maandag 21 maart 2016

I sounded like I was having the best sex Juno Calypso Photography


'I sounded like I was having the best sex': Juno Calypso's one-woman world tour of honeymoon hotels
With their heart-shaped hot tubs and mirrors everywhere, Calypso has found that love hotels are the perfect place to explore what marriage means, why we feel ugly – and plan world domination


June Calypso
Thank God they hadn’t redecorated’ ... Untitled, 2015, by Juno Calypso. All images courtesy the artist and Flowers Gallery

Nell Frizzell
Thursday 2 July 2015 12.30 BST Last modified on Thursday 2 July 2015 13.34 BST

Twin Peaks, The Shining, Psycho: the pastel pink walls of out-of-town hotels often paper over a hotbed of sinister, sexualised weirdness. Which makes it no surprise that artist Juno Calypso is showing a new series of photographs made on her unlikely one-woman road trip to a honeymoon hotel. Calypso’s images come heavy with the scent of vanilla air fresheners and bacon pancakes. They swell with sexual frustration, and drive a sense of dread right into your stomach.

“It was a pink 1960s gothic nightmare,” says Calypso, when we meet for a drink to discuss her work. “I got dropped off at a diner in the middle of nowhere in Pennsylvania and had to tell a woman there that I was going to the love hotel. She looked me up and down and said, ‘Just you? Just one?’ Then I got picked up by The Love Machine, this flowery van full of ripped smelly seats that drives couples around the resort because they’re too lazy to walk.”

Juno Calypso, A Dream In Green, 2015
A Dream In Green, 2015.

Calypso, who often photographs herself in the guise of alter-ego Joyce, had found a picture of the honeymoon hotel’s dusky pink bathrooms online. It was the perfect setting for the bored, frustrated, lonely housewife of her imagination – until she discovered it was on the other side of the Atlantic. But the draw was insurmountable. “I was stuck,” says Calypso in her matter-of-fact north London voice. “It was very inconvenient, but I knew I needed to do something as crazy as the stuff I did as a student. So I saved up all this money and just went. On my own. For a week.”

The “crazy” stuff includes her standing in a car-sized birthday cake in her mothers’ front room surrounded by rotting prawns and salami for Popcorn Venus; photographing herself wearing a remote-controlled 1970s anti-wrinkle mask reminiscent of Hannibal Lecter; and lying motionless, for hours, beside an open can of luncheon meat in Reconstituted Meat Slices.

The First Night, 2015.

When she arrived, Calypso found that the resort – which is used both as a honeymoon retreat and a last-ditch, make-or-break destination for disillusioned couples – had barely changed in decades. “Thank God they hadn’t redecorated,” she says. “My room had a heart-shaped hot tub and mirrors on the ceiling. I only left it for the all-you-can-eat breakfasts and dinner. The rest of the time I was just alone in my room taking pictures.”

There is a sense of airless claustrophobia about much of Calypso’s work. But in the Honeymoon Hotel pictures, that frustration is twinned with loneliness. “It’s sort of half fictional,” she says. “There’s this woman, alone in a hotel room exploring herself. But then I actually am a woman, alone in a hotel room. There is no Joyce, it’s just me – I’m the creep. I expected the hotel to be way more kinky. But apart from once hearing a guy say ‘Are you going to wear your suspenders tonight?’ I only heard snoring. And I was standing against the wall, listening.”

The Honeymoon Suite, 2015

Calypso spends hours setting up each shot, staring at herself until, exhausted, something finally clicks. “The green one is my favourite,” she says. “I’d tried one of those deep sea clay body masks months before. I didn’t have nipples any more; I looked like an alien. It stayed in my mind, so I bought some green body paint and just stared at myself. That image is all about why we feel ugly. Why, on some days, we look in the mirror and just see a gargoyle. We actually see a monster. And why we spend hours in the bathroom trying to shed, shave and wash off this horror to reveal our true ‘beautiful’ selves.”

Speaking of scrubbing, Calypso ended up spending two hours, in a pair of exfoliating gloves, with a flannel under each knee trying to get that green body paint off the bath. “I sounded like I was having the best sex,” she laughs.

