maandag 8 april 2019

In the Company of Strangers British Journal of Photography May 2019 Issue


May Issue: In the Company of Strangers

For our annual community issue, we return to the subject of photographing communities, focusing on the ideas and strategies behind four very different approaches employed by outsiders looking in.

Our cover photograph is from a collaborative project between photographer Nadine Stijns, curator Amal Alhaag and the people of Somaliland. Working closely with the community, The Anarchist Citizenship attempts to give Somalilanders agency over their own image.

Travelling around the US on special occasions such as the Mardi Gras in New Orleans or St Patrick’s Day in Des Moines, George Georgiou’s latest body of work, American Parades, comprises photographs of crowds celebrating their tribal identities.

Elsewhere, Jonathan Torgovnik returns to Rwanda to photograph mothers with their sons and daughters, conceived as a result of the systematic rape of Huti women during the genocide 25 years ago. We also feature Cansu Yildiran, a young Turkish photographer who discusses her own search for identity through the community her parents grew up in, and her adopted family among the subcultures of Istanbul.

Allie Haeusslein meets Alec Soth, whose latest work embraces the ambiguities of photographing strangers, and makes a virtue of them, while our chosen Projects look at groups with different approaches to communal living – in Canada, India, and a set of islands in the North Sea.

For Any Answers, we feature writer and curator David Campany, who argues that “All true learning is really self-taught.” Our Creative Brief is Veronica Ditting, who gives her take on commissioning work for The Gentlewoman. For Agenda, we preview this year’s World Press Photo Festival.

Elsewhere, we feature interviews with Ángel Luis González – founder of PhotoIreland Foundation in Dublin – and Iain McKell who discusses his latest book, New Girl Order. Plus we look at a handy new lighting panel from BrightCast, and bring you the latest tech announcements from CP+ in Yokohama, Japan.











zondag 7 april 2019

Views & Reviews Beautiful Landscape of Color and Shade New Colour Studies 1976-2014 Jan Dibbets Conceptual Photography


DIBBETS, JAN. FUCHS, R.H. & M.M.M.VOS. - Jan Dibbets. Met essays van R.H.Fuchs en M.M.M.Vos en een inleiding van Martin Friedman.

Eindhoven, Stedelijk Van Abbemuseum, [etc.], 1987. 156 pp. Col.b./w. ills. Softcover. Exhibition catalogue. Dutch text edition.




JAN DIBBETS COLOR STUDIES 1976-2014
7 MAY - 31 JUL 2016
This summer, the Stedelijk devotes four top-floor galleries to Jan Dibbets’ recent series New Color Studies (2010-2014). Dibbets based the series on two negatives of car bodywork shot in 1976.

Green Vertical, 2013, digital print on dibond. Courtesy Peter Freeman Gallery Paris/New York.

The New Color Studies are presented in combination with the original Color Studies created in the seventies. At that time, Dibbets printed the images as large as the technology of the day would allow. Forty years later, today’s digital techniques enable the production of extreme enlargements, which led to the new series of monumental ‘abstract’ color studies.

Dutch artist Jan Dibbets (1941) is one of the most distinguished and influential figures in the international art world. Dibbets’ work explores questions relating to light, the mechanisms of perception, perspective and space.


Jan Dibbets

An avant-garde and influential Dutch artist with an international reputation, whose oeuvre centres on light, observation, perspective and space. Dibbets’s works have found their way into numerous collections, including those of the De Pont Gallery in Tilburg and the Van Abbe Museum in Eindhoven. A note explaining his work at De Pont includes the following passage: ‘For the past few years Dibbets has been photographing simple, fragmentary images, often windows with a background worked up in numerous layers of ink. Four Windows (1991) is an example of this kind of work.

His semi-transparent pictures are reminiscent of the Dutch painting tradition, which inclines more towards the spectrum of grey light than to saturated colours. None of his windows are photographed face on. They are in the shape of trapezoids or ellipses, balanced in form and colour, lending movement to the composition. In most cases, nothing but sky can be seen through them (…) The forcefulness of these shapes and the surge of colour appear to change direction.’

