zondag 28 augustus 2011

There is tears coming out of the eyes ...Video stills of The Weeping Woman Rineke Dijkstra


The Weeping Woman, Tate Liverpool
Rineke Dijkstra 2009
3 channel video HD installation
each projection min. 160 x 90 / max. 200 x 112 cm 
acquired jointly with Huis Marseille, Amsterdam
2010.RiD.01
In this work, a group of schoolchildren are in a serious discussion regarding the meaning of Picasso’s painting The Weeping Woman; however we do not see the painting itself. The children begin hesitantly, apparently answering questions posed by someone off-camera, then gradually begin responding to each other’s remarks. In this three-part work, Dijkstra introduces the spoken word into her work for the first time. To film the scene, she used three cameras on tripods. The children are looking at a reproduction of the painting attached to the middle tripod, hence, none of the youngsters looks straight into the lens. Unlike a conventional portrait in which the subject looks at the camera, they are engaged with each other, visually disconnected from the viewer. Dijkstra’s non-confrontational approach and restrained formal aesthetic allows us to observe the nuances of her subjects’ attitudes and behavior.

‘Ik moet een klik voelen’

Interview Rineke Dijkstra
Veel kunstenaars hebben na een midcareer-overzicht last van een artistieke midlifecrisis. Had Rineke Dijkstra (Sittard, 1959) na haar overzichtstentoonstelling, die in Parijs begon in 2004 en daarna doorreisde naar Winterthur, Barcelona en Amsterdam, daar ook last van? 'Bij zo'n overzicht van je werk hangt alles aan de wand van het museum, alles is gedaan en niet onopgemerkt gebleven en ja, dan denk je: wat ga ik nu doen?' Maar de tentoonstelling was voor Rineke Dijkstra geen verlammende ervaring. 'Ik ga altijd wel door,' zegt ze monter in haar atelier op het terrein van het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam. Niet versagen is haar motto.
Aan de andere kant geeft ze toe 'voortdurend in een artistieke midlifecrisis' te verkeren. 'Je maakt soms foto's en dan denk je: best een mooi portret. Maar is het meer dan dat? Soms weet ik het gewoon niet. Ik wanhoop ook: waar ben ik in godsnaam mee bezig? Maar ach, je moet ook leren jezelf tijd te gunnen en dan kan het gebeuren dat je een paar jaar wat minder werk laat zien. Niet alles wat je maakt hoeft aan de wand van het museum terecht te komen.'
Vondelpark
Dat gebeurde ook niet met een deel van haar parkserie, portretten van jonge mensen in parken over de hele wereld, waaraan ze al tijdens haar reizende retrospectief was begonnen. 'Die serie kwam moeizaam tot stand,' legt ze uit. 'Ik wilde er ook te veel in uitdrukken: én een studie naar het licht in een park én het vastleggen van de relatie tussen twee of meerdere jonge mensen. Dat werd een te ingewikkeld verhaal. Gelukkig heeft het hele project een paar mooie foto's opgeleverd, zoals het stelletje en de groep vrienden in het Vondelpark. Daar gebeurt iets tussen die mensen, iets wat echt is en dan klopt het.'
De eisen die aan een kunstenaar worden gesteld, zijn niet gering. Na een goed ontvangen retrospectief komt die lat alleen maar hoger te liggen. Zo'n kunstenaar mag niet te veel in herhaling vallen, zijn werk moet zich ontwikkelen en vernieuwen, maar tegelijk niet al te zeer afwijken van wat al eerder is gemaakt. Rineke Dijkstra is zich daarvan bewust, ze neemt haar werk daarom voortdurend kritisch onder de loep. Daarbij zijn naar eigen zeggen twijfel en vragen stellen een terugkerend ritueel. Maar ontdekkingen doet ze ook en die herkent ze steeds beter. 'Een goed portret maken, is niet zo makkelijk,' zegt ze. 'En zo'n portret of een reeks van portretten context geven en een betekenis die boven het portret zelf uitstijgt, is al helemaal niet makkelijk. Maar daar gaat het om.'
