maandag 9 september 2013

Shooting on the Human Target Useful Photography #11 KesselsKramer Photography


New Release: Useful Photography #11

The Useful Photography series is a collection of magazines which focus on overlooked and supposedly underwhelming images taken for practical purposes. The latest publication, Useful Photography #11 rifles through the history of human targets culled from US shooting ranges. With the gun debate still raging in the USA, this unsettling collection of images throws up all kinds of questions about the attitudes towards guns in America.

Schieten op de schutter

Marianne Vermeijden
artikel artikel | Vrijdag 06-09-2013 | Sectie: Boeken | Pagina: NH_NL03_020 | Marianne Vermeijden

Fotoboek

Schietschijven

In de elfde aflevering van Useful Photography staan amateur- en gebruiksfoto's van gewapende mannen en vrouwen, die in Amerika als schietschijven fungeren. Ze kijken je dreigend aan alsof ze voor het eerst auditie doen voor een derderangs speelfilm.

Het is avond. En laat. Je loopt op Manhattan en kijkt omhoog. Even spookt het door je hoofd: het beeld van een musje, omringd door een bos vol valken. Geen gekke gedachte in een land waar 300 miljoen wapens rondzwerven. Misschien verveelt zich op de 24ste etage in de 56ste Straat wel iemand: net ontslagen, vrouw weg, drank op. Tijd om een daad te stellen, wraak te nemen, de hele boel te verknallen. En dan speurt hij door het vizier van zijn Browning: schuin aan de overkant beweegt iets langs de gevel. Het schuift naar het midden. Houen zo! Overhalen! Er vloeit een vlek uit op het asfalt.
Een fantasie als deze is volstrekt misplaatst bij het net verschenen elfde deel een uitgave van reclameadviesbureau KesselsKramer. En toch doemde dat beeld op, want deze aflevering van de aan amateur- en gebruiksfoto's gewijde boekjesserie gaat over moordlust. Met dat verschil dat diegenen die foto na foto met mes of pistool in dit boekje staan afgebeeld en u als kijker bedreigen, niet de potenti�le daders zijn waar je in eerste instantie aan denkt, maar de slachtoffers. De dames en heren fungeren namelijk als schietschijven op zogenaamde waar Amerika blijkbaar mee bezaaid is.
De schietschijfmannen - type , dombo, kickbokser en sportschoolfanaat - kijken je aan met de grimmige of gluiperige boeventronie van iemand die voor het eerst auditie doet voor een derderangs misdaadfilm. Spieren en zenuwen staan zichtbaar op scherp om de schutter te raken, die op zijn beurt tot het uiterste getergd wordt om zijn tegenstander met een kogelregen te doorzeven. En om de agressie op de schietbaan tot het kookpunt op te voeren, houdt de gefotografeerde uitdager met ��n arm ook nog een kind of een vrouw in de wurggreep.
Jammer dat de samenstellers van niet van teksten houden. Sterker nog, geen letter wijden aan het toch wel interessante fenomeen. Alleen al het aantal recente, grootschalige schietdrama's in Amerika roept de vraag op over het hoe en waarom wapenbezitters daar aan vingeroefeningen doen.
In Nederland wemelt het trouwens ook van de schietverenigingen, maar bij mijn weten richt men zijn wapen hier niet op afbeeldingen van mensen, maar, net als dartspelers, op een cirkel met schijven (1.000 exemplaren voor euro 12,90). Of op bevers, kalkoenen, wasberen, kraaien, eekhoorns en konijnen, waar internet ook in blijkt te grossieren. Hoe kan het liquideren van een eekhoorn, ook al is ie van karton, bijdragen aan het hero�sche zelfbeeld van een scherpschutter, vraag ik me trouwens af.
Bij vorige afleveringen van zoals die over camouflagepakken of bruiloftsoutfits was dat gebrek aan toelichting geen gemis. Ook bij eerdere afleveringen over koeien en pasfoto's doet achtergrondinformatie er niet toe. Maar nu w�l, en daar had fotojournalist Hans Aarsman, lid van het redactievijftal, best in kunnen voorzien. Of fotograaf Frank Schallmaier, die het nummer als een soort gastredacteur mede blijkt te hebben samengesteld.
Als kijker bladert of fantaseert u er zelf maar op los, zo vindt de redactie. En gezien het aantal gewapende dat een mens via televisienieuws, misdaadseries of speelfilms krijgt voorgeschoteld, is het best lastig om nog een bijzondere outfit, houding of grimas van zo'n schutter te verzinnen.
Maar en aanverwante bedrijven zijn nog steeds inventief. Ze accentueren bijvoorbeeld op manshoge mannenfoto's hersenen, gezicht, borstkas en hartstreek met verf of zwarte viltstift, die zich dan ineens als kunstwerken voordoen. Ze laten dolgedraaide vrouwen met een meedogenloze of hysterische uitdrukking als doelwit poseren; en toch willen ze maar niet op potenti�le moordenaars lijken. Ze doen teveel alsof, en zijn dus ongeloofwaardig.
Opvallend is het aantal 'schietschijven' van zogenaamde Midden-Oosterse origine: dames met een Arafat-shawl, heren in een Bin Laden-outfit of andersoortig woestijngewaad, onder wie eentje die een bom onder de grond verstopt en zich zodoende aanprijst als favoriet.
Ook kerels met bivakmutsen moeten het bloed onder de schuttersnagels vandaan halen; niet zo gek omdat ze door hun anonimiteit n�g bedreigender overkomen dan hun wapens al zijn. En dan is er nog die ene politieagent die zich vanuit een autoraampje keurig legitimeert aan een imaginaire voorbijganger.
Dat op Amerikaanse schietbanen ook op agenten 'geoefend' mag worden roept de vraag op of er �berhaupt op die wel op mensen geschoten moet worden. Hoe en wanneer is die gewoonte ontstaan? Waarom niet gewoon cirkels met schijven? Wie lenen zich als en waar komen ze vandaan? En staan die foto's wel in Amerika opgesteld? Of toch elders? Een raadselachtig deel 11 dus.
KesselsKramer, 84 blz. euro 25,- ****
Foto-onderschrift: Foto's uit besproken boek
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.