Dibbets holds unorthodox views on art history. He maintains that Flemish and Dutch art are closely related and that they inspired both Spanish and Italian painters. He dismisses Joseph Beuys’s hypothesis but nevertheless agrees that Dutch paintings would not have been what they are if the light had been different.

The landscapes and light were there, but it was artists who discovered them and recorded them in their paintings, relying entirely on their own observation. Ultimately, you could say, Dutch light was ‘invented’ by painters. But as far as light in contemporary art is concerned, Dibbets continues, ‘we should only give answers in 50 years’ time, because we’ll only know how and what in retrospect.’


Fraai landschap van kleur en schaduw
Beeldende kunst De Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets grijpt in het Stedelijk Museum terug op oud conceptueel werk.
Lucette ter Borg
25 mei 2016

Jan Dibbets: ‘S3 Horizontal’, digitale print op dibond, 2012
Foto dirk limburg 

Het klinkt als het tegendeel van spectaculair. De Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets (1941) - de oude meester van de ‘perspectiefcorrecties’ - grijpt in vier zalen van het Stedelijk Museum in Amsterdam terug op oud conceptueel werk, op een serie foto’s uit 1976 en 1979 van vier glanzend gelakte auto-onderdelen: motorkappen, portieren om precies te zijn.

Jan Dibbets New Colour Studies 1976-2014. T/m 31/7, Stedelijk Museum, Amsterdam

Die foto’s drukte Dibbets in 1976 af op wat toen het maximale formaat was: zo’n veertig bij vijftig centimeter. Maar ruim dertig jaar later - in 2010 - waren druktechnieken zo geavanceerd geraakt dat de kunstenaar dacht: wat bereik ik met uitvergrotingen? Wat gebeurt er als ik iets wat relatief klein is, verander in iets dat reusachtig is?

Het is altijd een heikel experiment: wordt een kunstwerk beter als je het formaat ervan opblaast? Vaak niet, maar in het geval van Dibbets’ New Colour Studies, zoals het werk heet dat tussen 2010 en 2014 is ontstaan, is dat wel degelijk zo. De nieuwe uitvergrotingen en uitsneden - digitale prints op dibond - zijn geen loze gebaren van een kunstenaar die door grootheidswaan is bevangen, maar intens mysterieuze landschappen van kleur en schaduw.

Het begin ligt bij vier foto’s van een autochassis. Soms liggen druppels op het metaal, soms is het beeld verticaal gekanteld. Slechts één keer valt een klein stukje van een zijspiegel te herkennen, slechts één keer ook komt een serienummer in beeld (een 304 – een Peugeot). Alle aandacht gaat verder uit naar het platte vlak, de lijnen, het reliëf in het gelakte materiaal, het spel van licht en schaduw. De foto’s, met zijn vieren naast elkaar tentoongesteld, ademen duidelijk de onderzoekende sfeer van de jaren zeventig.

In de nieuwe werken is de referentie naar auto-onderdelen volledig verdwenen, opgeslorpt door het formaat van de digitale prints. De onderzoekende sfeer is gebleven maar het effect is nu veel lyrischer. Als gevolg van het grote formaat, ontstaat een serie abstracte landschappen in kleur.

Bij S 3 Red Horizontal uit 2012 bijvoorbeeld is het alsof je in een rood kolkende watermassa kijkt. Doe je een stap achteruit, dan doemt een rode planeet op met een horizon en bergen in de lucht. Ook het tweeluik Diptych Black (1976-2012) bevat die sciencefiction-achtige kwaliteit: alsof je kijkt naar een springlevend, zwartgeblakerd bos. Zo zijn er meer voorbeelden van experimenten in grootte, van twee- tot zevenluik.

Het interessante van deze zorgvuldig ingerichte maar helaas karig toegelichte tentoonstelling is dat de nieuwe kleurstudies voortdurend uitnodigen tot vergelijken. Je loopt heen en weer van oud naar nieuw, van vroeger naar nu en weer terug. Je proeft, vergelijkt en ziet dat nieuw fris fonkelt – nog steeds, ondanks de hoge leeftijd van de kunstenaar.