Juno Calypso, Massage Mask 2015

Calypso is now planning to visit other, similar resorts. “I’m going to honeymoon hotels all over the world. Places like Bulgaria and Russia, as well as those love hotels in Japan. I want to do a one-woman romance tour of the world,” she laughs. Has the project changed how she feels about marriage? “We’ve painted the single woman as this bitter figure who really wants all that,” she says, “but I’m not sure I do. And I’m not sure that’s right. Because, actually, in some of the photos I’ve ended up looking really powerful, like I’m preparing for world domination.”

Taking over the world one heart-shaped bath at a time? Now that’s a revolution to get behind.

Alleen maar Joyce
19 maart 2016


Daar zit ze, op haar knieën in een hartvormig bad vol schuim. In een zuurstokroze kamer van een Love Hotel midden in Pennsylvania. Een plek waar rijen stelletjes elkaar hand-in-hand de liefde verklaren of pogingen doen er tóch wat van te maken. Caleidoscopisch weerkaatsen haar rode bos krullen, haar borsten vol bubbels en een doordringende, bijna arrogante blik in de spiegels rond het bad. Twaalf keer alleen maar Joyce.


Joyce is het geesteskind van de 26-jarige fotograaf Juno Calypso. Ze is het zelf die in al haar foto’s de hoofdrol speelt. Calypso bedacht Joyce in 2011 tijdens haar afstudeerproject aan de London College of Communication. „Ik moest wekelijks nieuw werk leveren. Ik had geen zin in gedoe met modellen en werk liever alleen.” Haar docenten waardeerden wat Calypso als Joyce liet zien. Een verveelde, gefrustreerde en eenzame vrouw. Die haar dagen slijt als receptioniste, stewardess en masseuse.

Na die eerste foto’s wordt Calypso bejubeld, ze valt in de prijzen. „Geadoreerd”, noemt Calypso het nu. „Ik voelde een enorme druk om meer te produceren.” En dat deed ze. In de tweede serie oogt Joyce hopelozer. Haar gezicht bedekt achter de kussens van haar bank, schoonheidsmaskers en zonnebrillen. Of achter haar eigen haar, terwijl ze levenloos op de grond ligt naast ingeblikt vlees. „Ik wilde via Joyce, in een geconserveerde en gestileerde omgeving, kritiek leveren op de vorming van vrouwelijkheid. Perfectie, the polished life.”


Wéér valt Calypso in de prijzen. Een Caitlin Art Prize, een expositie, nog een expositie. Dan is het stil. Calypso maakt een jaar lang geen werk.

Tot nu. Joyce keert terug als een sterke, zelfstandige vrouw, die zich niet meer verschuilt achter haar baan, haar spullen, haar vrouwelijkheid. Die in haar eentje – „ik ben écht graag alleen” – naar een liefdeshotel gaat, zich opmaakt, baddert, zich van haar netgelakte teennagels tot haar perfect gekapte haar insmeert met groene klei en verandert in een levend standbeeld. Met deze serie wint ze de International Photography Award 2016.

„Op de foto’s is Joyce trots op haar onafhankelijkheid.” Alleen voor een all-you-can-eat-ontbijt verlaat ze haar hartvormige cocon. „Dat is Joyce, en misschien, een klein beetje, ben ik het ook zelf.”

Astrid van Rooij

The Making Of Joyce from Juno Calypso on Vimeo.

The Honeymoon Suite from Juno Calypso on Vimeo.

zondag 20 maart 2016

I'm used to toil STILL LIFE STEPHAN VANFLETEREN Photography


STILL LIFE. STEPHAN VANFLETEREN & ARMANDO

Stephan Vanfleteren drew inspiration for Still Life from the collections at Museum Oud Amelisweerd. In new photographic work produced specially for the exhibition Vanfleteren engages in a dialogue with the work of Armando, Oud Amelisweerd country house and the surrounding park and woodland. The exhibition is an ode to tranquillity, a photographic exploration of themes like beauty, melancholy and remembrance.


‘Ik ben gewend te zwoegen’
„Na eliminatie van alle beroepen was fotograferen het enige dat ik kon”, zegt fotograaf Stephan Vanfleteren bij een knollensoep. Soms onzeker vertelt hij over zijn nieuwste fotoproject Stil leven.

Rinskje Koelewijn Foto Frank Ruiter
19 maart 2016

Fotograaf Stephan Vanfleteren: „Waar ik ook aan het werk ben, om het half uur druk ik af. Gewoon even dat geluid horen.”