zondag 8 september 2013

Paradiso Punk the Early 1980's Amsterdam Max Natkiel Photography


MAX NATKIEL: STUDIO PARADISO look inside
isbn 9789491738029   VOETNOOT
Idea Code 13435      €39,00 
As a frequent visitor to concerts at Paradiso, Amsterdam’s long-running music venue, in the early 1980s, Dutch photographer Max Natkiel encountered all manner of subcultures: punks, new-wavers, rockers, mods, Rastafarians, squatters, and metal- and skinheads. Eventually he decided to bring along his camera and started making portraits of the fascinating people he found; a collection eventually numbering over 1000. A selection of about 600 of these black and white photographs appears here, reflecting the explosion of pure youth culture and fierce desire for individuality he experienced in the decade between 1980-1990. With an introduction by philosopher Dirk van Weelden.
624 p, ills bw, 23 x 24 cm, pb, Dutch/French/English

Paradiso punk

Martine Kamsma
artikel artikel | Zaterdag 07-09-2013 | Sectie: Overig | Pagina: NH_NL05_014 | Martine Kamsma

Max Natkiel fotografeerde begin jaren tachtig in poptempel Paradiso duizenden jonge gasten. Kinderen vaak nog.

Goed, Paradiso was officieel een jongerencentrum. En in een jongerencentrum komen jongeren. Maar als je al die jongeren voorbij ziet trekken die fotograaf Max Natkiel (1942) begin jaren tachtig voor zijn camera kreeg, dan sta je toch te kijken. Op deze pagina's zien we nog pubers, maar als je door zijn boeken bladert, of zijn serie op YouTube bekijkt (Natkiel maakte in de jaren tachtig duizenden foto's in Paradiso) tref je tussen de Sieg Heil-gebarende punks ook veel kinderen aan. Twee blonde jochies, broertjes lijken het. E�n met een te groot leren jack en een leren band om zijn nek. Hooguit twaalf, dertien jaar. Een ventje van een jaar of tien, afgeknipte mouwen, ingezakte hanenkam. En een kind op de dansvloer, met een gaashemdje aan. Zeker drie koppen kleiner dan de rest van het publiek.
In Het Parool blikte een aantal van hen terug op die tijd. Ze vertelden hoe ze in die punkscene langs de afgrond scheerden - ze gingen niet meer naar school en raakten aan de hero�ne. En hoe spannend en opwindend het allemaal was. Genoeg kinderen uit die tijd verloren hun evenwicht, die staan niet in de krant.
Je kunt Paradiso de schuld niet geven. Praat maar eens met een jeugdwerker uit die tijd. Het was een logisch gevolg van de seksuele revolutie, van de emancipatie, hoor je dan. Niet alleen van vrouwen maar ook van kinderen. Je moest ze vrij laten, zelf seks en drugs laten ontdekken. En bedenk hoe de stad er toen bij lag, met tippelhoeren op de Utrechtsestraat, overal kraakpanden en dealers op iedere straathoek. De stad was vol met kinderen die niet naar school gingen en niet werkten. En als het thuis mis ging, was er geen gezinstherapie, maar ging zo'n kind gewoon het huis uit, op zichzelf wonen. Nee, dat was geen schandaal, niemand luidde de noodklok - het was de tijdgeest.
Paradiso heeft geen coffeeshop meer in huis. De graffiti is weg. Je krijgt je bier niet meer in een wit plastic bekertje. Kinderen zie je er alleen nog maar als Ali B. optreedt, met hun ouders. De rebellen van toen hebben nu zelf kinderen: de eerste generatie die zijn ouders niet meer kan overtreffen in rebelsheid. En af en toe is er in Paradiso een retro punkfeestje, zoals afgelopen winter Punk's not Deaf. Op zondagmiddag.
Info: Max Natkiel: Studio Paradiso, Uitgeverij Voetnoot, 39 euro, 624 p. De portretten van Max Natkiel zijn tot 5 januari te zien in het Stadsarchief in Amsterdam (Vijzelstraat 32).
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.
RECENSIE: Max Natkiel presenteert fotoboek ‘Studio Paradiso’
5 September, 2013 door    