REVIEW | Jan Dibbets – Color Studies | Stedelijk Museum Amsterdam | *****
Posted on 10 mei 2016 by De Kunstmeisjes

De Kunstmeisjes nemen je mee in de Amsterdamse kunstscene: welke tentoonstelling is een bezoekje waard (of juist niet), en waarom? Elke twee weken bespreken we iets nieuws, van historische schilderijen tot hedendaagse installaties. Vandaag: Jan Dibbets – Color Studies 1976-2014 in het Stedelijk Museum Amsterdam. Lees verder ...

Wat jammer dat het Stedelijk zo achterom kijkt

Het Stedelijk Museum in Amsterdam. Foto Berlinda van Dam / Hollandse Hoogte

Jhim Lamoree

Een tentoonstelling waarin Jan Dibbets zijn werk mag herhalen, Rudi Fuchs die kritiekloos terug mag kijken op zijn carrière: waar is het Stedelijk Museum mee bezig?

Jan Dibbets en Rudi Fuchs zijn terug in het Stedelijk Museum Amsterdam. In het recente verleden hebben beiden het museum aan de rand van de afgrond gebracht. Deze zomer wordt de rode loper voor hen uitgelegd.

Jan Dibbets, een van de aanvoerders van de conceptuele kunst, mag deze zomer zijn zoveelste opgewarmde boterham presenteren: vier zalen met recente kleurenstudies die zijn gebaseerd op twee negatieven van een autocarrosserie uit 1976. Die aanpak zal menigeen in alle staten brengen, ik val in slaap bij dat hogere geneuzel.

Dibbets (1941) herinterpreteert zijn eerdere oeuvre. In 2010 waren in het Gemeentemuseum Den Haag en in het Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris diens herkauwde horizons te zien, gebaseerd op Sectio Aurea uit 1972. De Latijnse titel van het fotowerk verwijst naar de gulden snede en geeft aan dat de kunstenaar niet van de straat is. Zijn oeuvre reikt naar de eeuwigheid, is heel serieus en heel diep. Door zichzelf te herhalen treedt Dibbets in de voetsporen van Giorgio de Chirico, niet in die van Matisse of Picasso, die aan het einde van hun leven nog een verrassende artistieke spurt namen.

Dibbets is ook een mandarijn. Hij was lid van de Raad van Toezicht van het Stedelijk en de kwade genius achter het ontslag van directeur Gijs van Tuyl en de misbenoeming van Ann Goldstein. Hij schonk in 2006 zijn archief negatieven aan het Stedelijk om die schenking in 2012 weer terug te trekken. Op twee van die negatieven zijn Dibbets nieuwe werken in het Stedelijk gebaseerd.

Rudi Fuchs presenteert vanaf eind mei in het Stedelijk een overzicht van zijn aankopen als directeur van respectievelijk het Van Abbemuseum in Eindhoven, het Gemeentemuseum Den Haag en het Stedelijk Museum Amsterdam. Hij mag veren in zijn eigen kont steken. Een vergelijking met aankopen van collega directeuren als Edy de Wilde of Wim Beeren wordt niet gemaakt. In dat geval zouden zijn miskopen aan het licht komen.

Neem ‘Fingermalerei’ van Georg Baseliz, een van Fuchs’ lievelingsschilderijen met een man op zijn kop geschilderd, zeg maar een wolkenfietser. Dat schilderij is ontstaan in 1972 en werd weinig alert in 1993 door Fuchs voor het Stedelijk aangekocht voor bijna vierhonderdduizend euro. Na Fuchs verdween ‘Fingermalerei’ in het depot, zoals de meeste van diens aankopen.

Nog een wapenfeit: tijdens zijn directoraat veranderde Fuchs het Stedelijk in een patiënt die palliatief werd gesedeerd. Net als Dibbets houdt Fuchs ervan zichzelf te herhalen. Als tentoonstellingsmaker neemt hij steeds de rol aan van regisseur en zet kunstenaars en kunstwerken in als acteurs om daarmee zijn eigen pointe naar voren te brengen. Die was niet altijd even duidelijk, zoals bleek uit de reeks tentoonstellingen onder de titel Couplet in het Stedelijk. Publiek en sponsors begrepen er weinig van en haakten af. Het museum ging op slot.