De kou is hem in de botten geslagen, zegt fotograaf Stephan Vanfleteren (46) en hij rilt in zijn corduroy jasje. Hij wrijft zijn wangen warm. Straks komen er tosti’s en warme knollensoep. We zitten in de ‘meidenkamer’ van restaurant de Veldkeuken. Tegenover het restaurant, op nog geen honderd meter lopen, ligt landhuis Oud Amelisweerd waar hij die ochtend zijn fototentoonstelling inrichtte. Het achttiende-eeuwse landhuis is tegenwoordig het museum van schilder, dichter, bokser en violist Armando (1929).

Armando, der Fluss 27-4-15

Het museum nodigde Stephan Vanfleteren uit te exposeren en wist ook al met welk werk: zijn foto’s van de Atlantikwall, de verdedigingslinie die Hitler liet aanleggen langs de kust van Noorwegen tot Zuid-Frankrijk. Bunkers, versperringen en kustbatterijen. „Ik snapte het idee”, zegt Vanfleteren. In de velden rond landgoed Amelisweerd zijn ook bunkers, een fort en een executiemuur waar „Duitse kogels door mensenvlees” werden geschoten. En zeg oorlog, Duitsland en dood en je komt uit bij Armando, de kunstenaar „wiens ziel door rupsbanden is overreden”. We passen bij elkaar, zegt Vanfleteren. Armando, de oude schilder en hij, de fotograaf van middelbare leeftijd. Ook bij hem zit de oorlog in de genen. De grond waarop hij woont, in het verste puntje van Vlaanderen, dampt van oorlog. „Overal militaire kerkhoven. Om de drie kilometer een monument dat verwijst naar een veldslag. Mijn vaders doofheid als gevolg van een WOII-bombardement.” En nu, als Vanfleteren ’s nachts naar huis rijdt richting Duinkerken en Calais, ziet hij over de pechstrook de slachtoffers lopen van weer een oorlog.

DE REKENING

De Veldkeuken

Koningslaan 11, Bunnik

1 perensap groot 3,00
1 glas thee 2,20
2 soep van de dag 11,00
2 tosti kaas, sambal, ui 15,00
Totaal 31,20 euro

Een paar maanden geleden bezocht Vanfleteren voor het eerst het landhuis. Hij inspecteerde de kamer waar de broer van Napoleon en zijn maîtresse elkaar kusten, doolde door de natuur van het landgoed, passeerde de bomen die de oorlog zagen, en besloot daar niet oud werk te „parkeren”. Niet de foto’s van de Atlantikwall komen er te hangen, maar nieuw werk dat hij speciaal voor het landhuis annex museum maakte: Stil Leven. Straks, na onze lunch, zal ik een glimp zien van de nog onaffe tentoonstelling. Naakten, stillevens met dode dieren, foto’s in zwart-wit en kleur, abstract werk. Schilderachtig mooi, maar even wennen voor wie Vanfleteren vooral kent van zijn beroemde zwart-wit portretten. A-typisch misschien, zegt Vanfleteren zelf. „Meestal is wat ik maak homogeen en goed omlijnd. Series met portretten van wielrenners, vissers, Belgen, Ollanders. Dan een serie als Atlantikwall waarop geen enkel mens staat. Een boek met louter foto’s in zwartwit, een boek over façades en vitrines weer in kleur.”

‘Na weken vol portretten van beroemde mensen, raak ik mensenschuw’

Stil leven is anders. „Het verschil is niet dat het in kleur is, of abstract. Het gaat niet om mij, zelfs niet om de losse foto’s. Het is een ménage à trois tussen mij, het huis en Armando. Het huis is een boek, elke kamer een hoofdstuk. Ik vind het lastig deze foto’s afzonderlijk afgedrukt te zien, ze kunnen niet buiten hun context.” Zelfs het model dat hij naakt in de bossen fotografeerde, moest een Utrechts meisje zijn, dat bekend is met het landschap. Na de tentoonstelling – over een half jaar – komt er geen expositie elders. Hij ontmantelt de boel, en Stil leven sterft een stille dood.