Het was een vrolijke bedoeling in de bovenzaal van Paradiso bij de presentatie van het fotoboek ’Studio Paradiso’, een nieuwe XL-versie van het inmiddels roemruchte boek ‘Paradiso Stills’ van de Amsterdamse fotograag Max Natkiel. Veel van de in het boek afgebeelde punks waren aanwezig, meestal onherkenbaar veranderd. De nu 71-jarige Max Natkiel liep hier heel onopvallend tussen. Pas bij de presentatie door schrijver Dirk van Weelden en Paradisomedewerker Jan Dietvorst kon de flink volle zaal zien dat de fotograag zelf ook  aanwezig was.
Studio Paradiso 01Als in 1977 de punk uit Engeland en Amerika overwaait naar Nederland is Paradiso er snel bij om al die nieuwe bandjes op het podium te krijgen. Zo speelden de Sex Pistols hier al in januari van dat jaar, nog nauwelijks door iemand opgemerkt. Het nieuwe fenomeen Punk is in die tijd vooral een verschijnsel voor mode fetisjisten en muziekliefhebbers. Als Jonathan Richman op 24 september 1977 alleen maar vrolijke liedjes blijkt te spelen wordt voortdurend uit de zaal om “Punk, Punk” geroepen! Het is allemaal nog onschuldig en veel van de aanwezige als punk uitgedoste bezoekers, zijn in wezen zogenaamde weekendpunks. Rond 1980 is dat veranderd. In de krochten en kraakpanden van Amsterdam heeft de jeugd Punk ontdekt. Ineens is er een generatie jongeren voor wie Punk een levenswijze is geworden. Eén van de plaatsen waar ze elkaar treffen is Paradiso, waar in 1980 het overgrote deel van de programmering nog bestaat uit punk en (new) wave acts. Ook fotograag Max Natkiel was in die tijd veel in Paradiso te vinden. Met zijn uitkering was hij ook een minimumlijder en voelde hij zich wel thuis bij dit zooitje ongeregeld. Hij werd er door geïntrigeerd en begon aan een serie indrukwekkende portretten van bezoekers, geschoten vlak voor en na de concerten, in diverse hoeken van Paradiso. In 1986 verscheen ‘Paradiso Stills’ met ongeveer tweehonderd foto’s van punky uitziende jonge Paradiso bezoekers. Het verkocht matig en niet veel later lag het zelfs bij De Slegte. Inmiddels is het boek een echt collectorsitem geworden, waar prijzen van een paar honderd euro voor wordt gevraagd. Na 1985 stopte Max Natkiel met het regelmatig fotograferen bij concerten. Zijn foto’s raakten in de vergetelheid. Rond 2000 wordt hij opnieuw ontdekt, onder andere door galeriehouder Rob Malasch. Ook hangen er foto’s van hem in FOAM en geeft Agnes B een t-shirt uit met een Paradisobezoeker er op.
Studio Paradiso 02Nu is er ‘Studio Paradiso’, een soort koffietafel versie van het boek uit 1986 met zeshonderd foto’s, het merendeel nooit eerder gepubliceerd. Gelukkig beslaat in het kloeke boek nog steeds iedere foto één pagina. Het jaar 1980 is met 160 bladzijden duidelijk het best vertegenwoordigd. Daarentegen beslaan de jaren 1985-1990 slechts vijftig pagina’s. In dit deel zie je langzaam een verschuiving plaatsvinden van punks naar getatoeëerde skinheads. Ook in deze periode weet Max Natkiel zijn eigen groezelige sfeer te behouden. Hierdoor is het moeilijk zijn foto’s exact te dateren, worden ze als het ware tijdloos. Alleen de achtergrond ‘verraadt’ dat het Paradiso moet zijn,  waarbij je door de tijd heen de muren achter de bezoekers steeds witter en grafitti-lozer ziet worden. ‘Studio Paradiso’ is met zijn 625 pagina’s een hele pil. Ik ben zelfs geneigd te zeggen; misschien een beetje overkill. Hoeveel vervaarlijk uitziende punks en skinheads kan een mens aan? Een ander bezwaar kan zijn dat mensen het idee kunnen krijgen dat dit de gemiddelde Paradisobezoekers waren in die tijd. Dat is beslist niet zo. Deze groep vormde een kleine minderheid, die hoogstens in de meerderheid was bij echte punkconcerten. In het boek staan ook enkele foto’s van Indo’s, Metal Heads en Teddy boys. Ook zij zijn slechte een miniem onderdeel  van de gemiddelde Paradiso bezoeker. Dit zou je kunnen staven met de lijst van Paradisoconcerten uit de periode 1980-1985, die in het boek is bijgesloten.
De vele foto’s geven echter wel een geweldig beeld van de subcultuur uit die tijd. Ze tonen tevens aan dat Max Natkiel door zijn consistente manier van werken een formidabel fotografie-ikoon is.
Intussen is in Paradiso de boekpresentatie afgelopen en vormen zich twee rijen in de Bovenzaal. Eén wordt gevormd door de mensen die bij de uitgeverij een boek, verkrijgbaar met vier verschillende omslagen, willen kopen. De andere rij zijn de trotse boekbezitters die willen dat Max Natkiel hun boek signeert. Her en der gaan kreten van herkenning op als blijkt dat iemand voorkomt in de vernieuwde versie. Zo te zien lijkt het redelijk goed gekomen te zijn met de brutaal en stoer kijkende pubers van dertig jaar geleden!
Tegelijkertijd met de tentoonstelling Fotostudio Merkelbach toont het Maria Austria Instituut / MAI de expositie Studio Paradiso, fotografie van Max Natkiel. Een bonte verzameling van ruige portretten van skins, rude boys, rasta’s, rockers, teds, mods, autonomen en punks die Paradiso in de vroege jaren tachtig bevolkten en ter plekke door Max Natkiel werden vastgelegd. Underground in de kofferkluizen van de benedenkelder in het Stadsarchief. De tentoonstelling is samengesteld ter gelegenheid van het verschijnen van het gelijknamige fotoboek waarin 600 (!) portretten van deze Paradisogasten zijn opgenomen. Een indrukwekkend tijdsbeeld. Onder andere te koop in de Stadsboekwinkel. Het archief van Max Natkiel is ondergebracht bij het Maria Austria Instituut/ MAI, dat archieven van belangrijke (Amsterdamse) fotografen beheert.