Die context en betekenis bereikte Rineke Dijkstra bij de reeks portretten waarmee ze haar reputatie vestigde. Haar serie met jonge mensen op de vloedlijn van het strand werd een internationale hit. Zelden was het kwetsbare moment tussen servet en tafellaken zo invoelbaar weergegeven. Haar portretten van stierenvechters net na de strijd en moeders net na de bevalling van hun eerste kind betrapten de worsteling met angst en moed, met leven en dood. De serie van Israëlische soldaten voor en na hun rekrutering liet het gezicht van vrede en oorlog zien. Met deze en andere fotoseries, die tussen portret en documentaire heen en weer springen, manoeuvreerde Rineke Dijkstra zich in het centrum van de hedendaagse fotografie; ze werd een van de meest invloedrijke en meest gekopieerde levende kunstenaars.
Niet zulke mooie mensen
Haar nieuwe werk - drie video-installaties en vier portretfoto's - was tot voor kort te zien in Berlijn bij Galerie Max Hetzler. Binnenkort wordt het tentoongesteld in galeries in Parijs en Brussel en in het museum Tate Liverpool. De gehele presentatie heet The Liverpool Series 2008-2009. De vier portretten zijn van jonge meisjes uit Liverpool die een avondje uit stappen gaan. Eén installatie bestaat uit vijf videoportretten van dansende jonge mensen - van wie sommigen zich fanatieker overgeven aan de muziek die ze zelf hebben gekozen dan anderen. De twee andere video-installaties tonen een schoolklas en een meisje in Tate Liverpool. De klas bespreekt het schilderij Weeping Woman van Pablo Picasso, het meisje tekent het schilderij na.
Met The Liverpool Series duikt Rineke Dijkstra dieper in haar onderwerp en thema: de schoonheid van over het algemeen niet zulke mooie jonge mensen die zich met een mix van kwetsbaarheid, verwarring en verlangen overgeven voor de camera. Die overgave probeert ze zo waarachtig mogelijk te betrappen, want ze is er niet op uit de werkelijkheid te verdraaien of naar haar hand te zetten. Al gebeurt dat in zekere mate natuurlijk wel door haar selectie van de modellen en haar uiteindelijke keuze van de foto. In die zin is haar oeuvre ook een complex en intrigerend zelfportret.
Voor schut zet ze haar modellen nooit. Wel geeft ze de tragiek, die in elk leven ligt besloten, op een subtiele manier een kans. 'Ik identificeer me met de mensen die ik fotografeer,' zegt ze. 'Om een goed portret te kunnen maken, moet ik een klik voelen. Ik selecteer mijn modellen niet op hun schoonheid. Perfecte schoonheid interesseert me niet. Al is dat dubbel, want vaak proberen de jonge mensen die ik fotografeer wel aan die perfectie te voldoen. Ze verlangen naar iets wat ze waarschijnlijk nooit zullen bereiken. Het gaat mij uiteindelijk om het betrappen van een dergelijke emotie.'
De foto's en video's ontroeren, en dat is prachtig. In haar beste portretten kijken wij niet zozeer naar die jonge mensen, Dijkstra laat ze naar ons kijken. Het is alsof je iemand leert kennen, waardoor er een vorm van intimiteit ontstaat.