Het Stedelijk zou meer vooruit moeten kijken en minder achterom.




zaterdag 6 april 2019

Views & Reviews The Optimistic Photography of Tyler Mitchell Foam Amsterdam


TYLER MITCHELL - I CAN MAKE YOU FEEL GOOD

Untitled (Two Girls Embrace), 2018 © Tyler Mitchell

Foam proudly presents I Can Make You Feel Good, photographer and filmmaker Tyler Mitchell’s (1995, US) first solo exhibition. His work visualises a black utopia. Making use of candy colour palettes and natural light, Mitchell captures young black people in gardens, parks or in front of idyllic studio backdrops where they appear as free, expressive, effortless, sensitive and proud. His work confronts us with the fact that his idyllic visual language is not at all self-evident for black people.

Alongside a selection of images from the artist’s personal and commissioned work, Foam is also premiering two of Mitchell’s video works: Idyllic Space and Chasing Pink, Found Red. With these audiovisual installations, the artist explores a sense of play and childlike freedom for black youths.

De optimistische fotografie van Tyler Mitchell
Tyler Mitchell creëert met zijn foto’s een vrolijke en zorgeloze wereld. „Dit soort beelden kenden we niet van zwarte mensen.”
Rianne van Dijck
5 april 2019

Het begon allemaal een paar jaar geleden tijdens een bezoek aan Cuba, zegt Tyler Mitchell. De mix van verschillende culturen. De relaxte levensstijl. De zon. Maar vooral: de kleuren! Geel, groen, blauw, roze. „Alles in dat fantastische, zorgeloze pastel. Vanaf dat moment begon ik kleur als een structuur, als een element in mijn werk te gebruiken. Met kleur, liefst in dat mierzoete pastel, creëer ik een utopische setting – voornamelijk zwarte mannen en vrouwen in hun eigen kleurrijke, unieke universum.”

Tyler Mitchell (24) belt vanuit Londen, waar hij net is gearriveerd vanuit zijn woonplaats New York, en zal een dag later in het vliegtuig stappen voor een fotoshoot in Toledo (Spanje). Sinds Mitchell vorig jaar als eerste zwarte fotograaf sinds het 126-jarige bestaan van de Amerikaanse Vogue de cover fotografeerde, met Beyoncé als model, vliegt hij de wereld over voor opdrachten, discussies en lezingen. Onlangs nog fotografeerde hij Vogue-hoofdredacteur Anna Wintour voor The Guardian. Daarmee is Wintour, naast Kendall Jenner, die onlangs voor een campagne van Calvin Klein poseerde, overigens een van de weinige witte mensen voor zijn lens. Vaker werkt Mitchell met zwarte modellen, zoals Ugbad Abdi (voor Vogue) en Adut Akech (voor Le Monde), of met Stephan James en Kiki Layne, de hoofdrolspelers uit de James Baldwin-verfilming If Beale Street could Talk (voor Vogue).

Mitchell had vóór zijn grote doorbraak al een indrukwekkend cv, zeker voor zijn leeftijd. Hij publiceerde zijn werk voor media als I-D Magazine en Dazed Digital en werkte voor Givenchy en Teen Vogue. Nadat Wintour in januari 2018 de samenwerking met de van seksuele intimidatie verdachte fotografen Bruce Weber en Mario Testino on hold zette, leek dat de deur open te zetten voor nieuw fotografietalent. Zeker toen in februari beschuldigingen volgden tegen fotograaf Patrick Demarchelier en Vogue ook Terry Richardson in de ban had gedaan.