Max Natkiel, 1994





Oostelijke Handelskade Ter hoogte van nummer 25. Fotograaf Max Natkiel voor het voormalige vrieshuis Amerika. Gezien naar het Lloyd Hotel tijdens de sloop, op nummer 34-34A. Rechts, bij de witte bestelauto, de Piet Heinkade en de spoordijk naar het Centraal Station.

donderdag 5 september 2013

The Sweet and Sour Story of Sugar - The Exhibition Sugar in a globalized world Noorderlicht 2013 Photography


The Sweet and Sour Story of Sugar - The Exhibition

Sugar in a globalized world


From the jungle along the Suri name River to the sugar towns of Indo nesia, from the Green Desert of Brazil to Dutch sugar refineries; The Sweet and Sour Story of Sugar tells the comprehensive story of sugar. Over the centuries the production of sugar spread around the world, helping shape the political, economic, demographic and cultural landscape, and contributed to the way in which the world does business. That influence is still to be felt in the 21st century. Moreover, today sugar is becoming ever more important at the household level. At the beginning of the 20th century the average person consumed 5 kilos of sugar per year; now that is 35 kilos. 85% of that is processed in daily staples such as bread, fruit juice, meat, cigarettes, sauces, breakfast cereals and microwave meals.
Commissioned by Noorderlicht, six world-famous photographers travelled to The Netherlands, Suriname, Brazil and Indonesia, four countries linked together by a history of sugar and colonization. They mapped out the past, present and future of the sugar industry with work that touches on subjects including migration, slavery, changing patterns of consumption, energy policies, working conditions, the environment and trade. Their photos, supplemented by historical images, were the basis for the open source programme. In workshops in Indonesia, Suriname and Brazil successively, art institutions were given a free hand to assemble their own exhibitions with the photos, adding work and materials of their own to them, so as to tell their own, locally embedded version of the global story. After each presentation the new material was added to the whole and made available for the following presentation in the next country. During the final presentation in Groningen, Noorderlicht is showing the unique results of this open source approach, in which the concept of ‘globalization’ becomes physically tangible.
All about this project here 
Photographers
James Whitlow Delano (Japan/United States)
- Looking back without Nostalgia (Suriname)
- Looking back without Nostalgia (The Netherlands)
Alejandro Chaskielberg (Argentina)
- Bittersweet Suriname (Suriname)
- Sugar Heritage (The Netherlands)
Ed Kashi (United States)
- The Emerald Desert (Brazil)
- Manufacturing Sweets (The Netherlands)
Francesco Zizola (Italy)
- Bitter Harvest (Brazil)
- The Last Beet of Sweetness (The Netherlands)
Carl De Keyzer (Belgium)
- Sugar Illustrated (Indonesia)
- Guided by Sugar (Belgium)
Tomasz Tomaszewski (Poland)
- Sugar Towns (Indonesia)
- Sugar Town (Netherlands)

Bitterzoete suikerfoto's
Recensie Recensie | Donderdag 05-09-2013 | Sectie: Cultureel Supplement | Pagina: NH_NL04_002 | Lucette ter Borg

Fotografie

Fotomanifestatie Noorderlicht wordt dit jaar gehouden in een voormalige suikerfabriek. De hoofdtentoonstelling brengt daarom het mondiale verhaal van suiker in beeld.

