woensdag 21 april 2010

Carel Blazer on Sicily Italy 1959 Photography

See also Rome Italy ...


Hoe fotograaf Carel Blazer zijn eigen werk zag
Tentoonstelling: Carel Blazer, vintage prints. T/m 19 oktober in het Amsterdams Historisch Museum. Geopend: ma-vrij 10-17u, za en zo 11-17u. Prijs catalogus ƒ 19,50
Eddie Marsman
5 oktober 1995

Bij zijn leven werd hij door collega-fotografen hooglijk gewaardeerd maar inmiddels is Carel Blazer weinig meer dan een willekeurige naam in de Nederlandse fotografiegeschiedenis. Helemaal onbegrijpelijk is die onbekendheid niet. Blazer fotografeerde geen aansprekende onderwepen zoals de Deltawerken (Aart Klein), de Rotterdamse haven (Cas Oorthuys) of de vrouwenbeweging (Eva Besnyö), en hij maakte maar weinig boeken. Van het feit dat hij met die eerder genoemde collega's tot de vernieuwers in de moderne Nederlandse fotografie behoorde, zijn dan ook weinig tastbare bewijzen voorhanden.

De tentoonstelling die Willem Diepraam voor het Amsterdams Historische Museum samenstelde uit Blazers werk laat echter zien hoe onterecht de vergetelheid is waarin de in 1980 op 68-jarige leeftijd overleden fotograaf is geraakt.

De vijfenzeventig chronologisch gerangschikte foto's omvattende expositie is nadrukkelijk geen oeuvre-overzicht maar, evenals Diepraams eerdere tentoonstellingen over Oorthuys en Besnyö, een tentoonstelling van zogenaamde vintage prints; foto's die door de fotograaf zelf zijn afgedrukt, niet lang na het moment waarop het negatief ontstond. Daarom mag je veronderstellen dat juist deze afdrukken een indicatie vormen van hoe Blazer tegen zijn eigen werk aankeek.

En het bewaarde spreekt boekdelen. Van de commerciële opdrachten waarvan Blazer leefde is op de tentoonstelling relatief weinig terug te vinden; het blijft eigenlijk bij een montage voor Bols, drie foto's van de sensuele plooien in een lap textiel en enkele drainagebuizen in een opgespoten zandvlakte. Ook de reportages die hij in 1937 in Spanje maakte en zijn foto's van de laatste oorlogsdagen in Amsterdam ontbreken, evenals het kleurenwerk waarop hij zich na de oorlog steeds meer toelegde.

Juist de afwezigheid van de foto's waarmee hij, als hij al ter sprake komt, wordt geassocieerd, maken duidelijk wie de de fotograaf Carel Blazer in zijn hart was: de maker van prachtige, lichtvoetige taferelen van de simpele dingen die we dagelijks leven noemen. Baggeraars op Walcheren, een slapend meisje onder een handkar, een tractor die in de avondschemering het dorp intuft, vissers sjorrend aan hun netten op een Portugees strand - dat waren zijn onderwerpen.

Blazer, opgeleid als elektrotechnicus en werktuigbouwkundige, zette zijn eerste schreden in de fotografie in de jaren dertig. Hij experimenteerde met fotogrammen, dubbeldrukken en straattaferelen in het voor die tijd zo kenmerkende hoge en scheve perspectief. Het zijn zakelijke, heldere foto's die in de stijl van de Nieuwe Fotografie die het medium in die dagen bevrijdde van haar romantische schilderachtigheid. Daarnaast maakte hij zwoele naakten en portretten van zijn eerste vrouw Mea die nu voor het eerst worden getoond (onder druk van Blazers tweede vrouw werden ze jarenlang verstopt) en die een van de revelaties van de tentoonstelling vormen.

Na de oorlog legde Blazer zich toe op het maken van journalistieke en bedrijfs reportages. Het nieuwe industriële elan werd vooral gevierd met de uitgave jubileumboeken waarvan ook Blazer er de nodige verzorgde, onder meer voor Bruynzeel en de Twentsche Stoombleekerij. Zijn specialisatie vormde evenwel het maken van fotowanden; de grootste maakte hij in 1958 voor de Wereldtentoonstelling in Brussel toen hij een foto van een dijksluiting in de Flevopolder 'opblies' tot een formaat van 600 vierkante meter.

De (weinige) in Nederland gemaakte foto's op de tentoonstelling ogen een beetje strak en vormelijk. Blazer kwam pas echt los tijdens zijn reizen door landen als Suriname, Sri Lanka, Italië en het Amazonegebied. Dat beeld wordt bevestigd in de catalogus, waarin Ad Windig, die enige tijd compagnon van Blazer was, zegt: “In Zuid-Amerika voelde hij zich volmaakt gelukkig. Carel was eigenlijk een Zuidamerikaan.” En voormalig leerling Paul Huf: “In Sicilië, daar hoorde hij.”

Op dat Italiaanse eiland maakte Blazer in 1959 dan ook de foto's die tot de mooiste uit zijn oeuvre behoren. Je ziet een herdersjongetje achter zijn geiten aanrennen, op een rommelige binnenplaats een haveloze peuter in een tobbe spelen, twee familie's picknikken uitgebreid op bankjes langs het strand. Het zijn foto's waarin niets opzienbarends gebeurt en juist daarin schuilt hun vertederende schoonheid. Ze zien eruit als het liefdevolle gebaar van een vader die in het voorbijgaan zijn kindje even over de bol aait.