Rose Lick, 2017
Foto Tyler Mitchell

licht en luchtig

De beelden van Mitchell worden gekenmerkt door een „optimistische energie”, zoals hij het zelf formuleert. „Ik groeide op met foto’s van bijvoorbeeld Ryan McGinley, die jonge, mooie mensen laat zien die op een vrije en zorgeloze manier plezier hebben. Maar ze zijn allemaal wit. Dit soort beelden kenden we niet van zwarte mensen. Een groep jonge, zwarte mannen wordt al snel geassocieerd met iets bedreigends, ook als ze gewoon, heel onschuldig, lol hebben.”

Zeker in zijn vrije werk is Mitchell bezig met de positie van het zwarte lichaam in de beeldcultuur. Alhoewel hij uitdrukkelijk zegt „geen activist” te zijn, zitten in de twee video’s die hij in zijn allereerste solo-expositie in Foam vertoont boodschappen tegen racisme en politiegeweld.

„In de video Chasing Pink, Found Red hoor je audio-commentaar van mensen die vertellen over hun ervaringen met racisme en vooroordelen. De beelden eronder, van jonge, zwarte mensen, zijn daarentegen juist vrolijk en kleurrijk, licht en luchtig. Ik wil geen zwaarte. Ik wil niet dat mijn beelden oproepen tot verdeeldheid. Ik wil dat ze een boodschap in zich dragen van verbinding, van hoop.”

Untitled (Twins), 2016
Foto Tyler Mitchell

Untitled (Hat), 2018
Foto Tyler Mitchell

Safety Blanket, 2017
Foto Tyler Mitchell

Boys of Walthamstow, 2018
Foto Tyler Mitchell

Untitled (Topanga CA I), 2017
Foto Tyler Mitchell

Tyler MitchelI, I Can Make You Feel Good, 19 april t/m 5 juni in Foam Amsterdam.





dinsdag 2 april 2019

Marylin Monroe Memorial New York Coney island Manhattan Unseen Jan Cremer Photography

Jan Cremer
Marylin Monroe Memorial
1964
C-print
60 x 80 cm.

The Grave Monument of Marilyn Monroe. (Near Kellyville), Kangerlussuaq Area, Greenland




Cremer Photography UNSEEN EYE
JAN CREMER
ISBN 10: 9462620334 / ISBN 13: 9789462620339
Published by Waanders / De Fundatie, Zwolle, 2015
159 pages, illustrated in B&W and coloyrphotographs. Cremer Photography The book accompanied the exhibition UNSEEN EYE in the Fundatie Zwolle. Size: 261 x 242 Mm.

See also

The Unseen Eye is Watching You Jan Cremer Museum de Fundatie in Zwolle Photography


Jan Cremer (1940, Enschede, Netherlands) is an internationally renowned writer and painter. Since the publication of his first and scandalous novel ‘Ik Jan Cremer’ in 1964 (he was only 24 years of age), Cremer has been known for his provocative writings, his expressive and colourful paintings and his anarchic lifestyle. In 2015 the Museum De Fundatie in Zwolle opened Cremer’s first exhibition dedicated to his unknown photography during his countless travels. The mostly black and white photographs boast an impressive body of work from the mid ’60s until the beginning of the ’80s.

“Down through the years, Cremer’s photos have reflected his urge to travel. In New York, he photographed the view from his roof in the notorious Chelsea hotel, the wooden bathing houses on Coney Island, and the neon signs on Times Square. ‘An advertising sign is a perfect representation of the train of thought of a people at a given moment’, according to Cremer, who worked with an advertisement painter when he was young. We also see advertising in East Berlin, but it is a symbol of faded glory. We see cardboard palm trees on the beach in Romania, and Eskimos peel their potatoes at the North Pole.

Cremer has no pretensions with his photos. ‘I am the eye that remains unnoticed. At the beginning of the sixties I found a photo of a cell door in an American prison in a well-thumbed Esquire left behind on Ibiza. It displayed a drawn eye and a warning: ‘Unseen Eye is watching you’. I recognized myself. I observe and am invisible”.

Source: Museum De Fundatie in Zwolle, on the occasion of  the exhibition ‘The Unseen Eye’ (2015), the first exhibition dedicated to Cremer’s photography at Kasteel Nijenhuis in Heino