Hij ziet eruit alsof je hem moet afpellen, laagje voor laagje alle dure kledingstukken die hij draagt moet losknopen - de winterjas van zwart kasjmier, het colbert daaronder, de rode vlinderdas, het wit zijden overhemd, de pied de poule-broek. Alles wat het achtjarige jongetje Vadim voorbereidt op een toekomst van macht, rijkdom en elegantie zou uit moeten om hem minder ongenaakbaar te maken.
Maar dan is daar Anna Skladmann, Duits fotografe, geboren in 1986 in Bremen van Duits-Russische ouders. Ze vraagt Vadim, zoon van een Russische oligarch, mee te komen naar het dakterras van zijn huis en laat het jongetje in zijn keurige broek plaatsnemen op de betonnen balustrade, zijn rug tegen het glas. Achter Vadim zie je wazig Moskou, de contouren van een van de Stalintorens, een elektriciteitscentrale in de verte. Muisgrijze wolken lossen op in blauw. Op de voorgrond Vadim: scherp in beeld, scherp in de plooi. Alleen gezicht en haren doen niet mee. Zijn haren verwaaien in de wind, zijn mond en ogen stralen ongemak, een melancholiek soort wantrouwen en onzekerheid uit.
Vadim is een van de kinderen van de Russische nouveau riche die Skladmann tussen 2008 en 2010 voor haar camera kreeg. In de serietoont ze hen als primadonna's, onzekere CEO's in de dop, bedroefd tussen bontmantels en Bentleys, maar ook arrogant op stilettohakken of verveeld aan de roulettetafel thuis.
Een selectie van Skladmanns foto's is een van de hoogtepunten op de tentoonstelling, georganiseerd in het kader van de fotomanifestatie Noorderlicht in Groningen. Vaste curator Wim Melis zocht zestien internationale fotografen uit rondom het thema: superrijken. Hoe die ene procent in beeld te vangen? Dat is lastig, zo blijkt op de tentoonstelling, want de superrijken blijven graag onzichtbaar. Skladmann slaagde er als een van de weinigen in wel toegang te krijgen. De Amerikaanse Lauren Greenfeld - bekend van de documentaire en fotoserie uit 2012 - ook. De andere fotografen richten zich teleurstellend genoeg juist toe op het 'circumstantial evidence': de boardrooms, computerschermen vol knalkleurige beurskoersen, bankiersparkeerplaatsen op de Kaaimaneilanden, een diamanten armband. Dat is jammer, want sinds de crisis in 2008 uitbrak, worden we overspoeld met dit soort beelden.
De ambivalente kwaliteit van is tekenend voor de fotomanifestatie Noorderlicht. De manifestatie bevindt zich namelijk in een lastig parket. Het afgelopen jaar is de subsidie met 40 procent (een bedrag van vier ton) verlaagd. Een opheffing dreigde, maar directeur Ton Broekhuis is er dankzij luidruchtig lobbywerk in geslaagd om de twintigste editie van het om zijn ge�ngageerde fotografie bekend staande festival toch door te laten gaan. Dat is een prestatie op zichzelf.
Gevolgen van die drastische bezuinigingen zijn er wel. Veel moest minder, met minder mensen, minder aandacht voor inrichting, uitleg. Verdwenen is het gemoedelijke parcours langs tientallen tentoonstellingsplekken in de binnenstad. Verdwenen zijn de kleine en grote ontdekkingen op bijzondere plekken. Verdwenen zijn de gastcuratoren die soms n�t een andere blik wierpen op de tamelijk monomane linkse blik van Melis en Broekhuis. En verdwenen is ook het thema, dat iedere editie losjes bij elkaar hield.
Suikerfabriek
Wat is er wel?
De grootste troef van Noorderlicht dit jaar is de schitterend vervallen, oude Suikerfabriek. Het festival kreeg de fabriek op een kolossaal braakliggend terrein aan de rand van Groningen gratis van de gemeente in gebruik. Op twee rafelige verdiepingen, nog doordrenkt van de wee�g zoete lucht van gekookte suikerbieten, concentreert Noorderlicht zich. Naast de tentoonstelling , die erbarmelijk slecht is ingericht, zijn er twee hoofdtentoonstellingen en een aantal verweesde nevententoonstellinkjes. Deze nevententoonstellingen staan tussen wc en kantine opgesteld of buiten in de wind te klapperen. Waarom ze niet helemaal geschrapt?
De twee hoofdtentoonstellingen echter zijn voorbeelden van projecten waar Noorderlicht in excelleert. Het zijn exposities waar een lange adem, duur en vertrouwen in de fotografen aan voorafgaat. In een met vloerplaten opgetrokken minimuseum op de eerste verdieping van de suikerfabriek hangen de resultaten van de opdrachtenreeks . Zeven Nederlandse fotografen kregen de kans terug te keren naar een onderwerp dat hen na aan het hart ligt.
Onder hen oudgediende Ad van Denderen (1943), die prachtige nieuwe foto's toont van een nieuw te bouwen Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever. De foto's vormen een wrang contrapunt met de serie die Van Denderen een jaar geleden maakte over een stad waar Isra�lische soldaten leren hoe zo effectief mogelijk een Palestijnse stad in te nemen.
Onder de jongere talenten springt Pieter ten Hoopen (1974) in het oog met een reeks dromerige, half scherpe en associatief rijke foto's die hij maakte met als achtergrond de in 1200 van de aardbodem verdwenen mythische stad Kitesj in Rusland. De rode draad, vijf jaar na zijn eerste serie, is voor Ten Hoopen de droom op een nieuwe, betere wereld, ver van de armoe en uitzichtloosheid van alledag. Hij brengt die droom niet letterlijk of drammerig in beeld, maar po�tisch. Kitesj ligt daar! Waar? Aan de overkant. Oh nee, het is alweer weg.
De grootste en meest ambitieuze manifestatie van Noorderlicht 2013 bestaat uit een boek, een expos� met archiefbeelden uit voormalige Nederlandse koloni�n, en een reuzetentoonstelling. De begane grond van de suikerfabriek wordt in beslag genomen door. Al in 2008 vormde de sluiting van de suikerfabriek voor Noorderlicht de aanleiding om een meerjarig onderzoeksproject te starten.
Zes internationale sterfotografen - onder wie Carl De Keyzer, Ed Kashi en Tomasz Tomaszewski - werden naar de suikerplantages in Brazili�, Suriname, Indonesi� �n naar de suikerbietenvelden en fabrieken in Nederland gestuurd om het mondiale verhaal van suiker vast te leggen. Ons allereenvoudigste tafelsuiker is namelijk de eerste waar die wereldwijd werd verhandeld en gedistribueerd, al vanaf de achttiende eeuw.
Van suikerbiet tot suikerspin is een project met veel gezichten dat begint bij het stoffige suikerriet en de zware, lompe suikerbieten, en eindigt bij een suikerspin op een kermis in S�o Paulo en een knuffelhond van suiker in Jakarta. Voordat de tentoonstelling Groningen aandeed, is ze te zien geweest in Brazili�, Indonesi� en Suriname, waar iedere instelling haar eigen verhaal via open sources kon samenstellen. Dat verhaal komt nu in Groningen in volle glorie tot zijn recht.
Archiefbeelden over het rijke, blanke leven en het zware ploeteren van inheemse bevolking en slaven op de vroegere suikerplantages worden geflankeerd met sprookjesachtige beelden van de Argentijnse fotograaf Alejandro Chaskielberg van door mangrovebossen overwoekerde suikerplantages en machines. De Belgische Carl De Keyzer trok naar Oost-Java en legde even beeldschoon als confronterend vast hoe hard het werk op de fabriek nog steeds is. Een nog maar net geheelde jaap van een wond op een arm is nooit een excuus om je ziek te melden.
De Pool Tomasz Tomaszewski fotografeerde onder andere in de oer-Hollandse Johannes Kerkhovenpolder, een in 1875 en 1876 ingepolderd gebied van de Dollard in Noordoost-Groningen. De zware zeeklei daar maakt de grond alleen geschikt voor de teelt van aardappelen, luzerne en suikerbieten. Een van die bieten trof Tomaszewski als een kunstwerk. De biet is doormidden gespietst in de klei: het wit van de biet contrasteert met het zwart van de grond. De geul die de zware landbouwmachines achterlieten in de vettige bodem, diende Tomaszewski's camera tot steun. Vanaf daar richt de fotograaf zijn blik opzij, want daar ligt een fossiel van suiker, machtig en kwetsbaar tegelijk.
3 jonge talenten (China, 1984) verhuisde op haar vijftiende naar Nederland. Sinds 1999 legt ze in intieme en tegelijkertijd geserreerde beelden haar vaderland vast. (op ). (D, 1979) toont een grappige conceptuele stunt als vervolg op zijn serie . Hij legt vast hoe vaak politie hem tijdens zijn werk lastigvalt. (op (D, 1986) onderzoekt hoe het is om als geprivilegieerd kind in Rusland op te groeien: eenzaam en verwend tot op het bot. (op)
Zeven fotografen kregen de kans terug te keren naar een onderwerp dat hen na aan het hart ligt Drie thema's op Fotomanifestatie Noorderlicht Twenty, de twintigste editie van Noorderlicht, toont op zes tentoonstellingen werk van 74 fotografen. Er zijn drie hoofdthema's. Op de expositie To Have and Have Not tonen zestien internationale fotografen beelden rondom het thema geld en macht. Voor de opdrachtenreeks Het Vervolg keerden zeven Nederlandse fotografen terug naar een onderwerp dat hen na aan het hart ligt. Onder hen Ad van Denderen (1943), die recente foto's toont van een nieuw te bouwen Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever.