Afwisselend is hij onzeker over wat ‘men’ straks zal vinden van het „risico” dat hij met dit werk neemt. Om direct daarna te zeggen hoe dichtbij Armando hij is geraakt. Niet dat hij zichzelf met hem wil meten, maar hij is getroffen door wat hij in hem herkent. „Hij is nukkig, stug. Ook nu hij 86 is, voel je die zinderende, bijna agressieve energie. Ik heb weleens gedacht: zou het tussen ons op een knokpartij uitlopen, dan weet ik niet of ik het wel van hem win.” Diezelfde heftigheid, die koppigheid heb ik ook, zegt Vanfleteren. „Voor mijn werk vecht ik. Komt een foto beter uit in ander licht en moet daarvoor de complete lichtinstallatie veranderd? Dan moet dat.” Niet zijn ego huist in het werk, maar zijn geest en ziel. „Dat zie je ook bij Armando. Ik geloof wat hij maakt. Ik snáp het.” En hoe vaak kwam het niet voor dat Vanfleteren iets fotografeerde, dat later een echo bleek van een werk van Armando? „Tussen al die bomen hier vind ik die ene waarin het woord vivre staat gekerfd. Leven.” Niet ver van die plek pleegde onlangs een Utrechtse man zelfmoord. De gefotografeerde boomschors blijkt bijna samen te vallen met een Armando-schilderij. „We bespelen dezelfde registers. Stilte, dood, natuur, schuld. ”

IN HET KORT

Geboren Kortrijk, 1 september 1969

Woont in Veurne

Burgerlijke staat gehuwd, drie kinderen (18, tweeling van 13)

Opleiding fotografie aan Sint-Lukas in Brussel

Vervoermiddel „Geërfde auto van mijn vader, met 556.000 kilometer op de teller.”

Sport geen

Boek„Een favoriet heb ik niet. Een leesboek is voor mij hard werken. Fotoboeken, die bekijk ik graag.”

FilmParis, Texas van Wim Wenders is de film die me het meest gepakt heeft toen ik een jonge, zoekende man was.”

Muziek „Ik ga nooit naar optreden of concerten. Ik luister in de auto naar de Belgische radio of naar cd’s van mensen die ik heb gefotografeerd. Cd’s beluister ik niet twee keer, niet vier keer, maar twintig keer. Nu draai ik al veertien dagen Desdemona, een Belgische groep.”

Onmisbaar de liefde

In stilte eten we het zelfgebakken brood, vermalen de eerste daslook van het seizoen uit de moestuin van het landgoed. Ik vraag of hij ook iets anders had kunnen worden dan fotograaf. Nee, zegt hij. „Na eliminatie van alle andere beroepen, was fotograferen het enige dat ik kon.” Hij is dyslectisch. „Vooral in het Frans heb ik last. Ik verhaspel altijd de woorden arbre en bras. Boom en arm. Zelfs als ik het zeg, gaat het mis.” Achteraf gezien was zijn moeder natuurlijk ook hartstikke leesblind, alleen noemde niemand dat in haar jeugd zo. En zijn drie kinderen – een van 18, twee van 13 – hebben het ook. Zelf is hij nooit ongelukkig geweest als kind, nooit blijven zitten ook op dat streng katholieke college, maar het was wel „zweten en ploeteren”. Harder werken dan alle andere kinderen, met zeer matig resultaat en in de wetenschap dat hij met al die inspanning nooit jurist of ingenieur zou worden. „Forget it.” Zonder ooit eerder een fototoestel in handen te hebben gehad, vertrok hij naar de kunstacademie in Brussel. „Iedereen fotografeerde beter dan ik. Dus ik, gewend te zwoegen, werkte hard.” Hij weet nog hoe blij hij was, toen bleek dat zijn harde werken nu wel loonde. „Ik kón iets. En werd steeds beter.” Hoe leuk is het, zegt hij, dat je als jongeman hele dagen over de straten mag dolen, camera in de aanslag, en daar nog voor betaald wordt ook? „Natuurlijk romantiseerde ik het vak. Ik zag mezelf al als avonturier de jungle intrekken, de woestijn door. Een Marlboro-man...” Tevreden glimlach: „Eigenlijk zit ik daar nu niet ver vanaf.”

Steeds trager werken

Van snelle persfotograaf, die van betoging naar rampspoed racete, is hij gaandeweg steeds trager gaan werken,zegt hij, op zoek naar verstilling, vertraging en diepgang. Zoveel vertraging dat hij met zijn digitale kleinbeeldcamera nog langzamer fotografeert dan met zijn Hasselblad. En zoveel diepgang dat hij zijn foto’s tegenwoordig zelfs begeleidt met zelfgeschreven teksten. Teksten? Woorden? Hij? „Mijn taal hapert nog altijd, maar het is fel verbeterd. Laat mij geen bijsluiter van een fototoestel lezen of een formulier voor een visum invullen. Dat is heel, heel hard werken. Maar als ik ontroerd ben, of boos, dan stromen de woorden eruit. Mijn taal bestaat uit beelden.” En zo nadert Vanfleteren ook Armando en zijn zintuiglijke poëzie.