Die sensatie weet ze op te roepen door de kleinste details - houding, blik, gebaar, kleding - feilloos te registreren en af te beelden in een neutrale, klassieke vorm. Door haar modellen veelal frontaal en ten voeten uit, vanaf het middel of gewoon zittend te fotograferen, wordt de aandacht niet afgeleid door de vorm. De modellen zelf krijgen alle aandacht, waarbij de fotograaf vooral let op de regel: hoe specifieker de details, hoe universeler en waarachtiger de boodschap.
Schuttersstuk
Zo neemt het wat dikke, bebrilde meisje in de video Weeping Woman afstand van haar klasgenoten. Dijkstra zette tien in schooluniform gehulde kinderen van een lagere school in Liverpool voor de huilende vrouw van Pablo Picasso in Tate Liverpool. Drie camera's betrapten de reacties van de kinderen op het beroemde, quasi-kubistische, quasi-abstracte schilderij, dat buiten beeld blijft. De film wordt gepresenteerd op drie schermen, als een drieluik, wat Rineke Dijkstra de mogelijkheid geeft de groep een beetje, zoals het schilderij, quasi-kubistisch te versnijden. Sommige kinderen zijn daardoor op twee schermen tegelijk te zien, een ingreep die de Amerikaanse fotograaf Richard Avedon eerder toepaste, vooral in zijn groepsportretten. Daarnaast zou je kunnen zeggen dat de video Weeping Woman een echo is van het oer-Hollandse schutterstuk.
Weeping Woman geeft op die manier ook kunsthistorisch iets om over na te denken. Al heeft Dijkstra naar eigen zeggen die referenties niet bewust in het werk gestopt - ze dienden zich aan. De roman Bloedverwanten van de Amerikaanse schrijver Michael Cunningham heeft haar wel aan het denken gezet. Cunningham vertelt in zijn boek vanuit het perspectief van diverse familieleden de honderdjarige geschiedenis van de Griekse familie Stassos, die naar Amerika emigreert. 'In elk hoofdstuk worden de gebeurtenissen, soms de meest verschrikkelijke, vanuit een ander personage beschreven. Iedereen beleeft en verwerkt de werkelijkheid op zijn eigen manier, waarbij Cunningham empathie kan opbrengen voor ieder van hen. Dat is interessant.'
Het forse, wat dikke en bebrilde meisje helemaal rechts in beeld van de video Weeping Woman kruist defensief haar armen voor haar borst. Van een afstandje kijkt ze naar haar klasgenoten. 'Dat is erg mooi om te zien,' zegt Dijkstra. 'Als je haar zou vragen dat te doen, werkt het niet. Maar die houding, dat detail is veelzeggend. Zij is de intelligentste van het stel, dat merk je ook aan haar reacties op het schilderij. Zij gaat later waarschijnlijk studeren. Door haar houding onderscheidt ze zich van de groep. Dat moet je als kunstenaar herkennen.' Iets wordt immers niet gezien omdat het zichtbaar is, maar andersom, iets is zichtbaar omdat het wordt gezien.
Rineke Dijkstra zet met The Liverpool Series haar speurtocht naar de essentie van de jeugd van tegenwoordig voort. De wisselwerking tussen de groep en het individu, een thema dat ze al eerder, meer zijdelings, aansneed, treedt met de video Weeping Woman op de voorgrond. De onuitgesproken, ingewikkelde en vrijwel onzichtbare processen die zich daarbij afspelen, worden navoelbaar. Er blijft ook iets te raden over, de video wordt een geheim van een geheim.
Geen wonder dat er weer een overzicht van haar oeuvre op de rol staat. Dit keer in Amerika, te beginnen in 2012 in het Guggenheim Museum in New York.
'The Liverpool Series 2008-2009' van Rineke Dijkstra is zien bij de galerie van Jan Mot, Antoine Dansaertstraat 190, Brussel, van 23 april tot 5 juni; bij Galerie Marian Goodman, rue du Temple, Parijs, van 27 april tot 5 juni en in Tate Liverpool, Liverpool, van 27 april tot 30 augustus