Hoofdtentoonstelling is The Sweet and Sour Story of Sugar, het resultaat van een meerjarig onderzoeksproject. Zes internationale sterfotografen - onder wie Carl De Keyzer, Ed Kashi en Tomasz Tomaszewski - leggen het mondiale verhaal van suiker vast.
Info: Fotomanifestatie Noorderlicht. T/m 13 okt. Oude Suikerfabriek, eind van de Van Heemskerckstraat (buiten ringweg N370), Groningen. Di t/m zo 11-18u. Boek The Sweet and the Sour Story of Sugar: euro44,50. Catalogus: To Have and Have Not: euro9,50. De fotografen uit Het Vervolg hebben ieder hun eigen catalogusje � euro 6,-. De hele set kost euro 35,-.
Foto-onderschrift: Carl De Keyzer: Arbeider in de Olean Suikerfabriek, Situbondo, Oost-Java
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.

See also the Company photoBooks :

VCS: Gedenkboek bij het tienjarig bestaan van de Verenigde Coöperatieve Suikerfabrieken Dinteloord, Roosendaal, Zevenbergen. [Text Evert Zandstra (firm's history); M.A. Geuze (foreword). Photography Hans de Boer. Layout Mart Kempers].
Dinteloord / 1957 / 122 p. / hb., wrappers / 31x25cm / 166 b&w photographs / bedrijfsreportage / bietencampagne en suikerconsumptie. - Ill. 14 b&w photographs, in opdracht en uit niet-particuliere archieven / tekeningen en prenten / rotstekening, koffie serveren, bijen en bloemen, suikerverwerking en gereedschappen). / NN / Firmenschrift, Festschrift / Wirtschaft, Firmengeschichte - Photographie - Anthologie - Auftragsphotographie, commissioned photography - Nederland, Niederlande - 20. Jahrh. / Printed by NV Grafische Kunstinrichting J. van Poll Suykerbuyk, Roosendaal (boekdruk). - Opdrachtgever: Verenigde Coöperatieve Suikerfabrieken Dinteloord (10-jarig bestaan). - Kenmerken van filmisch scenario en beeldverhaal. In de uitgave wordt een realistisch beeld van de suikerindustrie geschetst, deels op uitslaande fotopagina's. De tekst is uit de Garamond gezet. Lit.: Jury report and catalogue of De best verzorgde vijftig boeken van het jaar 1957, Amsterdam 1957, p. 46-47.


Cas OORTHUYS,TERLOUW, FRIDA. - Puttershoek. Geschiedenis van de Coöperatieve Suikerfabriek en Raffinaderij g.a. Puttershoek 1912-1966 en van anderhalve eeuw beetwortelsuiker in Nederland.
No place, n. pub., n.d. (ca 1967) Orig.white cloth (gold lettering on spine/gold illustration on cover) with dustjacket, 29 x 25 cm. 223 pp. text + photographs (b/w.) Photography ao. by Cas Oorthuys. Enclosure: photography of W.H. de Vos, founder of the company. Lees verder ...









Tomasz Tomaszewski
Sugar Towns (Indonesia)

The Javanese sugar towns were originally erected by the Dutch mainly for the purposes of producing white sugar that could be shipped to Europe and then distributed to other takers. After the Dutch left, the factories continued to produce sugar, albeit under less favourable circumstances. Nowadays the Indonesian sugar industry has many facets; some truly modern, some still harking back to the days when the Dutch were in charge. The Polish photographer Tomasz Tomaszewski documented the sugar towns in Java, starting his journey from the Perayaan Buka Giling, the traditional sugar festival that is intended to bring good luck for the coming production season.





maandag 2 september 2013

The Sequel Wenzhou (2009) - Xiaoxiao Xu Noorderlicht Photofestival 2013 Photography


Sequel to: Wenzhou (2009)

Xiaoxiao Xu was 15 when she came to The Netherlands from China. Being torn from her familiar environment was frustrating, and she felt a sense of isolation. In that isolation, Xu says, it was enchanting to discover photography, because with it she could tell her story and show what life was like for her.
In 2009 Xu photographed the city in China that she had come from. Wenzhou is a large port city in the eastern province of Zhejiang, with over a million residents. Many of the Chinese in the Netherlands come from it, or from the towns around it. Xu let herself be overwhelmed by the combination of her memories and the images of contemporary China; her series therefore sketched a picture of the city through the lens of personal and emotional experience.
During her stay there she felt herself identifying with the city, but at the same time also an outsider – the same position that she has in the Netherlands: somewhere in between. By making photographs she seeks to find her balance between two cultures.
For The Sequel Xu is going further in her investigation of her roots. She is going to photograph the emigration towns around the city of Wenzhou, from which she originally came. Many of the towns are emptying out as a result of emigration. On her return in 2009 Xu saw vast changes in the village where she was born. The agriculture and farms had disappeared; the river in front of the house had been filled in for the construction of a motorway. The tranquil village of her memories had been transformed into a town full of bleak concrete high-rises and private homes. Now Xu will try to find the memories from her childhood again, making use of the stories of Chinese residents in the Netherlands from the towns involved, and members of their families who remained behind in China.