Vanfleteren drinkt zijn perensap en denkt hardop na. „In mijn leven zijn altijd verschillende dingen gaande. Ik switch tussen projecten. Na een week in de natuur – ik ben een duinenkind – trek ik naar de stad. Na weken vol portretten van beroemde mensen, raak ik mensenschuw en vertrek op m’n eentje met een rugzak en niet meer dan één camera en één lens naar een ver buitenland.” Maar nooit zal hij niet fotograferen. „Op vakanties werk ik altijd. De kinderen weten niet beter.” Nee, geen vakantiefoto’s. „Daarin word ik geklopt door mijn vrouw. Haar telefoonfoto’s zijn vele malen beter dan wat ik maak met mijn professionele camera.” Zijn vrouw werkt sinds een aantal jaar met en voor hem. „Onze saamhorigheid als gezin lijkt op hoe het vroeger thuis was.” Zijn ouders waren de beheerder van een tennisclub aan de Vlaamse kust. „Van het begin van de paasvakantie, eind maart tot eind oktober was iedereen, vader, moeder, mijn broer en ik op de tennisclub. Rackets bespannen, de banen controleren, de kantine beheren. Pas in de winter, als de club gesloten was, gingen wij met vakantie.”

Eén dag geen foto’s schieten, gaat net. Maar als het langer duurt dan een paar dagen, wordt hij onzeker. „Mijn toestel wordt een vreemd object. De knopjes voelen anders. Misschien is het wat een pianist ervaart die dagen niet gespeeld heeft. Of een harpist die merkt dat zijn handen stijf zijn geworden en het eelt van zijn vingers slijt.” Overtraind zijn daarentegen is ook niet goed. „Ik heb altijd heel veel foto's gemaakt, ook voordat ik overging op digitaal. Maar nooit te veel. Je moet als het ware de goesting bewaren. Goed kijken, scherp blijven staan en op het juiste moment afdrukken.” Hij wil het geen trance noemen, of vibe, maar het lijkt er veel op. „Zwemmers noemen het watergladheid. Je houdt jezelf in de juiste modus om, als het erop aankomt, in fracties van seconden te reageren. Ik heb er een trucje voor: waar ik ook aan het werk ben, om het half uur druk ik af. Gewoon even dat geluid horen. Zo hou ik het machientje draaiende.”

Stephan Vanfleteren heeft liever niet dat ik zijn onaffe tentoonstelling al zie, maar ik doe het toch. Na de lunch, als hij op de foto moet voor de krant, belt de conservator aan bij het landhuis aan de overkant, en neemt me in jogtempo mee door de eeuwenoude kamers: een naakt meisje in een bevroren bos, een dood muisje, een mannenhoofd dat boven het water uitsteekt. Prachtig, zeg ik tegen Vanfleteren bij het afscheid. Hij kijkt alsof hij een pluim krijgt voor een foutloos dictee. Dan slaat hij zijn sjaal om en versnelt zijn pas. Het huis moet verder afgemaakt.


donderdag 10 maart 2016

Views & Reviews Cuba la lucha Carl De Keyzer Photography


Krakkemikkig Cuba
fotografie Carl De Keyzer legt vast wat een regime met een land doet. In Havana stort elke dag wel een huis in, dat zegt alles over Cuba.

Rosan Hollak Foto Carl De Keyzer

10 maart 2016

El Capitolio in Havana. Voor de revolutie zetelde de regering in dit gebouw dat is geïnspireerd op het Amerikaanse Capitool in Washington D.C.
Carl De Keyzer/Magnum Photos

‘Ik werd bijzonder rusteloos toen president Obama eind 2014 aankondigde dat Cuba en de VS hun betrekkingen zouden gaan herstellen. Ik wilde er meteen naartoe, maar moest nog wachten op mijn visum.” De onrust van de Belgische Magnumfotograaf Carl De Keyzer is verklaarbaar.