Blazer was, zo laat de tentoonstelling zien, een alleskunner die het reportage- en portretgenre even goed beheerste als de reclame en de industriële fotografie. Maar het zijn vooral die prachtige terloopse foto's die hem een plaats doen verdienen in de fotografiegeschiedenis.


fotografie
JOSEPHINE VAN BENNEKOM − 21/09/95, 00:00
'Carel Blazer. Vintage Prints', Amsterdam Historisch Museum, t/m 29 oktober 1995; catalogus 'Een beeld van Carel Blazer', samenstelling Willem Diepraam, uitgeverij Stichting Fragment Foto.

Carel Blazer werd in Amsterdam geboren. Hij volgde een studie werktuigbouw aan de M.T.S. en was daarna als radiomonteur bij de radiocentrale in de hoofdstad werkzaam. Als autodidact fotografeerde hij Ulco Kooistra's balletgroep Dynamo en hij werd prompt uitgenodigd om lid te worden van de Vereniging van Arbeidersfotografen (VAF). In 1934-'35 fotografeerde Blazer het Jordaanoproer. Na een korte professionele fotografie-opleiding in Zwitserland huurde hij samen met Eva Besnyö en de architect Alexander Bodon een huis aan de Keizersgracht. Dit pand werd een belangrijke ontmoetingsplaats voor kunstenaars.

In 1936 werd hij bestuurslid van de Bond van Kunstenaars ter Verdediging van de Kulturele Rechten (BKVK) en werkte hij mee aan de anti-fascistische tentoonstelling 'De Olympiade Onder Dictatuur' (DOOD). Blazer was ook een van de organisatoren van de belangrijke internationale fototentoonstelling foto '37 in het Stedelijk Museum. Na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog vertrok hij samen met de journalist Maarten (Mik) van Gilse naar Spanje en legde hij de gevechten aan republikeinse zijde vast. Maar Blazer stond niet alleen bekend om zijn foto's. Hij was ook op technisch gebied zeer vindingrijk en deze combinatie leidde bijvoorbeeld tot immense fotowanden voor de Economische Voorlichtingsdienst, die op jaarbeurzen Nederlandse produkten propageerde. Met veel passen en meten werden er vergrotingen gemaakt, die normaal gesproken niet in een doorsnee donkere kamer pasten.

Oudere lezers zullen zich wellicht ook de fotowand in het Leidsepleintheater herinneren. Deze bestond uit grote, verticale stroken die afwisselend positief en negatief waren gedrukt. Blazer was ook verantwoordelijk voor dít staaltje van technisch-vernuft. Na de oorlog, waarin hij op het nippertje aan de doodstraf ontsnapte, ontpopte Blazer zich als een van de beste reportagefotografen. Hij legde de inundatie van Walcheren vast en in de jaren vijftig liet zijn fascinatie voor water en het op het water terugveroverde land hem niet meer los. Hij stelde zichzelf de opdracht om de constructie van de Deltawerken te volgen, die in 1953 was begonnen. Samen met Aart Klein werd hij bekend als dé fotograaf van de Deltawerken. Voor de bedrijven Bols, Van Ommeren en de Twentsche Stoombleekerij tenslotte, maakte hij reportages ten behoeve van bedrijfsboeken en jaarverslagen. In opdracht van Bruynzeel reisde Blazer een paar keer naar Brazilië en Suriname.

Carel Blazer moet een man vol ideeën en plannen geweest zijn. Hij was zo bezeten van de fotografie, dat hij volgens ingewijden blij was wanneer het donker werd, want dan hoefde hij niet te fotograferen. Maar diezelfde ingewijden (collega's en ontwerpers met wie hij heeft samengewerkt) noemden hem ook somber. Hij was na de scheiding van zijn vrouw Mea in 1963 niet meer de oude. Op de tentoonstelling, die door de fotograaf Willem Diepraam is samengesteld, neemt Mea een centrale plaats in. Blazers portretten tonen een mooie, mysterieuze dame, die in de woorden van Eva Besnyö zeer erotisch en erg aantrekkelijk was. “Ze was uiterst pienter, vol fantasie. Mea kon alles wat ze wilde. Ik geloof ook dat ze alles deed wat ze wilde.”

De expositie laat de vroegste donkere kamer-experimenten uit de jaren dertig zien en donkere, geheimzinnige steegjes op Sicilië. Ook de bijna abstracte beelden van een stapel Eternit-buizen en ijspegels aan een boot bij de Moerdijkbrug zijn erg mooi. De nadruk ligt op sfeervolle beelden, die tot nu toe slechts zelden te zien zijn geweest. Blazer fotografeerde met een zekere distantie en humor, waardoor bijvoorbeeld zijn foto van een etende Siciliaanse familie net niet pittoresk wordt. Integendeel, je hoort het gedempte geschreeuw en je ruikt de geur van verse knoflook, waardoor je zo aan tafel zou willen schuiven.

De foto's op de expositie zijn zogenoemde vintage prints. Dit zijn foto's die zijn afgedrukt door of onder de supervisie van de fotograaf zelf, in dezelfde periode als waarin het betreffende negatief ontstond. De sloddervos Carel Blazer zou zelf waarschijnlijk hartelijk gelachen hebben om het feit dat juist zíín authentieke drukken tentoongesteld werden. De meeste fotografen beschouwden de afdrukken als proefmateriaal en Blazer was daarop geen uitzondering. Het beste ging immers de deur uit richting opdrachtgever. Blazer zou hebben gegniffeld. Maar ik ben blij dat de vintages bewaard zijn gebleven, want ze zijn wonderschoon.










1 opmerking:

kgkloberg zei

Thank you for sharing these great photographs online . Each photo, although compelling individually, takes on a new light when presented within the series.