Evenwichtsact; SPECIAL FOTOGRAFIE

Door Kim Bos
Xiaoxiao Xu (28) emigreerde op haar vijftiende naar Nederland. Sindsdien onderzoekt ze haar herkomst vanachter een camera.
Xiaoxiao Xu
‘In Nederland valt er geld uit de hemel,’ wist een Chinese vrouw uit haar dorp voordat Xu naar het wonderlijke land emigreerde. Daar aangekomen barstte ze in huilen uit, want er kwamen geen flappen maar dikke druppels naar beneden.

Dat de vrouw haar fantasie de vrije loop had gelaten, is zo gek nog niet. Van de drieduizend bewoners die het dorp telde, waren er in de jaren voordat Xu zelf emigreerde tweeduizend naar Europa vertrokken. Een groot deel van hen naar Nederland, Spanje en Italië. Als ze terugkomen, meestal voor een kort bezoek, brengen ze geld mee voor hun achtergebleven familie, soms zo veel dat ze er een villa van kunnen laten bouwen.

Gangtou, het dorp van de vrouw met de sterke verbeelding, is geen uitzondering. Zoveel plaatsjes, vooral die rond Wenzhou, een havenstad met negen miljoen inwoners aan de Chinese oostkust, zijn de laatste decennia leeggelopen. In veel gevallen is zo’n vijftig procent van de oorspronkelijke bewoners naar Europa vertrokken. In Wenzhou, een van de belangrijkste productieplaatsen ter wereld voor onder meer aanstekers, brilmonturen, knopen en schoenen, ligt het percentage emigranten lager vanwege de levendige economie – die inmiddels wel de klappen van de crisis krijgt te verduren.

In een isolement
De eerste Chinezen arriveerden in 1911 in Nederland. Het waren zeelui die af- en aanmonsterden op schepen. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een tweede immigratiegolf van Chinezen uit de voormalige koloniën. In de jaren zeventig en tachtig kwamen er arbeidsmigranten die werden gevolgd door familie en gezin. Tegelijkertijd kwamen er Chinese bootvluchtelingen die vluchtten voor de oorlog in Vietnam. Sinds 2000 is er opnieuw een immigratiegolf van Chinezen die meestal voor zaken of studie komen. In Nederland wonen inmiddels ongeveer 71.500 Chinese immigranten. Een groot deel van hen komt uit de omgeving van Wenzhou.

Fotografe Xiaoxiao Xu was vijftien toen ze in 1999 helemaal alleen naar Nederland vloog. Ze ging op weg om zich bij haar moeder te voegen, die tien jaar eerder al uit China was vertrokken om geld voor de familie te verdienen. Xu had haar in de tussentijd niet meer gezien. Puber Xu vond Nederland frustrerend. Ze sprak de taal niet en niets leek op wat ze gewend was. Ze leefde bijna in een isolement. Xu raakte verstrikt tussen de Nederlandse en de Chinese cultuur. Dat veranderde toen ze begon met fotograferen. Vanachter de camera onderzocht ze haar omgeving; zo was het minder confronterend om te ontdekken waar ze was en waar ze vandaan kwam. Inmiddels richt ze haar lens vooral op zaken die met haar herkomst te maken hebben. Xu fotografeerde bijvoorbeeld praktijkruimtes voor Chinese geneeskunde en ze volgde jonge homoseksuele Chinezen die net als zij ook naar Nederland waren geëmigreerd.

In 2009 ging ze voor het eerst terug naar haar geboorte streek aan de Chinese oostkust. In Wenzhou, waar Xu zeven jaar woonde, legde ze de veranderingen, maar ook wat hetzelfde bleef, vast in een fotoreeks, met foto’s van brokstukken van gesloopte gebouwen, verrezen flats, goudvissen in waterflessen en dansende beren. Met Wenzhou won ze onder meer de Fotoprijs 2008/2009.

Net een spookhuis
Dit jaar werkte Xu aan een vervolg op de serie. Voor De weg naar de gouden berg fotografeerde ze vijf weken lang emigratiedorpen rondom Wenzhou. Ze richtte zich vooral op Gangtou, waar ze tot haar zevende woonde. Opnieuw keek ze naar de overeenkomsten en verschillen tussen nu en toen. Ze legde vast hoe sterk emigratie de dorpen heeft veranderd en laat zich daarbij leiden door haar eigen herinneringen.

Tijdens haar verblijf in Wenzhou en later in Gangtou voelde Xu zich vertrouwd en vervreemd tegelijk. De verse sojamelk smaakte nog zoals Xu hem zich herinnerde en het alles overstemmende geluid van de menigte in de straten van Wenzhou klonk net als vroeger. De geur die in de straten hing, van het zilte nat dat zo typerend is voor kustplaatsen, slingerde haar terug in het verleden. Maar de glinsterende rivier die haar jeugd in Gangtou symboliseert, was grotendeels gedempt. Xu bezocht de woning waar ze de eerste jaren van haar leven doorbracht. ‘Net een spookhuis. Boven het huis loopt nu een snelweg. Je kunt er niet meer wonen.’ In de omgeving is veel natuur vernietigd om plaats te maken voor wegen en gebouwen, die ook worden betaald van het geld van familie overzee.

Xu’s tante, bij wie ze leefde nadat haar moeder naar Nederland vertrok, woont nog in het dorp. Net als haar oma’s van negentig. Gangtou is vergrijsd. De bevolking bestaat vooral uit ouderen die de oversteek nooit hebben gemaakt. Zij zorgen soms voor kinderen die zijn achtergebleven of teruggestuurd. De achterblijvers leven grotendeels van geld dat uit Europa komt. Hun ondernemende familieleden in het buitenland vinden ze helden. Zoals Xu’s neef, de slapende man in het witte overhemd op een van de foto’s. Hij runt een restaurant in Nederland. Terwijl Xu werkte aan haar fotoproject was hij op bezoek bij familie in het dorp. De neef mist het rijstveld dat vlak bij zijn huis was. In de lente streken er trekvogels neer waar hij graag naar keek. Xu: ‘Het rustige dorp uit mijn herinnering is veranderd in een landschap vol beton, kilheid en villa’s van soms wel vijf verdiepingen. Hoe meer verdiepingen, hoe meer aanzien.’