Al jaren fotografeert hij het verval van politieke systemen in verschillende landen. In 1989 kwam hij met Homo Sovieticus, een fotoboek over de Sovjet-Unie in de jaren voor perestrojka. Voor zijn ambitieuze fotoproject Trinity (2008) reisde hij zestien jaar de wereld rond, op zoek naar de invloed van politiek op de mens. In het fotoboek Congo (2009) toonde hij de overblijfselen van het Belgische koloniale verleden in het hedendaagse Congo.

Cuba, la lucha

door Carl De Keyzer,

Uitgeverij Lannoo, blz. 176

€49,99

De expositie is van 18 maart tot 15 mei bij de Roberto Polo Gallery in Brussel.

Eind dit jaar op fotofestival BredaPhoto.

De fotograaf had al eerder zijn zinnen op Cuba gezet, maar nu was dan het moment daar. Begin vorig jaar reisde hij, drie maanden lang, het eiland over en legde in de steden en dorpen de afbrokkelende macht van het communisme vast. Wat hij aantrof is vanaf volgende week te zien op de tentoonstelling Cuba, la lucha in de Roberto Polo Gallery in Brussel en in het gelijknamige boek dat eveneens volgende week verschijnt.

Ik heb geen reisboek gemaakt vol palmbomen en mooie, oude auto’s

Hij legt uit dat de titel – ‘de strijd’ – terugslaat op de overlevingsstrijd van de Cubanen na de val van de muur in 1989. „Toen de Sovjet-Unie implodeerde, draaide Moskou de geldkraan dicht en liep Havana jaarlijks 6 miljard aan subsidies mis. Destijds verwachtte iedereen dat het land zou instorten, mensen hadden niks, iedereen had honger, toch wisten de Cubanen zich erdoorheen te worstelen. Pas na 1998, toen Hugo Chávez president van Venezuela werd en Castro opnieuw economische hulp ontving, werd de situatie minder nijpend.”

Toch refereert ‘la lucha’ niet alleen aan die strijd. „Het heeft nóg een betekenis’’, zegt De Keyzer. „Het is ook de naam van een doe-het-zelf keten in Cuba waar mensen op zoek gaan naar allerlei materialen om hun huis nog een beetje bijeen te houden.’’

Vooral dat ‘bijeenhouden’ – de wijze waarop de verloedering van het Cubaanse politieke systeem zijn sporen heeft nagelaten in de architectuur – heeft De Keyzer in beeld willen brengen. „Ik heb geen reisboek gemaakt vol palmbomen en mooie, oude auto’s, ik wilde het land op een kritische manier benaderen. Alles draait nog steeds op de pesos-economie. Mensen verdienen weinig, in Havana wordt alles gestut. Iedere dag stort daar ergens wel een huis in.”

Een bureau met drie poten

De Keyzer fotografeerde de afgebladderde, krakkemikkige gebouwen, de troosteloze winkels en stuitte op communistische praktijken die hij herkende uit zijn periode in de Sovjet-Unie. Als voorbeeld noemt hij de Comités de Defensa de la Revolución (CDR). „Van die kleine kantoortjes van waaruit men erop moet toezien dat iedereen in de pas loopt. Je merkt dat de Cubanen zich nog steeds niet vrij voelen om over bepaalde dingen te praten. Als ik kritiek uitte op Castro of Che Guevara sloeg men de ogen neer.”

Toch gebeurde er maar weinig bij die comités. „Meestal zitten er een paar oude dametjes achter een bureau met drie poten. Iedereen zit gelaten te wachten op verandering. Het grote vuur is er allang niet meer.”

En die veranderingen gaan inderdaad snel. „Er zijn meer kleine restaurantjes, mensen mogen toeristen in hun huis laten slapen. Dat soort economische vrijheden nemen toe. Maar ondertussen moet je voor een radio of een fles shampoo nog altijd dollars neertellen.”

Dat een Amerikaanse president het eiland – voor het eerst sinds 1928 – op 21 maart zal bezoeken en The Rolling Stones er eind deze maand voor het eerst optreden, zijn ook grote gebeurtenissen. „Toch vrees ik dat, als het handelsembargo echt wordt opgeheven, er een enorme kloof tussen arm en rijk ontstaat. Het is nu al duidelijk dat er een hoop zakendeals zijn beklonken met Cubaans-Amerikaanse ondernemers. Op de stranden worden grote hotelketens neergepoot. In de haven van Varadero zijn ze bezig om 12.000 aanlegplekken te maken voor jachten.”