donderdag 25 augustus 2011

Afghanistan in Hipstamatic Balazs Gardi Photography



It's been nearly 10 years since the U.S. war in Afghanistan began back in October 2001. Journalists and photographers flocked to Kabul and Tora Bora as the first bombs fell. The iPhone had not yet been invented; it would be another three years until anyone knew what Facebook was. Back then, Afghanistan was a war of necessity, a war of revenge. A decade later, Osama bin Laden -- the erstwhile target of the U.S. invasion -- is dead. The Taliban are dispersed; but still potent, still deadly. And we're almost five generations into the world's favorite smartphone.
The mission in Afghanistan, of course, has changed: from the foremost matter of national security to something more nebulous -- a war of counterinsurgency and nation-building. In these 10 years, Foreign Policy has spent a great deal of column inches and pixels on the conflict -- publishing dispatches and analyses, photo essays and commentary. But in this unique collection of photographs, largely taken on iPhones using an app called Hipstamatic that allows users to digitally manipulate "lenses," "flashes," and "film stock," we found something exceptionally powerful: a record of the lives of U.S. Marines in Helmand province in 2010 and 2011 and of the Afghans they interacted with. It is by no means a comprehensive look at 10 years of war, but it is an evocative and profound slice of life -- at the beginning of the end of the longest conflict in U.S. history.
This experiment in photojournalism comes to FP by way of Teru Kuwayama and Balazs Gardi, who embedded with Marine Battalion 1/8 in Helmand for five months starting in September 2010. They collaborated with three other photographers on a project called Basetrack -- a multiplatform, social-media cornucopia; a hybrid of digital maps and feeds, Facebook posts and musings, interviews and stunning photographs. 

The Valley from Balazs Gardi on Vimeo.









Afghanistan in Hipstamatic Balazs Gardi Photography



It's been nearly 10 years since the U.S. war in Afghanistan began back in October 2001. Journalists and photographers flocked to Kabul and Tora Bora as the first bombs fell. The iPhone had not yet been invented; it would be another three years until anyone knew what Facebook was. Back then, Afghanistan was a war of necessity, a war of revenge. A decade later, Osama bin Laden -- the erstwhile target of the U.S. invasion -- is dead. The Taliban are dispersed; but still potent, still deadly. And we're almost five generations into the world's favorite smartphone.
The mission in Afghanistan, of course, has changed: from the foremost matter of national security to something more nebulous -- a war of counterinsurgency and nation-building. In these 10 years, Foreign Policy has spent a great deal of column inches and pixels on the conflict -- publishing dispatches and analyses, photo essays and commentary. But in this unique collection of photographs, largely taken on iPhones using an app called Hipstamatic that allows users to digitally manipulate "lenses," "flashes," and "film stock," we found something exceptionally powerful: a record of the lives of U.S. Marines in Helmand province in 2010 and 2011 and of the Afghans they interacted with. It is by no means a comprehensive look at 10 years of war, but it is an evocative and profound slice of life -- at the beginning of the end of the longest conflict in U.S. history.
This experiment in photojournalism comes to FP by way of Teru Kuwayama and Balazs Gardi, who embedded with Marine Battalion 1/8 in Helmand for five months starting in September 2010. They collaborated with three other photographers on a project called Basetrack -- a multiplatform, social-media cornucopia; a hybrid of digital maps and feeds, Facebook posts and musings, interviews and stunning photographs. 

The Valley from Balazs Gardi on Vimeo.









dinsdag 23 augustus 2011

Luna Parks as a disturbed Idyll Dream City Anoek Steketee Photography



Dream City

Anoek Steketee & Eefje Blankevoort
25.JUN.2011_28.AUG.2011
Sparkling lights, ice cream stores and a fairytale decor. The young Dutch photographer Anoek Steketee and the writer Eefje Blankevoort visited amusement parks in Iraq, Lebanon, Rwanda, China and other countries in the world. Steketee photographed visitors, the surroundings and personel.

deers_anoek_steketee.jpg
© Anoek Steketee
Behind the innocent and light hearted character of the subject, a staged, serious and darker undertone is tangible. The images show us the stark contrast of the dream world in the park and the daily reality outside the fences.

