar cover. Patterned-silver-paper-bound hardcover in matching dj with red, printed paper belly-band. The conceit of this volume is that a trove of photographs have been found with an accompanying text explaining the unknown author's fetish of asking female strangers to pose nude for him. The color photographs show a variety of attractive women in anonymous hotel-room settings of patterned wallpaper and cheap furniture in various stages of erotic undress. The subsequent editions don't even try to duplicate the exquisite, elegant and expensive details of this gorgeous book. Photographs by Bettina Rheims; text by Serge Bramley. 144 pages; 69 full-page, color plates; 9 x 10.75 inches.


Amsterdam : De Verbeelding; 88 p, 21×29 cm

[Schirmer/Mosel] (1999), Edition: 1ST, Hardcover, 64 pages

Duizend en Een Uitgeverij (2018), 48 pagina's

Amsterdam, De Bezige Bij


Angus McBean Paperback – Import, 1982
by McBean, Angus; Woodhouse, Adrian (Author)
Paperback: 119 pages
Publisher: Quartet Books; First Edition edition (1982)
Language: English
ISBN-10: 0704300400
ISBN-13: 978-0704300408


Amsterdam : Fragment; 80 p, 23×23 cm


Wayne Miller the making of The Family of Man Photojournalism Photography



Andere auteursBettina Rheims
Kehayoff (Gina) Verlag,Germany, Hardcover


Andere auteursText Joost de Klerk
Printed by Meijer's Boek- en Handelsdrukkerij, Wormerveer (boekdruk). - Opdrachtgever: NV Nieuwe Schoolvereeniging (50-jarig bestaan)


Amsterdam : Fragment; 142 p, 33 cm


Fragment (1988), Unknown Binding, 154 pages