Ook al ziet hij het niet als zijn taak om over de situatie in Cuba te oordelen, blij wordt hij er niet van. „Het is eigenlijk bizar dat het communisme ooit is ingevoerd op zo’n paradijselijk eiland. Maar ik vrees ook voor de toekomst.”

Als fotograaf blijft hij vooral toeschouwer. „Ik ben geen diplomaat of politicus, ik maak beelden waarin verschillende lagen te ontwaren zijn. Je ziet de geschiedenis en de actualiteit en hopelijk vertelt dat iets over dit land.”






dinsdag 8 maart 2016

an Impression Dutch Identity Dutch Portrait Photography TODAY


Contemporary Dutch portrait photography has been held in high regard for many years, both in the Netherlands itself and on the international stage. Indeed, photographers like Anton Corbijn and Rineke Dijkstra are even more widely known abroad than in their own country. But what makes Dutch portrait photography so unique? The exhibition entitled "Dutch Identity" in Museum de Fundatie in Zwolle centres on that question with works of 25 prominent contemporary portrait photographers, all from the Netherlands: Danielle van Ark, Blommers&Schumm, Koos Breukel, Joost van den Broek, Ernst Coppejans, Anton Corbijn, Linelle Deunk , Desiree Dolron, Rineke Dijkstra, Charlotte Dumas, Lucia Ganieva, Ringel Goslinga, Pieter Henket, Carli Hermès, Cuny Janssen, Danielle Kwaaitaal, Annaleen Louwes, Hellen van Meene, Vincent Mentzel, Erwin Olaf, Carla van de Puttelaar, Viviane Sassen, Martine Stig, Marie Cécile Thijs and Marcel van der Vlugt.
The contemporary photographic portrait evolves from the Lowlands' centuries-old tradition of portraiture. In times gone by, portraits were commissioned and then painted in the studio. A realistic portrayal of the subject, the sitter, was depicted along with attributes denoting the subject's social status. In this day and age, photographic portraits enjoy many distinctive styles. Not only are photographers able to reproduce reality, they also have the possibility of staging their portraits according to their own concept, often in the form of a series. The traditional photographer has thus evolved into a self-directed artist.
Portraits are all about identity. Not only the identity of the model but also that of the photographer and that of the person viewing the portrait. The photographer attaches his or her own idea to the portrait and communicates via his or her photographs with the viewer. The latter interprets the image from his or her own perspective. The viewer can also identify with a portrait of an animal or of an empty interior because it calls forth an association and can even evoke an emotion. Portraits can mirror reality and appeal to one's imagination. Portraiture as a genre has various sub-genres centring on the portrayal of mankind. In addition to traditional studio portrait photography, social themes are portrayed in journal, documentary, political and street photography. Whilst the purpose of this photography is to record events, the emphasis of staged theatre, glamour and fashion photography lies on aesthetics. 
With more than one hundred photographs by 25 top photographers from the Netherlands the Dutch Identity exhibition gives a captivating impression of the state-of-the-art of Dutch photographic portraiture in all its striking diversity. A portrait by Ernst Coppejans shows a homosexual man in West Africa who, by assenting to have his photograph taken, put his life at risk. Pieter Henket photographed actress Willeke van Ammelrooy during a staged police interrogation in which fact and fiction are blurred. For her part, Martine Stig recorded two Kuwaiti sisters dressed in burkas. With their faces completely concealed, can this photograph be classified as a portrait? And in addition to Koos Breukel's impressive official portrait of King Willem-Alexander and Queen Máxima and that of Queen Beatrix by Vincent Mentzel, Charlotte Dumas' portraits of the rescue dogs deployed after the 9/11 terrorist attack in New York can be seen in Zwolle. In an age that virtually everyone has a photo camera at hand in the form of a mobile phone and portraits, selfies or otherwise, are flung without a thought and in massive quantities out into the world via social media, Dutch Identity shows that a photographic portrait can be much more than a random snapshot. The exhibition was organised by Cathinka Huizing and Harriet Stoop-de Meester, joint authors of the book Dutch Identity, Dutch Portrait Photography TODAY that will be published by publishing house De Kunst.
Luister naar 

De top van de Nederlandse portretfotografie in Dutch Identity