The name of the project, Dream City, is named after the amusement park in Iraq. Kurds, Arabs – Shiites and Sunnis -, Christians, Muslims and American soldiers, they all visit the park. Segments of the Iraqi population that were submerged in a deadly struggle outside the gates. In the park they amuse themselves next to each other in the Ferris wheel. 




Pretparken als verstoorde idylle

Tracy Metz
artikel artikel | Zaterdag 20-08-2011 | Sectie: Overig | Pagina: 18 | Tracy Metz
Eugene Nyakahene heeft een droom. Hij wil zijn getraumatiseerde vaderland Rwanda plezier bezorgen, en er ook zelf een beetje aan verdienen. Hij wil een pretpark bouwen. Maar de carrouselpaarden staan, in plastic verpakt, op een landje aan de rand van Kigali te wachten.
Voor het boek Dream City - en de tentoonstelling die nog t/m 27 augustus te zien is in het Nederlands Fotomuseum - reisden fotograaf Anoek Steketee en journalist Eefje Blankenvoort naar pretparken in landen die je niet zo gauw associeert met pret. Behalve Rwanda waren dat Irak, Turkmenistan, Israël en de Palestijnse gebieden, Libanon, China, Indonesië, Colombia en - vreemde eend in de bijt - de Verenigde Staten.
Het project Dream City, ontstaan in samenwerking met de instelling voor documentaire fotografie Fotodok, is een krachtige samenwerking van tekst en beeld. Ze staan op zichzelf - de foto's voorin, de reportages daarna - waardoor de beelden nog eens extra betekenis krijgen. Je kijkt anders naar de replica van de Taj Mahal in Colombia als je weet dat de bouwer zo verliefd was op zijn eigen creatie dat hij er twaalf jaar met zijn gezin heeft gewoond en er ook is gestorven.
Hacienda Nápoles, eveneens in Colombia, blijkt eerder het landgoed van drugsbaron Pablo Escobar te zijn geweest. In de omgeving van het Iraakse pretpark Dream City, waar de titel van het boek aan is ontleend, zijn honderden Koerden geëxecuteerd; in de heuvels van Rwanda rond het pretpark Bambino Super City voltrok zich de genocide tussen Hutu's en Tutsi's; in Beiroet was het Luna Park doelwit van een autobom.
Het pretpark is een gecultiveerde en gecontroleerde idylle met een universeel herkenbare verschijning: de lichtjes, de aangeharkte perken, de belofte van verlossing uit de zorgen van alledag voor zolang als het duurt. Het kan een spiegel zijn van de politieke en sociale toestand in het land. Maar het kan ook een van hogerhand opgelegd geïdealiseerd beeld uitdragen, zoals in Turkmenistan waar de nationale sprookjes tot thema zijn verheven, of in Indonesië waar pretpark Dunia Fantasia de illusie van een harmonieuze eenheidsstaat hoog houdt. In alle gevallen is het een dream city, of zoals Blankevoort schrijft, een even gemoedelijke als surreële omgeving.
Tracy Metz
Info:  Dream City, 39,50 euro, uitg. Kehrer Verlag in samenwerking met Fotodok, www.fotodok.org
Foto-onderschrift: Kigali City Park, Rwanda Dunia Fantasie, Indonesie Chimelong Paradise, China Bambino Super City, Rwanda Niagara Falls, Dunia Fantasie, Indonesie Rockin' Roadway, Dollywood, Verenigde Staten
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.

zondag 21 augustus 2011

Johan van der Keuken Rob Hornstra Cuny Janssen International Photobook Award 2011 catalogue


International Photobook Award 2011


The International Photobook Festival presented the best photobooks of the year, works that were nominated by 35 international experts from the photo scene around the globe. In 2011, the jury for the International Photobook Award has been significantly expanded. All nominated books will be presented in a catalogue and will be exhibited during the festival. For the first time, there will be a prize chosen by the audience for the most popular book.

The 2011 Festival Audience Vote for the best book of the International Photobook Award was given to Alec Soths »Broken Manual«.




Internationaler Photobook Award 2011