De fotografe heeft nog iedere dag heimwee naar het dorp en de stad uit haar herinnering. ‘Maar ik hoor er niet meer thuis.’ In Nederland heeft ze thuis ook nog niet gevonden. ‘Ik zit ergens tussenin. Met mijn foto’s zoek ik naar evenwicht.’

‘De weg naar de gouden berg’ is onderdeel van Het Vervolg. Onder die naam heeft ­Noorderlicht zeven Nederlandse fotografen ondersteund bij het uitdiepen van een onderwerp dat ze al eens behandelden. Het werk van Xiaoxiao Xu (en dat van de andere geselecteerden: Ad van Denderen, Pieter ten Hoopen, Christian Kryl, Kadir van Lohuizen, Andrea Stultiens en Lidwien van de Ven) is te zien tijdens ­fotomanifestatie Noorderlicht, 1 september-13 oktober 2013
31-08-2013



zondag 1 september 2013

Connoisseurs Visschedijk Kessels Krijnen Barents van Sinderen Melis Choice New Talent Photography


Kennerskeuze; SPECIAL FOTOGRAFIE

Door redactie
Welke jonge fotografen moeten we zeker in de gaten houden? We vroegen het aan zes kenners.
Nieuwe talenten

De keuze van Ruud Visschedijk, directeur van het Nederlands Fotomuseum: Sanja Marusic, Portrait of Cristel Ball

'Afgelopen juni was ik extern deskundige bij de eindexamens van de KABK, bij de afdeling Wervend, en dat betekent in de praktijk meer toegepaste fotografie en vooral mode. Daar viel het werk van twintiger Sanja Marusic op. Haar stiel is vooral mode, een terrein waar de clichés vaak niet van de lucht zijn. Maar ze gaat zo frank en vrij met het medium om dat het plezier in het fotograferen er vanaf spat.'


Sanja Marušić from claudia crobatia on Vimeo.


De keuze van Erik Kessels/KesselsKramer: Annegien van Doorn, Ringnekparkiet

'Annegien van Doorn heeft feilloos oog voor het alledaagse en is vervolgens in staat om dit "gewone" te transformeren tot het "ongewone". Door haar aanpak maakt ze monumentale tableaus van de dingen die ze aantreft. Om dit te bereiken, maakt ze gebruik van fotografie, film en performances. Dit maakt haar bij uitstek een exponent van de nieuwe garde van Nederlandse kunstenaars en fotografen die werken in een veelvoud aan disciplines en niet bang zijn om cross-overs te maken. De Ringnekparkiet is een onderdeel van een nieuwe serie genaamd Don't look at me, look at my teapot! Om een completer beeld te krijgen van dit uitzonderlijke talent zou ik zeker ook haar korte films bekijken.'

2 Minutes from anejin on Vimeo.


De keuze van Marloes Krijnen, directeur van Foam: Jan Hoek, uit de serie Sweet Crazies

'Jans vermogen om contact te leggen met allerlei verschillende mensen levert bijzondere foto's op. Of hij nu de serie Sweet Crazies fotografeert in een fotostudio in Accra, de hoofdstad van Ghana, of fotografeert bij mensen die hij via contactadvertenties ontmoet: iedereen vertrouwt hem. Zijn werk gaat over de verhouding tussen model en fotograaf en zweeft tussen documentair en autonoom. Daarom ben ik trots dat we onlangs dit beeld uit Sweet Crazies aan onze collectie hebben toegevoegd.'


De keuze van Els Barents, directeur van Huis Marseille: Simon van Til, Moonlit Disk

'Ik bewonder Simon van Til om zijn moed en zijn verbeeldingskracht. Je moet stevig in je schoenen staan om geheel tegen de trend van deze hightech-tijd in op zoek te gaan naar een betekenisvol beeld van de maan en van de nacht. Daarmee stelt hij zijn visie, gekoppeld aan het in wezen simpele fotografische procedé, lijnrecht tegenover het visuele geweld dat ons via NASA, de Hubble en andere telescopen bereikt. Het aardige is dat zijn beeld meer ontroert dan dit spektakelwerk.'


De keuze van Wim van Sinderen, directeur Fotomuseum Den Haag: Henk Otte, Kerkenraad Gereformeerde Gemeente Houten

'Ik kan lang kijken naar dit met opzet zo streng en sober mogelijk gefotografeerde groepsportret. Henk Otte (1985) heeft vorm en inhoud succesvol met elkaar in overeenstemming gebracht. Hoe precies kun je "Preciezen" fotograferen? Zo dus. Otte studeerde in 2012 voorbeeldig af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag. Zijn multimediaproject (foto's, film en boek) Orde van dienst, over de biblebelt in Nederland, vond ik veelbelovend.'



De keuze van Wim Melis, curator Noorderlicht Groningen: Francisco Reina, The Art of Power 02

Hoe kun je een fotografisch statement maken over de abstracte mechanismes achter de economische crisis? Dat was de uitdaging dit jaar bij het samenstellen van To Have and Have Not, voor de twintigste editie van de Noorderlicht Fotomanifestatie. Geen foto's van slachtoffers of demonstrerende massa's, wel een intelligente blik op hoe het zo ver heeft kunnen komen. In Nederland sprong het geëngageerde werk van Francisco Reina eruit. Met zijn serie The Art of Power verbeeldt hij de disconnectie en ondoorzichtigheid van de - in dit geval Spaanse - macht.'
31-08-2013